De lege synagogen van Izmir

Ondanks de vijandige houding van president Recep Tayyip Erdogan houdt de snel krimpende Joodse gemeenschap in Turkije moedig stand. In de historische kuststad Izmir worden eeuwenoude synagogen opgeknapt, maar voor wie eigenlijk?
Bet Israel-synagoge in Izmir FOTO: A. Savin, Wikipedia
Bet Israel-synagoge in Izmir FOTO: A. Savin, Wikipedia

‘Deze plek is meer dan een paar synagogen bij elkaar, het is een ‘synagogenwijk’. Dit is iets wat je nergens elders op aarde kunt vinden.’ Ongetwijfeld denkt men daar in Jeruzalem of Praag anders over, maar Judith Kiriyati heeft een punt als zij de wijk Karatas in de Turkse havenstad Izmir beschrijft. Alleen al in deze oude Joodse wijk liggen negen synagogen, de meeste dicht op elkaar. Ooit waren dat er 34 in heel Izmir, een uiting van het belang van de kehila in wat tegenwoordig de derde stad van Turkije is. Met tussen 15- en 23 duizend leden, afhankelijk van hoe je telt en ondanks forse en voortdurende krimp, is de Joodse gemeenschap in Turkije tegenwoordig de grootste minderheid in een land dat in meerderheid door moslims wordt bewoond.

Karatas, de oude Joodse wijk van Izmir, rond 1900

Nu leidt Kiriyati in opdracht van een naar haar familie genoemde ngo een restauratieproces in de binnenstad van Izmir, dat nog steeds een kille van zo’n 1500 zielen kent, een fractie van de 50 duizend die er ooit waren. Er zijn nog dertien synagogen over, vertelt Kiriyati in een interview met de Jerusalem Post, in wisselende staat: sommige in gebruik, andere vervallen.

‘Er waren hier geen pogroms en de Joden werden niet vervolgd’

“De Joden van Izmir hebben nooit de Inquisitie hoeven meemaken of de Holocaust. Zij floreerden in Izmir en daarom zijn zoveel synagogen overgebleven. De Turken vernietigden hen niet. Er waren hier geen pogroms en de Joden werden niet vervolgd.” Inderdaad staan de sjoels van Karatas praktisch tegen elkaar aangebouwd.

Wol en tapijten

Als we het Nieuwe Testament mogen geloven, had Izmir – in de oudheid Smyrna genoemd – al een Joodse bevolking in de Romeinse tijd. Een Griekse inscriptie uit de tweede of derde eeuw op een van de archeologische vindplaatsen van de stad spreekt van Rufina, ‘de moeder van de synagoge’. Daarna bleef het lang stil rond de Joden van Izmir, er zijn nauwelijks Byzantijnse bronnen te vinden over de gemeenschap. Na de inlijving van de stad in het Ottomaanse Rijk in 1424 veranderde dat, net als in heel Turkije, maar daarover later meer. De kehila bloeide door de komst van Joden die verbannen waren uit Spanje, Portugal, Napels en Sicilië. Zo was Izmir de geboorteplaats van rabbijn Shabbetai Zvi, die zich halverwege de zeventiende eeuw tot masjiach uitriep. De autoriteiten in Constantinopel wilden geen onrust en dus kreeg Zvi de keuze: de dood of bekering tot de islam. De ‘masjiach’ koos eieren voor zijn geld en werd – samen met zijn volgelingen – moslim.

Izmir floreerde, de stad was een belangrijke haven voor de export van wol en tapijten, maar ook graan, vijgen, olie, rozijnen en bonen naar Europa. Joden pikten meer dan hun graantje mee: als handelaren, als bankiers, als tussenpersonen en vertalers, als artsen. De Nederlands-Portugese Simon de Ciaves vestigde zich in 1690 in Izmir en liet er de Shalomsynagoge bouwen. De gebedshuizen schoten als paddenstoelen uit de grond, maar een enorme brand in 1772 verwoestte ze allemaal. De Joden van Izmir moesten decennialang in privéhuizen bidden. Daar kwamen nog aardbevingen en elf cholera-epidemieën binnen 120 jaar bij.

Geslonken

Nieuwe synagogen werden gebouwd, in een unieke stijl met vier pilaren in het centrum die de sjoel in negen parten verdelen. Dat werd niet altijd gewaardeerd door de lokale moslims: een van de sjoels moest weer worden afgebroken omdat hij te veel op een plaatselijke moskee leek. In de negentiende eeuw kwam de eerste van ten minste zes kranten in het Ladino uit, La buena esperansa (‘de goede hoop’). Joodse scholen en ziekenhuizen werden gebouwd, vaak met financiële steun van de Rothschilds. De eigen Gemeenschapsraad overzag het administratieve leven van de kehila, de beet dien het geestelijke.

Toch begon het juist in die negentiende eeuw mis te gaan. De spanningen tussen de verschillende etnische en religieuze bevolkingsgroepen in Izmir namen snel toe. Deels was dit economisch gemotiveerd, zo zaten Griekse handelaren achter het verspreiden van antisemitische geruchten over hun Joodse concurrenten. In de tweede helft van de eeuw waarde het bloedsprookje door Izmir en sommige families vroegen Europese landen waarmee zij (familie)banden hadden om bescherming, zoals de lokale tak van de Palache-clan dat bijvoorbeeld in Nederland deed.

Het beste was eraf voor de kille van Izmir, na Istanboel en Thessaloniki de grootste in het Ottomaanse Rijk. Halverwege de negentiende eeuw woonden er nog zo’n 50 duizend Joden in de stad, bij de eeuwwisseling was dat aantal tot de helft geslonken. Elk decennium liep het aantal terug; aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, waarin de Joden van Izmir hun geloofsgenoten op de door de nazi’s bezette Griekse eilanden hielpen, waren het er nog 15 duizend. Na de stichting van de staat Israël maakten tienduizend Joden uit Izmir alia. In de tweede helft van de twintigste eeuw en daarna zette deze trend zich voort, waardoor het aantal Joden in de stad waarschijnlijk niet meer zo klein is geweest sinds het einde van de Byzantijnse tijd. Toch is Izmir na Istanboel nog steeds de tweede Joodse stad van het moderne Turkije.

________________________________________

Tijdlijn Joods Turkije

4e eeuw vdgj De eerste Joden vestigen zich in wat tegenwoordig Turkije is, met name in de Griekse stad Sardis. In de Romeinse en Byzantijnse periode zijn de Joodse gemeenschappen relatief gevrijwaard van vervolging.

1421-1453 Kleine groepen Asjkenazische Joden vestigen zich in het Ottomaanse rijk, voorloper van de Turkse staat.

1453 De Ottomanen veroveren Constantinopel en bevolken de stad – deels gedwongen – met Joden uit andere delen van Anatolië.

1492 De Spaanse vorsten Isabel en Ferdinand verbannen de Joden uit hun landen, velen vestigen zich in de steden van het Ottomaanse Rijk op uitnodiging van sultan Bayezid II. Begin van de bloeiperiode van het jodendom in Turkije.

1566 De van oorsprong Portugese Jood Josef Nasi wordt door sultan Selim II benoemd tot hertog en gouverneur van Naxos, een archipel voor de Turkse kust.

Vanaf ca. 1700 Joodse invloed in handel (ten gunste van Grieken) en diplomatie neemt af

1923 Stichting van de Turkse republiek. In de eeuw hieraan voorafgaand had het Ottomaanse Rijk al een groot deel van zijn territorium en daarmee veel Joodse gemeenschappen verloren.

1934 Pogroms in Oost-Thracië, het Europese deel van Turkije; alia naar het Mandaatgebied Palestina neemt toe.

1949 Turkije is de eerste staat met een in meerderheid islamitische bevolking die Israël erkent. Binnen enkele jaren maakt bijna de helft van de Turks-Joodse bevolking alia.

2003 Recep Tayyip Erdogan wordt premier (en later president). Relaties met Israël verslechteren snel en antisemitisme in Turkije neemt een grote vlucht.

________________________________________

Gouverneur en hertog

In veel opzichten is de geschiedenis van de Joden van Izmir een voorbeeld van hoe het hen verging in het hele Ottomaanse Rijk. De historie van de Turkse Joden gaat 2400 jaar terug. In de door de Grieken gestichte stad Sardis in het westen van het land is een synagoge opgegraven en ook onder de Romeinen bestonden er verschillende Joodse gemeenschappen in Anatolië, vooral aan de Middellandse Zeekust. Onder de Byzantijnse keizers leken de Joodse gemeenschappen weinig last te hebben gehad van vervolgingen zoals die ruwweg vanaf het jaar 1000 van de gewone jaartelling in Europa de kop op begonnen te steken. Het Europese antisemitisme leidde uiteindelijk tot de enorme bloei van het jodendom binnen het Ottomaanse Rijk, dat in de vijftiende eeuw Constantinopel en een groot deel van de Balkan inlijfde.

Sultan Bayezid II

Sultan Bayezid II zag in het Alhambra Edict van 1492, waarmee het Spaanse koningskoppel Isabel en Ferdinand de Joden uit Spanje verbande, een kans het door oorlogen en de pest leeggebloede Constantinopel nieuw leven in te blazen. Sefardische Joden uit het Iberische Schiereiland en het koninkrijk Napels en Sicilië trokken met tienduizenden tegelijk naar het oostelijke Middellandse Zeegebied.

Koning Ferdinand verarmde Spanje met de uitzetting van de Joden

Bayezid zou zelfs zijn roemruchte admiraal Kemal Reis naar Spanje gestuurd hebben om de komst van de Joden te faciliteren en later gezegd hebben: “De katholieke koning Ferdinand werd ten onrechte als wijs beschouwd, hij verarmde Spanje met de uitzetting van de Joden, en verrijkte Turkije.” Ook toen een andere Ferdinand, koning van Bohemen, in 1542 de Joden uit zijn landen verjoeg, vonden zij een veilige haven in de steden van het Ottomaanse Rijk. Naast Constantinopel vestigden de Iberische Sefardiem en Boheemse Asjkenaziem zich vooral in Sarajevo, in Thessaloniki, in Turkije zelf in steden als Bursa en Izmir, en tot aan Jeruzalem en Safed toe.

Door de bank genomen hadden de Joden het goed in het Ottomaanse Rijk, al varieerde dat net als in de Europese koninkrijken naar gelang wie er op de troon zat. Hun positie was niet gelijk aan die van moslims en natuurlijk moesten de Joden als dhimmi’s de speciale jizya-belasting, in het Turks haraç genoemd, betalen. Maar al snel floreerde de Joodse millet (autonome religieuze gemeenschap) in de handel, het geldwezen en zelfs in de politiek en diplomatie. Het meest sprekende voorbeeld hiervan was de als Joao Micas in Portugal geboren Josef Nasi. Hij was de neef, schoonzoon en zakenpartner van een van de rijkste en machtigste vrouwen van Europa, Gracia Mendez Nasi. Sultan Selim II benoemde Josef in 1566 tot gouverneur en hertog van de recent door zijn rijk opgeslokte eilandengroep Naxos in de Egeïsche Zee. Een Jood als hertog, het zou ondenkbaar geweest in het Frankrijk of Duitsland van de zestiende eeuw. Nasi kreeg zelfs toestemming van de sultan het Heilige Land met Joden te bevolken en kan in dat opzicht gezien worden als een van de eerste protozionisten.

Bloedsprookje

Nasi was niet de enige succesvolle Jood aan het hof in Constantinopel. Al in de vijftiende eeuw maakte sultan Mehmed II de Veroveraar de arts Hekim Yakup Pasja tot zijn minister van Financiën, al moest deze zijn trouwe dienst met de dood bekopen toen Mehmed in 1481 overleed. De gardisten van de sultan, de janitsaren, beschuldigden Yakup ervan hun meester vergiftigd te hebben en vermoordden de Joodse arts.

Aan het hof van de sultan was er een traditie van Joodse lijfartsen

Sowieso was er een traditie van Joodse lijfartsen aan het hof van de sultans. De in Granada geboren Moses Hamon vervulde die functie voor Soleiman I de Grote en begeleidde hem op zijn veroveringstochten halverwege de zestiende eeuw. En de Portugese marrano Daniel de Fonseca werd lijfarts van Ahmed III in de eerste helft van de achttiende eeuw.

Vanaf die eeuw begon de invloed van de Joden binnen het Ottomaanse Rijk langzaam af te nemen. Zoals we al in Izmir zagen, namen Grieken steeds meer de Joodse rol in de handel van het rijk over. Antisemitisme groeide. In 1840 zag sultan Abdulmecid I zich genoodzaakt zich uit te spreken over het bloedsprookje dat om zich heen greep: “Vanwege de liefde die wij hebben voor onze onderdanen kunnen wij het niet toestaan dat het Joodse volk, dat overduidelijk onschuldig is aan de misdaad waarvan het wordt beschuldigd, verontrust en gekweld wordt als gevolg van beschuldigingen die niet de minste grond van waarheid hebben.” Een verlichte uitspraak, maar de noodzaak ervoor was een teken aan de wand.

Ottomaanse Jood, 1779

Het ineenstortende Ottomaanse Rijk telde steeds minder Joodse onderdanen; niet zozeer doordat zij vertrokken, maar vooral doordat velen zich opeens terugvonden in christelijke staten die zich van de Turken hadden bevrijd. In 1856 werd de positie van de Joden gelijkgetrokken met die van moslims, maar zestig jaar later gaf de keuze voor de kant van Duitsland en Oostenrijk de Ottomanen de nekslag. In het tot de grenzen van het huidige Turkije teruggebrachte rijk woonden in 1923 nog ruim 80 duizend Joden.

De jonge, seculiere Turkse republiek bleek al snel een door en door antisemitische staat

Hen was de genocide op de Armeniërs en de verdrijving van de Syrisch- en Grieks-orthodoxe gemeenschappen van 1915 tot 1917 bespaard gebleven.

________________________________________

Turkse diplomaten en de Shoa

Yad Vashem heeft één Turkse diplomaat, Selahattin Ülkümen, de titel Rechtvaardige onder de Volkeren toegekend. De consul op Rhodos redde naar schatting vijftig Joden van de dood nadat de Duitsers in september 1943 de bezetting van het eiland hadden overgenomen van de Italianen. Van de ongeveer 1700 Joden op Rhodos slaagde Ülkümen erin de Turkse en enkele tientallen aan Turkije gelieerde Joden uit handen van de nazi’s te houden.

De verhalen van drie andere ‘redders’ in het Turkse diplomatieke korps moeten met een stevige korrel zout genomen worden of kunnen zelfs regelrecht naar het rijk der fabelen verwezen worden. Sterker nog, Turkije gebruikt de mythe van deze drie om de Armeense genocide mee te ‘Jew-washen’. Tot die conclusie komt ook de Nederlandse genocideonderzoeker Ugur Üngör in zijn bespreking van de documentaire The Turkish passport. Hierin worden drie Turkse diplomaten die Joden gered zouden hebben in het zonnetje gezet: Ismail Necdet Kent, viceconsulgeneraal in Marseille, Behiç Erkin, ambassadeur in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zijn rechterhand, viceconsul Namik Kemal Yolga. Üngör maakt korte metten met de documentaire. Kents rol beschrijft de onderzoeker als ‘een compleet verzinsel’. Erkin en Yolga zouden zich hebben laten betalen voor hun hulp aan Joden. Üngör wijst erop dat zij alleen al daarom niet door Yad Vashem als rechtvaardigen aangemerkt kunnen worden. Erger nog, Erkin was in zijn jongere jaren zelf medeschuldig aan genocide door de deportatie van Armeense spoorwegarbeiders te organiseren, schrijft de Britse hoogleraar Marc Baer. Ugur Üngör komt dan ook tot de conclusie dat The Turkish passport een zuiver staaltje propaganda is, ‘gebaseerd op manipulatie, mystificatie en verkeerde voorstelling van zaken.

________________________________________

Thracische incidenten

De jonge seculiere Turkse republiek bleek al snel een door en door antisemitische staat. In 1934 wilde de regering van Mustafa Kemal ‘Atatürk’ (‘vader van de Turken’) de Joden van Oost-Thracië, het Europese deel van Turkije ten westen van Istanboel, hervestigen in – lees: deporteren naar – andere delen van het land. Daarom grepen de autoriteiten niet in toen het dat jaar tot pogroms kwam in de regio, in Turkije nog steeds eufemistisch de ‘Thracische incidenten’ genoemd. 15 duizend Joden ontvluchtten het gebied, vooral vanuit de stad Edirne.

De Joodse wijk van Istanboel in 1898 FOTO: Library of Congress

Tijdens de Holocaust ontnam de regering in Ankara tussen de drie- en vijfduizend Joden in het buitenland de Turkse nationaliteit, waardoor deze elke vorm van bescherming tegen de nazi’s verloren. Verhalen over Turkse diplomaten die Joden redden uit de klauwen van de Duitsers lijken, op een enkele uitzondering na, verzonnen te zijn voor propagandadoeleinden (zie kader ‘Turkse diplomaten en de Shoa’). In 1942 voerde Ankara een ‘welvaartsbelasting’ in, die echter niet gold voor moslims. 1500 Joden die deze varlik vergisi niet konden betalen, werden gedetineerd in kampen. Aan de andere kant vonden duizenden Europese Joden een veilig heenkomen in de neutrale Turkse staat. Velen slaagden er in vandaaruit het Britse Mandaatgebied Palestina te bereiken.

Na de oorlog was Turkije het eerste in meerderheid door moslims bevolkte land dat de Israëlische onafhankelijkheid erkende. Hoewel een massale alia door zo’n 40 duizend Turkse Joden de gemeenschap nog verder reduceerde, hadden Ankara en Jeruzalem goede, soms zelfs warme betrekkingen – op economisch en zelfs militair gebied werd intensief samengewerkt. Hier kwam verandering in na het aantreden van de islamist Recep Tayyip Erdogan als premier in 2003.

________________________________________

Turkse Joden in Israël

Er zijn naar schatting zo’n 300 duizend Israëli’s met wortels in Turkije. Deze gemeenschap heeft bijgedragen aan de Joodse staat nog voordat deze formeel bestond en op alle vlakken van de Israëlische samenleving. De voorouders van de vijfde (en eerste Sefardische) president van de Joodse staat, Yitzhak Navon, migreerden al in de zeventiende eeuw vanuit Turkije naar Jeruzalem. De Turks-Joodse gemeenschap heeft talloze Knessetleden voortgebracht. Voormalig minister van Jusititie (nu minister van Gemeenschapszaken) Tzachi Hanegbi heeft Turkse wortels, net als Tamir Pardo, directeur van de Mossad van 2011 tot 2016. Israëls meest onderscheiden oorlogsheld (naast Ehud Barak), Nechemiah Cohen, was van Turkse afkomst; hij sneuvelde in Gaza tijdens de Zesdaagse Oorlog. De in Istanboel geboren Dalia Dorner was van 1993 tot 2004 raadsheer aan het Israëlische hooggerechtshof. Nogmaals: de invloed van Israëli’s van Turkse afkomst strekt zich uit over de hele samenleving, van wetenschappers tot profvoetballers. En over de entertainmentindustrie, denk aan Samuel Maoz, regisseur van internationale succesfilms als Lebanon en Foxtrot. De hoofdrol in die laatste film werd vertolkt door Lior Ashkenazi, wiens ouders vanuit Istanboel naar de Joodse staat emigreerden. Tenslotte is de rol van Turks-Joodse Israëli’s in de muziek het vermelden waard, vooral in de Ladinotraditie. Alleen al de uit het West-Turkse Manisa afkomstig familie Levy, bestaande uit vader Yitzhak Isaac Levy, zijn vrouw Kohava en hun dochter Yasmin, leverde een onschatbare bijdrage aan het voorbestaan van de Judeo-Spaanse muziek.

