Een ode aan Khamenei door de NOS

Esther Voet_2025

‘Gaan we naar correspondent Daisy Mohr in Beiroet. Daisy, Khamenei was dus jarenlang de machtigste man van Iran, maar ook internationaal zette hij zijn land op de kaart, hè?’ was de vraag waarmee presentatrice Simone Weimans in het NOS Journaal het voorzetje gaf aan de correspondente voor haar ode aan de Opperste Leider in de Islamitische Republiek. 

Mohr antwoordde met gedragen stem: “Ja, het einde van een tijdperk. Niet alleen in Iran, maar ook daarbuiten. Hier in de regio bijvoorbeeld, waar hij de belichaming was voor sjiitische moslims van de islamitische revolutie. En dat kwam ook door ál die projecten die hij had in de regio, waar hij ja-ren-lang ein-de-loos veel geld in investeerde, zijn bóndgenoten in de regio: Hez-bollah hier in Libanon, de Houthi’s, Hamas. Héél véél geld om Iran van buitenaf te kunnen beschermen.”

Ik hield het nog even voor kwaadaardige onkunde. Maar Mohr woont al zeventien jaar in Libanon en door de intonatie waarmee ze haar lofzang kracht bijzette, bleef er maar één ding over: kwaadaardigheid, zoals we die zelfs bij de NOS zelden hebben gezien. Sociaal platform X ontplofte: “De NSB, de WA en de Nederlandse Oostfontstrijders waren projecten om Duitsland in de regio te beschermen,” waren de cynische woorden van Carel Brendel, kenner op het gebied van aan terreurorganisaties verbonden krachten in ons land. 

Diezelfde zaterdagavond vond op de Amsterdamse Dam een iftarbijeenkomst plaats. Daar was de Iraanse religieuze vlag met de kromzwaarden — niet te verwarren met de oorspronkelijke vlag met de leeuw — net als bij de rodelijndemonstratie in Den Haag vorig jaar van harte welkom. Die rode lijn was bedacht voordat de hele wereld zag hoe de ayatollahs in januari in een paar dagen tijd minstens dertigduizend Iraniërs op beestachtige wijze over de kling jaagden. De aanwezigen op de Dam konden zich niet achter onkunde verschuilen. De aanhangers van het Iraanse terreurregime bleken er desondanks van harte welkom. 

Doe mij die vlag met die leeuw maar. Al sinds mijn kindertijd droom ik ervan Isfahan te bezoeken. Jarenlang leek dat, zeker voor iemand met een uitgesproken pro-Israëlstandpunt, vrijwel onmogelijk. De hoop is terug. Net als dat teken van hoop in hartje Tel Aviv. Daar kocht de Iraanse regering voor de revolutie van 1979 een lapje grond aan met de bedoeling daarop een ambassade te laten verrijzen. De Israëli’s hebben er nooit op gebouwd, volgens hen is het immers Iraans grondgebied. Het is een parkje met wat speeltoestellen voor kinderen. Laten we hopen dat we er binnen afzienbare tijd bouwvakkers zien rondlopen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Commentaar

Een ode aan Khamenei door de NOS