Urkers in Antwerpen

Dagboek van 28 mei 2026.
Azerbeidjan2

Nadat we dinsdagochtend om acht uur weer voet hadden gezet op vaderlandse bodem, was ik ’s avonds in Hilton Hotel Den Haag voor de viering van de onafhankelijkheidsdag van Azerbeidzjan op 28 mei. De ambassadeur is een goede bekende van mij en daarom vond ik dat ik niet mocht ontbreken. Los hiervan, en dat is natuurlijk nog veel belangrijker, Azerbeidzjan is een islamitisch land en tegelijkertijd heeft het een zeer goede band met Israël. Met G’ds hulp zullen meerdere islamitische landen volgen! Dat mijn aanwezigheid werd gewaardeerd bleek onder andere uit de wijze waarop ik welkom werd geheten. Nog geen voetstap had ik gezet in het Hilton Hotel Den Haag, waar de viering plaatsvond, of de persoonlijk assistent van de ambassadeur kwam me letterlijk tegemoet hollen om me binnen te laten. Ik voelde me dan ook meer dan welkom en realiseer me dat dat welkom-zijn niet zozeer mijn persoontje betreft, maar het is een uitgestoken hand naar de Joodse gemeenschap en dus ook richting de staat Israël.

Een van de genodigden was Jan van Zanen, Den Haags eerste burger, die mij spontaan bemoedigde door nadrukkelijk aan te sporen om door te gaan met de strijd tegen antisemitisme en vooral niet op te geven. Tegelijkertijd, en dat was goed om te horen, zei hij dat er meer en meer stemmen hoorbaar worden die een tegengeluid laten horen en zicht- en hoorbaar afstand nemen van het inmiddels alom aanwezige antisemitisme. Zo nodig, benadrukte hij, kan ik hem altijd op zijn mobiele nummer bereiken.

Hierdoor moest ik terugdenken aan zo’n tegengeluid dat ik, naar ik meen, nog niet met u had gedeeld of wel gedeeld maar vergeten, hetgeen me niet zou verbazen. Precies twee weken geleden kreeg ik bezoek van Kamran Ullah, de hoofdredacteur van De Telegraaf, die zich duidelijk profileert als een vriend van Israël. Geboren en getogen in Nederland, maar vanwege zijn Pakistaanse voorouders en zijn niet-Nederlands klinkende voor- en achternaam, wordt hem regelmatig gevraagd of hij Nederlands spreekt. Ik voelde me meteen aangesproken. Want zelfs ik, zonder een niet-Nederlands klinkende voor- en achternaam, werd een paar dagen geleden weer eens goedbedoelend gevraagd sinds wanneer ik Nederland woon en hoelang het mij had gekost Nederlands te leren. Ik kreeg er nog wel even een complimentje bij, want de vraagsteller vond het erg knap van mij dat ik bijna accentloos mijn Nederlands beheerste.

En toen was het woensdag en vertrokken we om elf uur ’s ochtends om zojuist, donderdag 28 mei om 14 uur, weer voet op vaderlandse bodem te zetten. Het was anderhalve dag Antwerpen. Anderhalve dag klinkt niet zoveel, maar toch waren die anderhalve dag zeer intensief en intens. Maaltijden en programma bij Hoffy’s, overnachten in Hotel Maek op vierhonderd meter afstand. Honderdvijftien van de vierhonderd leden van de businessclub van Christenen voor Israël waren vanuit heel Nederland afgereisd naar de Lange Kievitstraat. De deelnemers werden na ontvangst in drie groepen gedeeld om ieder op eigen wijze van de (eigenwijze) gids Joods Antwerpen te bezoeken. Mijn groep, ik was een van de drie gidsen, was numeriek in de meerderheid. Ik denk dat de reden daarvan was dat we met z’n allen de jesjieve gingen bezoeken. Normaal kom je daar als buitenstaander niet binnen, want een jesjieve is geen museum waarvoor je een entreekaartje koopt en vervolgens, zoals in de Antwerpse Zoo, (Joodse) aapjes gaat kijken.

Ik had met de directeur afgesproken dat hij de kinderen zou vragen of ze bereid zouden zijn hun speelkwartier op te offeren. Een keer geen voetbal, maar in plaats daarvan spreken met de gasten uit Nederland die allen, stuk voor stuk, onwrikbaar en eensgezind achter Israël staan en vele Joodse instellingen in Israël met hart en ziel steunen. Los van hun substantiële financiële support zijn ze ook politiek actief om op te komen voor Israëls belangen en strijden ze tegen iedere vorm van antisemitisme. Er waren veel nieuwe gezichten en dus heb ik velen mogen ontmoeten die ik niet kende. Maar de meesten wisten wel wie ik was, vaak vanwege mijn dagboek. Voor de restauratie en leefbaar makende inrichting van een miklat, schuilkelder, in Beër Sjeva werd even tussen de bedrijven door 95.000 euro opgehaald. Het was indrukwekkend hoe de jongetjes van de jesjieve in gesprek raakten met de gasten. Ik had ze eerst even kort uitgelegd wat een jesjieve is en daarna verzocht om gewoon de leerlingen, naast te gaan zitten of staan en te vragen. Alles mocht gevraagd worden en de jongens genoten zichtbaar van de gesprekken die ze mochten voeren en de vragen die ze moesten beantwoorden.

De gebroeders Hoffy hadden een geweldige catering geleverd, zoals altijd, iedereen was meer dan tevreden. Uiteraard heb ik ook een aantal keren de meute mogen toespreken, maar voor mij was het gesprek aan de bar, ’s avonds, eigenlijk het hoogtepunt. De vragen die loskwamen, de antwoorden die ik mocht geven. Hoewel ik die avond geen enkele Urker ontmoette, liep het de volgende ochtend bij het ontbijt totaal anders. Ik ging gewoon ergens zitten aan een tafel waar nog niemand zat en toen ik even weg was en weer terug was gekomen, wist ik mij omringd door een en al Urk. Dat de Urkers soms een beetje last hebben van (te)veel eigenwaarde, bleek wel weer toen mij, zonder een glimp te vertrekken een van de Urkers aangaf dat Urk de hoofdstad van Nederland is. En dat de zestienduizend Urkers de kern van Nederland vormen, waar ook nog achttien miljoen vreemdelingen wonen. Het schijnt dat Urk inmiddels zijn vlag heeft bijgesteld, zo wist een van de Urkers mij te vertellen (of wijs te maken?). Het is een gewone vlag van Israël met daarin de afbeelding van een vis. De vis natuurlijk omdat Urk een vissersdorp is, hoewel het aantal Urkse businessclubleden dat in de bouw zit zeer aanzienlijk is en misschien wel de vishandelaren overstijgt.

Ik stop nu, want zo dadelijk word ik afgehaald om naar Rotterdam te gaan voor de eerste lokale Rotterdamse solidariteitswandeling. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Urkers in Antwerpen