________________________________________

Met tranen in de ogen

Aanvankelijk probeerde Erdogan een bemiddelende rol te spelen in het Israëlisch-Palestijnse conflict en in 2005 bracht hij zelfs een officieel bezoek aan de Joodse staat. Maar de vriendelijkheid duurde niet lang. In 2009 enterden Israëlische commando’s van de eenheid Shayetet 13 de Mavi Marmara, het Turkse schip van de zogenoemde Gazavloot. Toen activisten de commando’s aanvielen met messen en metalen staven, openden deze het vuur en doodden negen Turken. Hoewel de Israëlische regering later haar excuses zou aanbieden voor het incident en schadevergoedingen zou betalen, daalden de betrekkingen tussen Ankara en Jeruzalem naar een dieptepunt. Sindsdien probeert Erdogan het Israëlisch-Palestijnse conflict te gebruiken om aan invloed te winnen in het Midden-Oosten. Vorig jaar noemde de Turkse president Jeruzalem ‘onze stad’, een verwijzing naar de Ottomaanse tijd waarin de Turken de stad ‘met tranen in de ogen moesten verlaten’. En ook de afgelopen week liet de autocraat van zich horen: naar aanleiding van de onlusten in de heilige stad noemde hij Israël ‘een terroristische staat’. Een nogal cynische opmerking, omdat Turkije een vrijplaats is geworden voor Hamasterroristen.

Het is niet meer dan logisch dat al deze agressieve retoriek zijn weerslag heeft op de verhouding tussen Turken en Joden in Turkije zelf. Anti-Joodse gevoelens zijn toch al schering en inslag in Erdogans islamistische Recht- en Ontwikkelingspartij, de AKP. De houding van de Turkse moslimbevolking tegenover Joodse landgenoten is schrikbarend negatief.

Bijna twee derde van de Turken wil geen Joden als buren

Aan het einde van het vorige decennium had meer dan driekwart van de Turken een negatieve kijk op Joden, bijna twee derde wil Joden niet als buren – en die cijfers zijn er de afgelopen jaren zeker niet beter op geworden. Hitlers Mein Kamp gaat nog steeds grif van de hand in de boekwinkels van Istanboel en Ankara. In deze context van wijdverbreid antisemitisme kan geweld niet uitblijven.

Wat ons terugbrengt in het Izmir en de dicht opeengepakte synagogen van Karatas. Op 4 april 2019 wierp een pro-Palestijnse terrorist een molotovcocktail naar de Bet Israelsynagoge, de grootste sjoel van de stad. Gelukkig werd er nauwelijks schade aangericht en raakte niemand gewond, maar de toon lijkt gezet. De Joods-Turkse website Salom schreef een artikel over de aanslag waarin de autoriteiten uitvoerig werden geprezen om ‘het snelle en grondige onderzoek’ in de zaak. Maar nu Erdogan bijna wekelijks de massa’s ophitst, lijkt dit dweilen met de kraan open en dus slinkt de Joodse bevolking van Izmir verder. Net als die in de rest van Turkije. De vraag is voor wie Judith Kiriyati en haar ngo de synagogen van Izmir willen opknappen als er straks geen gelovigen meer zijn om de gebouwen te bezoeken … en de Turken na 2400 jaar güle güle (‘vaarwel’) tegen hun laatste Joodse landgenoten hebben gezegd.

Het artikel verscheen eerder in het NIW30 van 14 mei 2021

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Diaspora

Het rijke verleden van Joods Afghanistan