38 jaar met Nettie
Dagboek

38 jaar met Nettie

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 27 april 2023, 12:28
38 jaar met Nettie
Foto: Janita Sassen

Maandag was er bij ons thuis, voor mij voor de voor de laatste keer, een vergadering van Nettie. De Nettie van Zwanenbergstichting wordt door de insiders, de bestuursleden, gewoonlijk gewoon Nettie genoemd. Dat klinkt erg gemoedelijk en dat is nu precies wat Nettie is. Uit de nalatenschap van Nettie van Zwanenberg (Organon, Oss) is een stichting ontstaan die als enig doel heeft daar waar de nood aan de man (of vrouw) is steun te verlenen. Het gaat niet om grote bedragen, maar de jaarlijkse bestuursvergadering gaat wel gepaard met veel overgave en zorgvuldigheid. We geven geen druppels op gloeiende platen, maar springen wel met kleine bedragen bij om te helpen met een activiteit binnen Joods Nederland, het ondersteunen van een project of de betaling van een apk voor een mijnheer die financieel helemaal in de knel zit.

38 jaar geleden ben ik als opvolger van opperrabbijn Berlinger erbij gekomen en benoemd in de functie van voorzitter van de raad van toezicht. Het verschil tussen dagelijks bestuurder en raad van toezicht is reglementair vastgelegd, maar meer dan dat is het niet. Wel heb ik als voorzitter van de raad meerdere bestuursvoorzitters mogen toespreken bij hun komen en gaan. Voor deze gelegenheid was, voor mij als verrassing, een oud-bestuursvoorzitter speciaal opgeroepen om mij uit te spreken. Mijn Blouma werd voorzien van een prachtige bos bloemen en ik kreeg een zwaan (het symbool van Nettie) van plastic die gevuld was met 492 euro, de getallenwaarde van Nettie van Zwanenberg. De plastieke zwaan was een tsedaka-busje en de vulling, de euro’s, mochten door mij voor tsedaka (liefdadigheid) naar keuze aangewend worden. Geweldig toch! In een woelige wereld waar enige dagen geleden weer een moordende terroristisch aanslag in Jeruzalem was gepleegd, in de schaduw van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne waarvan niemand kan voorspellen hoe die afloopt en wat de onverhoopte gevolgen zijn voor de rest van de wereld, in de periode vlak voor alle 4 mei herdenkingen…om in die periode als Nettie samen te zitten en uitsluitend bezig te zijn met het helpen van de medemens, is geweldig!

Om in deze periode samen bezig te zijn met het helpen van de medemens, is geweldig

Ook kreeg ik een positieve kick van het telefoontje van een hoge Nederlandse bestuurder. Ik had hem meerdere keren gebeld, maar kreeg geen antwoord. Omdat de man zeer druk is en ik dus volledig begreep dat mijn hulpverzoek bijna geen waarde had ten opzichte van de veel grotere problemen die hij op zijn politieke bord krijgt, was ik meer dan blij verrast een telefoontje van hem te ontvangen. Hij vermoedde dat ik boos op hem zou zijn vanwege zijn niet-reageren! Helemaal niet dus, maar zijn excuus, volledig ten onrechte, kwam wel bij mij binnen.

Wat ook binnenkwam, maar dan op een heel andere wijze, was de reactie op mijn vorige dagboek over kamp Amersfoort. Ik citeer:

“Bedankt voor het dagboek over Kamp Amersfoort. Tijdens het lezen kwam bij mij de herinnering terug van het verhaal van mijn ouders. De hele familie van mijn vader was gedeporteerd en vermoord. Pas jaren na de oorlog ontdekte hij, dat een verre nicht en een neef het ook hadden overleefd. Van mijn moederskant had alleen een enkele neef de Shoa-dood ontsprongen. De rest was verdwenen is het duistere gat van de vergetelheid via de schoorstenen van Sobibor.

Mei 1945, net bevrijd en op weg naar hun ouderlijk huis, vonden zij, dat hun appartement in de Rivierenbuurt door foute Nederlanders werd bewoond. Mijn ouders hadden geen recht op teruggave. Zij moesten wachten tot de bewoners een ander huis hadden gevonden. De gemeente Amsterdam bood in het geheel geen hulp aan. Pas maanden later mochten zij terug naar hun appartement. De foute bewoners hadden de gehele inventaris van mijn ouders mee mogen nemen. Mijn ouders keerden terug in een geheel leeggeroofd huis. Ook fornuis, gordijnen en vaste vloerbedekking waren verdwenen. 

Toen mijn ouders moesten onderduiken, heeft hun garagehouder aangeboden de auto van mijn vader in bewaring te nemen. Deze auto had hij achter in zijn garage opgeslagen en bewaard. Vrome r.k.-vrienden van mijn ouders hadden contant geld voor hen opgeslagen, begraven in weckflessen in hun tuin. De auto en het geld hadden de oorlog ‘overleefd’ en werden teruggegeven. Ja, er waren ook eerlijke mensen, hoewel ze helaas niet tot de meerderheid gerekend kunnen worden. 

Toen de gemeente Amsterdam erachter kwam dat de personenauto weer in het bezit was van mijn ouders, heeft de gemeente beslag gelegd op dit voertuig. De auto werd ter beschikking gesteld van een hoge gemeenteambtenaar. Af en toe mocht mijn vader zijn auto even lenen van de gemeente. Tot in 1946 heeft dit geduurd., nadien kreeg hij zijn eigen auto weer terug. Meer dan een jaar na de bevrijding. Huur en/of km-vergoeding werd uiteraard niet betaald.

Nooit ben ik erachter gekomen, hoe de mooie collectie antieke Joodse gebedenboeken van mijn grootvader zijn teruggekomen. Mijn getraumatiseerde vader heeft daar nooit over kunnen praten. Deze boeken heb ik nu. Onze (klein)kinderen hebben er geen belangstelling voor.

Bovenstaande gedachten kwamen zomaar in me op, naar aanleiding van uw dagboek. De geschiedenis herhaalt zich!”

Ik, Binyomin Jacobs, dagboekschrijver en in mijn vrije tijd opperrabbijn, heb hieraan niets toe te voegen. Zo vlak voor 4 mei loopt bij mij alles door elkaar. Boosheid en dankbaarheid, moordenaars en weldoeners, Auschwitz en de liefdadigheidsstichting van Nettie waarvan ik 38 jaar lang deel mocht zijn.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking