Afgelopen weekend toonden drie burgemeesters hun ware gezicht. Of was het een poging bij een groot deel van hun inwoners een wit voetje te halen? Voor wie nog twijfelde, bij Femke Halsema, Sharon Dijksma en Ahmed Marcouch vielen de maskers definitief af. Daaronder zit kwaadaardig opportunisme, gespeend van enige geschiedkundige kennis. In het beste geval. Want áls je dan partij wil kiezen, zorg er dan ten minste voor dat je vooraf hebt kennisgenomen van beide kanten van de geschiedenis. Maar nee, het lijkt erop dat de drie als schaapjes één verwrongen – en feitelijk onjuist – narratief de keeltjes in hebben laten glijden. Ik heb het over de zogeheten Nakbaherdenkingen. Nakba, een woord waarmee de vernedering van Arabische legers door een piepklein legertje in 1948 werd aangeduid, maar nu is omgedoopt tot Palestijns slachtofferschap. Slachtofferschap dat tot op de dag van vandaag met fluwelen handschoentjes wordt gecultiveerd.
Sharon Dijksma leek de Nakbaherdenking in haar stad zelfs belangrijker te vinden dan die van 4 mei, want de kransen voor de oorlogsslachtoffers waren achteloos achter het Verzetsmonument gepleurd. De sokkel werd ontsierd door pro-Palestijnse postertjes. Aan het uitgestreken gezicht van Dijksma te zien, vormde dat voor haar geen enkel probleem, net zo min als de organisator die nog niet zo lang geleden haar raadsvergadering verstoorde.
Zou ze ook ingaan op een uitnodiging voor een herdenking op 30 november? Zou ze überhaupt weten wat op die datum wordt herdacht? Op ‘De dag van de verbanning’ gedenken we de verdrijving van 850 duizend Joden uit Arabische landen. Ze moesten naast have en goed gedwongen een grondbezit van tweeënhalf keer Nederland achterlaten. Wat betreft de woorden van Femke Halsema: die zou je zelfs als verkapte opruiing kunnen lezen.
Het CJO schreef een ontstemde openbare verklaring. Opnieuw woorden, maar een rode lijn is nog steeds niet in zicht. Als een papieren tijger stelt het CJO geen enkele daad. De heren laten zich ongetwijfeld binnenkort op de Herengracht 502 weer trakteren op koffie met een koekje. Halsema en Dijksma hebben al laten weten niet in het openbaar te reageren, alleen aan het CJO zelf, alsof deze kwestie niet alle Nederlandse Joden aangaat — ook degenen die niet zijn aangesloten bij dit overlegorgaan.
Laten we onze conclusies trekken. Voor Joods Nederland en de Nederlanders die Israël een warm hart toedragen, heb ik een trieste mededeling: dit komt niet meer goed. Het herschrijven van de geschiedenis zal maar erger zal worden. Maar als deze burgemeesters ooit nog huilie-huilie doen over toenemende polarisatie, kunnen we ze ronduit in hun gezicht uitlachen. Ze gooien zelf de olie op het vuur.
Rode lijn
Afgelopen weekend toonden drie burgemeesters hun ware gezicht. Of was het een poging bij een groot deel van hun inwoners een wit voetje te halen? Voor wie nog twijfelde, bij Femke Halsema, Sharon Dijksma en Ahmed Marcouch vielen de maskers definitief af. Daaronder zit kwaadaardig opportunisme, gespeend van enige geschiedkundige kennis. In het beste geval. Want áls je dan partij wil kiezen, zorg er dan ten minste voor dat je vooraf hebt kennisgenomen van beide kanten van de geschiedenis. Maar nee, het lijkt erop dat de drie als schaapjes één verwrongen – en feitelijk onjuist – narratief de keeltjes in hebben laten glijden. Ik heb het over de zogeheten Nakbaherdenkingen. Nakba, een woord waarmee de vernedering van Arabische legers door een piepklein legertje in 1948 werd aangeduid, maar nu is omgedoopt tot Palestijns slachtofferschap. Slachtofferschap dat tot op de dag van vandaag met fluwelen handschoentjes wordt gecultiveerd.
Sharon Dijksma leek de Nakbaherdenking in haar stad zelfs belangrijker te vinden dan die van 4 mei, want de kransen voor de oorlogsslachtoffers waren achteloos achter het Verzetsmonument gepleurd. De sokkel werd ontsierd door pro-Palestijnse postertjes. Aan het uitgestreken gezicht van Dijksma te zien, vormde dat voor haar geen enkel probleem, net zo min als de organisator die nog niet zo lang geleden haar raadsvergadering verstoorde.
Zou ze ook ingaan op een uitnodiging voor een herdenking op 30 november? Zou ze überhaupt weten wat op die datum wordt herdacht? Op ‘De dag van de verbanning’ gedenken we de verdrijving van 850 duizend Joden uit Arabische landen. Ze moesten naast have en goed gedwongen een grondbezit van tweeënhalf keer Nederland achterlaten. Wat betreft de woorden van Femke Halsema: die zou je zelfs als verkapte opruiing kunnen lezen.
Het CJO schreef een ontstemde openbare verklaring. Opnieuw woorden, maar een rode lijn is nog steeds niet in zicht. Als een papieren tijger stelt het CJO geen enkele daad. De heren laten zich ongetwijfeld binnenkort op de Herengracht 502 weer trakteren op koffie met een koekje. Halsema en Dijksma hebben al laten weten niet in het openbaar te reageren, alleen aan het CJO zelf, alsof deze kwestie niet alle Nederlandse Joden aangaat — ook degenen die niet zijn aangesloten bij dit overlegorgaan.
Laten we onze conclusies trekken. Voor Joods Nederland en de Nederlanders die Israël een warm hart toedragen, heb ik een trieste mededeling: dit komt niet meer goed. Het herschrijven van de geschiedenis zal maar erger zal worden. Maar als deze burgemeesters ooit nog huilie-huilie doen over toenemende polarisatie, kunnen we ze ronduit in hun gezicht uitlachen. Ze gooien zelf de olie op het vuur.
Gerelateerd
Lees meer »
Meer Gerelateerde Berichten
Rode lijn
Niet gelijk, wel gelijkwaardig
New look
Herdenking of activisme?
Breder plaatje