Opinie

Bevrijding?

Paul Damen 04 mei 2020, 09:58
Bevrijding?

Gedwongen binnen, bevrijding herdenkend. Vreemd. Vrees en vervolging voorbij. Maar bevrijd? Neem bijvoorbeeld een familie die de vervolging vrijwel ongeschonden overleefde. De dochter, geboren op Java in een plantersfamilie die medio negentiende eeuw vertrok naar Ons Indië, omdat antisemitisme hier emplooi verhinderde. Vader werd daar directeur van suikerrietfabrieken, moeder fulltime tenniskampioen van Oost-Java. Hun villa had zo veel bijgebouwen en bedienden dat die nu een kazerne van het Indonesische leger huisvest. Op foto’s zien we de familie trots turend naar hun zoveelste nieuwe auto, rietvelden of fabriek, met hun witte tropenhelm boven de ‘koelies’ uittorenend. Weinig ‘Mexicanen’ (lees: Joden, red.) daar op Java, hoewel een Cohen burgemeester van buurgemeente Blitar was. Die paar Sefarden uit Irak of Singapore zigzagden echt niet op sjabbes tussen de vulkanen door naar de sjoel in Soerabaja, die overigens recent afgebroken is omdat men dacht dat het een turnhal was (vreemd dan dat de lokale fanatici eerder wél de davidsterren herkenden die ze van de deur beitelden).

Poeriem heette verhullend ‘oogstfeest’ vanwege de moslims, zoals hier nu Kerstmis ‘winterfeest’ en Pasen ‘lentefeest’ heet. Maar ondanks dat de uitbuiting eufemistisch ‘cultuurstelsel’ heette, bleef het natuurlijk uitbuiting. Toen de vader dan ook op een nieuwe fabriek een ingedutte inlander wakker duwde, stak die hem dood. Volgens zijn weduwe dacht de dader in het donker dat het de vórige directeur was, ‘een slechte Duitser’. De koloniale krant vroeg zich af: ‘Waar moet het heen indien men een slapende “werker” niet meer zou mogen wekken op de ietwat harde wijze, welke bij dit verzuim behoort?’

De vader werd begraven in een kolossaal koloniaal witmarmeren graf, nu waarschijnlijk een tweede leven leidend als tuinpad. De weduwe moest met kinderen, de rest in theekisten, terug naar patria: een bovenwoning aan de Amstelveenseweg, toevallig boven dat restaurant waar recent die Jodenhatende Syriër ruiten intikte. Ze voelde zich verraden door het vaderland, ook onder de nieuwe machthebbers. Haar weigering zich te registreren, zonder ster dus, redde de familie. Terwijl de Jappen in Indië haar laatste inkomen jatten, kocht ze voor haar dochter voor een jaarinkomen een vals Ausweis en stuurde haar naar de nonnen in Brabant. Zelf dook ze onder. Haar zussen daarentegen, nette gebontjaste dames uit Amsterdam-Zuid, schaften zich na hun oproep een nette kaki kampeeroutfit aan, compleet met schopje, voor straks in Palestina. Aan dat schopje hadden ze weinig na twee dagen Sobibor, zou hun overlevende zus na vier advocaatjes op menig familiefeestje nog halfuilend, halflachend memoreren. Is dat bevrijding?

Voor de dochter was er wel een bevrijding – uit de orthodoxie: roken, drinken, bioscoop, zoenen met een jongen aan wie ze tegen de échte bevrijding eind ’44 bekende wat ze eigenlijk was. Geen bezwaar, wel onhandig als het duo op sjabbat op de Zuidelijke Wandelweg na de toegestane tweehonderd stappen door de meelopende schoonmama naar huis werd gedirigeerd, terugtellend: 200! 199! 198!

Hun zonen werden gemakshalve besneden én gedoopt, want je weet maar nooit. Verder bleef de ‘Mexicaanse’ afdeling verborgen, ook op het Molukkenkamp waar ze vanwege haar kennis van Maleis les gaf aan mensen die óók een koffertje onder hun bed hadden liggen. Vreemdelingen in een vreemd land. Maar is dat bevrijding?

Eind jaren zestig, de kinderen grootgebracht, werd ze opgenomen toen de oorlog alsnog opspeelde. Tegen die kinderen, over het bed gebogen, fluisterde ze dat de SD haar alsnog kwam halen. In haar hoofd had de bevrijding nooit plaatsgevonden. Dat gold ook voor haar broer. Als militair kwam hij onder de luizen terug uit het Duitse werkkamp en ging meteen door naar Israël. Na de Zesdaagse Oorlog kreeg hij een huis in Nabloes, Sjechem zei hij zelf, met grote ramen naar de zee en wc-raampjes richting Jordanië. Zijn kleine neefje instrueerde hij bij een kluis vol uzi’s en kalasjnikovs: “Komen ze terug, dan enkel die pleeraampjes inrammen en richten.” Tsja. Maar is dat bevrijding?

Inmiddels is alles ogenschijnlijk in orde: iedereen uit de oorlog is dood, de kinderen kregen zelf kinderen en eentje werd zelfs hoofdredacteur van dit blad.* Tegen de wil van zijn moeder trouwens: “Maar dan wéten ze het, jongen!” Dezelfde grote ongerustheid toen een girokaart van het Joods Nationaal Fonds in de bus gleed: “Hoe weten die kl**tzakken dat?”

Bevrijd dus, maar altijd achterom kijkend. Soms, voor sommigen, is een oorlog nooit over. Of enkel ogenschijnlijk. Maar is dat bevrijding?

*Paul Damen is voormalig hoofdredacteur van het NIW.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (2)
M. De Keyzer 05 mei 2020, 16:59
Weer een goed en mooi geschreven artikel van Paul Damen. Zijn woorden nemen me visueel mee op een verborgen emotionele reis, waarbij ik alles kan voelen, zien en ruiken. Dank je wel Paul Damen.
Sasha Jacobs 08 mei 2020, 06:45
Mooi stuk autobiografie, Paul! En jij zal dat ongetwijfeld wel weten, maar ik hecht er aan om nog maar eens even uit te leggen, waar dat woord ‘Mexicanen’ voor ‘Joden’ vandaan kwam. Het was een verbastering uit het Jiddische ‘meg sie keinen’, ofwel ‘niemand mag ze’....
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *