Niet gelijk, wel gelijkwaardig

Dagboek van 17 mei 2026
Leeuwarden online

Donderdagavond heb ik een primeur beleefd: ik heb de deelnemers aan de pro-Israël-Solidariteitswandeling in Leeuwarden live per FaceTime toegesproken. Maar niet alleen toegesproken, mijn toespraakje ontwikkelde zich tot een hele ‘Ask the rabbi’-bijeenkomst. Spaarde mij vele uren auto, was een groot succes. Hoewel, er zelf zijn is toch anders. 

Op mijn dagboeken komen reacties binnen, voor en tegen. Meestal bekijk ik ze niet. Dat is niet aardig van mij, maar als u zich realiseert dat duizenden mijn dagboek lezen, dan hoop ik dat u mijn opstelling wilt respecteren. Voor een persoonlijke vraag of opmerking, ook als die niet vriendelijk bedoeld is, gewoon even een e-mail sturen of een whatsapp, dan ziet niet iedereen het, maar ik wel (tenzij u in mijn spambox belandt). Naar aanleiding van mijn vorige dagboek zag ik min of meer toevallig (hoewel toeval niet bestaat!) het onderstaande commentaar:

“Joods zijn is blijkbaar net zoiets als imkeren. Ik ben al vele jaren imker en ik merkte dat toen de bijenstand onder druk kwam te staan, opeens heel veel mensen wilden gaan imkeren. Er ontstonden klasjes met leerling-imkers, waardoor de buitentuin, waar de bijenkasten stonden, overvol raakte. De meeste beginnende imkers hielden het echter maar kort vol, omdat imkeren ingewikkeld is en ook nog arbeidsintensief. Je moet dus wel een echte doorzetter zijn en met hart en ziel erbij betrokken, wil het wat worden op de langere termijn. Nu de Joden onder druk staan, willen blijkbaar velen opeens joods worden. Ik hoop dan maar dat als het ze al lukt, dat ze het langer volhouden dan de imkers in spe.”

Hoewel dit niet mijn woorden zijn maar van een echte imker, vroeg ik me even af of ik maar beter imker had kunnen worden, want het omgaan met bijen lijkt me toch eenvoudiger dan met mensen. Hoewel, bijen kunnen steken … Maar, wacht even, mensen die hun zin niet krijgen steken ook! En toch: de halacha geeft duidelijk aan dat ieder met een Joodse moeder, Joods is. Maar ook een niet-Jood die toegetreden is conform de halacha is net zo Jood of Jodin als iemand die Joods geboren is. Gewoon helemaal Joods en niet half Joods. Halve Joden bestaan niet (en als we wel over halve-Joden spreken, dan bedoelen we Joden die erg kort van postuur zijn, halve lengte). 

Ik ontving vrijdag een e-mail met een interessante vraag. De schrijver las dat er op vele plaatsen in de Tora en binnen de halacha op wordt gewezen dat er opgepast moet worden iemand die Joods is geworden te wijzen op zijn afkomst, om hem niet te kwetsen. Maar tegelijkertijd zegt diezelfde halacha dat een koheen, een priester, niet mag trouwen met iemand die Joods is geworden, dat een ger geen rabbinale positie mag bekleden, en zo is er nog een aantal restricties die een ger tsedek (iemand die Joods is geworden) opgelegd heeft gekregen. Is hij dus toch geen volledige Jood? Ik heb de vraagsteller verzocht mij even te bellen met video, whatsapp of per Zoom. Schrift kan verschillende interpretaties krijgen, met elkaar spreken, elkaar zien en elkaar bevragen is een veiligere manier van communiceren.

Mijn antwoord was vrij eenvoudig: u hebt gelijk! Een ger is niet helemaal gelijk aan een Jood van geboorte. Maar een man is niet gelijk aan een vrouw. Een gewone Jood is niet gelijk aan een koheen. Een koheen is niet gelijk aan een leviet (hulppriester). Een hoogleraar is niet gelijk aan een medemens die minder intelligent is. Joden zijn niet gelijk aan niet-Joden. Mensen met een witte huidskleur zijn geen mensen met een zwarte huidskleur … En zo kan ik mijn hele dagboek volschrijven met ongelijkheden. 

Wat wil ik hiermee aangeven? Het Joodse volk wordt gezien als een lichaam. Een lichaam heeft hersens, voeten, een hart. Ieder onderdeel, ieder orgaan van een mens heeft zijn functie. Een superintelligent mens kan niet leven zonder hart. En alleen goedhartig zijn, is niet slim. Met andere woorden: daar waar ik mij bevind, daar ligt mijn opdracht. Mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Wat geldt voor een individuele Jood, geldt voor de samenleving in de volle breedte. Ja, een niet-Jood kan Joods worden, maar dat wordt niet aangemoedigd, want daar waar je je bevindt, daar ligt in principe je taak. En dus moedigt het jodendom niet aan Joods te worden, maar als je doorzet …

Vanmiddag mocht ik een praatje houden (een lezing heet zoiets) voor de DNC, de Dutch Noahide Community. Niet-Joden die leven volgens de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten. Donderdagavond aanstaande begint Sjavoeot, het Wekenfeest, waarop we gedenken dat meer dan 3300 jaar geleden het Joodse volk bij de berg Sinai de totaliteit van het jodendom, Tora en Traditie, heeft ontvangen. Alle wetten en gebruiken voor ons Joden. Maar ook de Zeven Noachidische Wetten die voor de mensheid in z’n geheel gelden, zijn toen gegeven met eraan gekoppeld de opdracht aan het Joodse volk om ervoor te zorgen dat onze medemensen zich aan die Zeven Noachidische Wetten zullen houden. We doen dus toch een beetje aan zending en missie onder de niet-Joden.

Recentelijk gebeurde er nog iets. Niet alleen een toename van gioerkandidaten, niet-Joden die Joods willen worden, maar ook veel meer mensen die zeggen dat ze Joods zijn en dat graag van mij op schrift willen hebben. Met zo’n rabbinale verklaring kun je aanspraak maken op de Wet op de Terugkeer, waarmee je Israël sneller binnenkomt als immigrant. Een wet die speciaal gemaakt is om Joden die moeten vluchten omdat ze Joden zijn, het makkelijker te maken om zich in Israël te vestigen. Had toentertijd, toen tachtig procent van mijn familie vermoord werd, Israël maar bestaan. Overigens zou dat ook voor mijn ouders een zegen zijn geweest, want geloof me, hoewel ik honderden keren heb moeten aanhoren dat zij niet hebben geleden omdat ze niet in Sobibor of Auschwitz waren geweest, ook de onderduik was geen pretje.

Omdat ik dit dagboek nog vandaag de deur uit wil hebben, stop ik nu. Maar nog wel wil ik kwijt dat ik uitgaande sjabbat, na havdala, erg boos was, intens verdrietig werd en vooral het gevoel had in de steek te zijn gelaten door mijn eigen burgemeesters (m/v) in wie ik juist zoveel vertrouwen heb. Maar onder het mom van ‘maak van je hart geen moordkuil’ enerzijds en anderzijds ‘laat je niet leiden door emoties’ schrijf ik nog even (n)iets op. Waarop ik doel? Het vermengen en gelijkstellen van de jaren ’40- ‘45 met de Nakba: dat is niet uitsluitend het importeren van een buitenlands conflict, maar ook een teken van gebrek aan historisch besef, een geschiedkundige blunder, maar, en dat stoort me nog meer en raakt me dieper: door bij een verzetsmonument ter nagedachtenis aan “uw dooden die den goeden strijd  gestreden hebben” een bloemstuk te leggen, wordt Jodenhaat aangewakkerd en worden Joden gedemoniseerd, en dat kan toch van geen enkele burgemeester in ons land de bedoeling zijn geweest … hoop ik.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Niet gelijk, wel gelijkwaardig