Wie weet wat rechtvaardig is?

Rechter-velt-vonnis AI

‘Zodra ik het woord cultuur hoor, grijp ik naar mijn pistool,’ luidt een bekend citaat dat vaak ten onrechte wordt toegeschreven aan Joseph Goebbels. Het is bepaald geen inspiratiebron, maar bij het woord ‘rechtvaardigheid’ heb ik een vergelijkbaar sentiment. Als docent rechtsgeleerdheid begon ik mijn colleges steevast met de waarschuwing dat recht en rechtvaardigheid weinig met elkaar te maken hebben, en dat dat ook zo moet zijn. ‘Rechtvaardigheid’ is een abstract en vaak slecht gedefinieerd idee over hoe de wereld geordend zou moeten zijn. Het is vaker een weerspiegeling van persoonlijke ervaringen, trauma’s en intoleranties dan een doordachte filosofisch-ethische visie op het goede.

Iedereen acht zichzelf natuurlijk rechtvaardig, maar het simpele feit dat we allemaal verschillende, vaak tegengestelde opvattingen hebben over wat rechtvaardigheid inhoudt, toont aan dat er geen universeel geldige definitie bestaat. Dat geldt voor individuele conflicten — kijk maar naar de burenruzie bij de rijdende rechter — maar ook voor ideologische systemen. De filosofische grondslagen van kapitalisme en communisme beroepen zich allebei op universele, tijdloze noties van rechtvaardigheid, maar de systemen sluiten elkaar volledig uit. Wie beweert te weten wat rechtvaardigheid is, moet dus kunnen bewijzen dat hij toegang heeft tot goddelijke kennis van goed en kwaad. Dat zijn gevaarlijke claims; het was Adam en Eva niet voor niets verboden van die boom te eten.

Rode lijn

De Franse filosoof Claude Lefort stelde dat in een democratie de zetels van waarheid en rechtvaardigheid symbolisch wel bestaan, maar in werkelijkheid leeg zijn en moeten blijven. We kunnen over hun inhoud discussiëren, maar nooit definitief overeenstemming bereiken. Juist het vermogen van een samenleving om met die onbepaaldheid te leven — zonder te vervallen in bodemloos relativisme of tirannieke ideologie — vormt het wezen van een democratie. Alleen totalitaire ideologieën claimen dat zij de zetels van waarheid en rechtvaardigheid daadwerkelijk kunnen invullen en bezitten. In zulke systemen kan elke handeling langs een absolute morele meetlat worden gelegd, en wie afwijkt van de norm wordt resoluut een vijand van ‘het goede’. Dat is de voedingsbodem van politieke terreur.

Aanhangers van deze denktrant verkondigen luid hun rechtvaardigheid en sturen de zondaar zonder enige scrupules naar de goelag. Het hoeft niet eens tot de dood te leiden; iemands carrière beëindigen of hem zo intimideren dat hij zwijgt, is vaak al voldoende. De Belgische academicus en auteur Maarten Boudry beschrijft in zijn essay Geloven ze het zelf wel? De ‘genocide’ in Gaza als ideologische lakmoes een schrijnend voorbeeld. De nieuwe rector van de Universiteit Gent, Petra De Sutter, verklaarde dat onderzoekers die de ‘genocide’ in Gaza ontkennen een rode lijn overschrijden en niet langer door academische vrijheid worden beschermd. Daarmee lijkt zij kennis te claimen die zelfs het Internationaal Strafhof niet bezit. In een artikel met de veelzeggende kop ‘Zwijg, zionist! Hoe academia dissidenten monddood maakt’ beschrijft Boudry hoe deze combinatie van rechtvaardigheid en terreur academische instellingen dreigt te veranderen in ideologische heropvoedingskampen en elk debat onmogelijk maakt.

De basis

Juist daarom is het recht, en niet de rechtvaardigheid, het meest praktische instrument voor een stabiele maatschappelijke ordening. Het recht is een zich traag ontwikkelend compromis tussen uiteenlopende visies op rechtvaardigheid, en daardoor relatief immuun voor trends. Het vormt de basis voor vertrouwen in het sociaal contract. Het recht is niet perfect en moet dat ook niet willen zijn. Hetzelfde geldt voor de instituties die dankzij dat recht functioneren: de ambtenarij, universiteiten, rechtspraak en het maatschappelijk middenveld.

Het recht is niet perfect en moet dat ook niet willen zijn

Dat gehele complex kan alleen werken als we ons bewust blijven van de noodzaak niet ten prooi te vallen aan ideologieën en exclusieve waarheidsclaims. Goede procedures, kwaliteitsbewaking en doodsaaie procescontroles zijn uiteindelijk waardevoller voor een gezonde samenleving dan revolutionaire strijdkreten. Wie werkelijk een betere samenleving wil, zou zijn energie moeten richten op het de-ideologiseren en beschermen van de integriteit van die instituties.

Dus de volgende keer dat iemand roept dat universiteiten, bedrijven of zelfs zoiets onschuldigs als het Songfestival ten dienste moeten staan van een revolutionaire rechtvaardigheidsstrijd, grijp naar uw pistool.

Eén reactie

  1. Goede column. Recht is macht. De rest is ‘slechts’ een gevolg van die macht. Dat hebben ze in Israel goed begrepen. Eerst dat recht bevestigen, een grond geven, en dan op grond van dat recht eventueel ‘onderhandelen’. Daarom is Gaza, lijkt Gaza zo verwarrend, of liever gezegd wat in Gaza gebeurd is. Tussen het puin, in het puin, kunnen we beginnen, maar eerst wat er nog onder, tussen, in het puin zat (Hamas, Hamas) vernietigen. En als je dat moet uitleggen aan ‘anderen’ die gaan schreeuwen of ‘demonstreren’ denk ik, ga eerst eens nadenken, of ga eens wat filosofen lezen die daar over nagedacht hebben. Daar wordt het (althans in onze contreien) moeilijk. Want dan wordt het een kwestie van ‘snappen’. Moehluk, moehluk, hoor je dan in huis, tuin of keuken. Ja. Goede column, nogmaals.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Opinie

Wie weet wat rechtvaardig is?