Achterdocht
Column

Achterdocht

Esther Porcelijn 23 januari 2023, 15:32
Achterdocht

Toen ik laatst bij een ietwat zweverige bijeenkomst was, om in het kader van dertigersdilemma’s aan mezelf te werken’, vouwde een mevrouw een bordspel uit dat ze zelf had gemaakt. Het was een mevrouw met krullend donkerblond-grijs haar en een vriendelijk gezicht, waaraan je kon zien dat ze een en ander had meegemaakt wat haar alleen maar milder had gestemd. Zo iemand aan wie je onoplosbare vragen wil stellen en van wie je de antwoorden zo aan zou nemen, zelfs als je doorgaans zeer argwanend van aard bent, zoals ik. Ze legde de regels van het bordspel uit en vertelde wat over zichzelf. Het woord energetisch viel.

De bedoeling was dat wij, vrouwen van in de dertig met ongeveer dezelfde dilemma’s, een dobbelsteen zouden gooien en een poppetje het aangegeven aantal stappen op het grote stoffen bordspel zouden verplaatsen om op de eindpositie te vertellen waar je aan moet denken. Die posities droegen namen als het ‘pad van ontkenning’ of ‘hof van ontmoeting’: net vaag genoeg om op iedereen van toepassing te kunnen zijn en toch concreet genoeg om erover te kunnen praten. Een associatiespel.

Zeurjodin
We moesten poppetjes uitkiezen, waarbij ik al het vermoeden had dat onze keuze in deze gedachtewereld vast niet geheel als toevallig zou worden beschouwd. Toen ik mijzelf in stilte vermanend had toegesproken – je doet gewoon mee, de rest doet dat ook! – en me voor zover mogelijk over mijn cynische afkeer van het zweverige had gezet, was ik aan de beurt. Mijn poppetje kwam terecht op het ‘dal van de achterdocht’. Ik realiseerde me onmiddellijk: ja, ik ben best achterdochtig. Tot mijn verbazing kwamen de volgende woorden uit mijn mond: “Ik ben heel achterdochtig, ik denk omdat ik Joods ben.” O nee! Meteen had ik zo’n spijt van wat ik had gezegd, nu moest ik van alles gaan uitleggen en dan zou ik vervolgens ‘die vrouw’ of nog erger ‘die zeurjodin’ worden.

De anderen reageerden gelukkig heel fijn en begripvol toen ik hun (en mezelf) uitlegde dat naar mijn idee die achterdocht heel diep zit, dat ik die herken bij mijn naasten. Dat ik opgevoed ben met het idee dat de buitenwereld nooit helemaal te vertrouwen is en dat het me nu ineens was gaan dagen dat dit niet echt aan de buitenwereld ligt, maar aan ons, aan mij.

Rode draad
Ik moest denken aan mijn familie en aan mijn notoir Moeilijke Oom, zijn diepe achterdocht en hoe hij nog altijd op de vlucht lijkt te zijn. Aan de torenhoge eisen die impliciet aan kinderen in Joodse families worden gesteld. Aan norse familieleden die nooit gewoon enthousiast over iets of iemand kunnen zijn en allereerst opsommen wat er allemaal mis is met een ander, als een emotionele slotgracht. Met het risico mij schuldig te maken aan een enorme confirmation bias (het onwetenschappelijke fenomeen waarbij je op zoek gaat naar bewijs voor je vooraf vastgestelde aanname), durf ik hier toch voorzichtig een rode draad doorheen te rijgen. Waar de rode draad begint, is niet helemaal duidelijk. Waren wij Joden altijd al zo? Waar ik in elk geval graag wil dat de rode draad eindigt, is mij wel duidelijk: bij mij.

Op de website van het Sinai Centrum in Amsterdam, onder andere gespecialiseerd in het behandelen van oorlogsgetroffenen en veteranen, staat: “Hoe ouders hun kinderen opvoeden, kan sporen van de oorlog dragen. Ook als kind of kleinkind van oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog kun je last hebben van het traumatische verleden van de generatie(s) boven je.”

Misschien ben ik al een poging aan het doen een knoop in die rode draad te leggen door hoe ik mijn kinderen wil opvoeden, maar een mens heeft niet overal invloed op. Sommige gevolgen van de geschiedenis bewegen door je heen. We zetten elke keer een kleine stap, net als op het bordspel van de wijze mevrouw.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking