Achtergrond

De angstige jaren zeventig

De jaren zeventig waren een decennium van ongekende Palestijnse terreur. De vierde oorlog in een kwarteeuw bracht de Joodse staat aan de rand van afgrond, maar leidde uiteindelijk onverwachts tot een blijvende vrede met aartsvijand Egypte.

Bart Schut 25 april 2022, 11:00
De angstige jaren zeventig

In zeven afleveringen beschouwt het NIW de weg die Israël aflegde in zeven woelige decennia, van de pioniersstaat in de jaren vijftig tot de wereldmacht van nu. De serie werd mogelijk gemaakt door Maror. Dit artikel verscheen eerder in NIW 38 5780/2020.

Vol zelfvertrouwen beginnen de Israëli’s op 1 januari 1970 aan het nieuwe decennium. Wie doet hen wat? Na de sensationele overwinning in de Zesdaagse Oorlog is de Joodse staat geliefder dan ooit in Europa en de VS, militair oppermachtig en economisch gezond. Jeruzalem is een verenigde stad onder Joods bestuur – voor het eerst in bijna tweeduizend jaar – en het grondgebied van de Joodse staat strekt zich uit van het Suezkanaal tot de Jordaan. Met de Sinaï en de Golan als buffers kunnen Israëlische burgers zich veilig voelen. En sowieso, de Arabieren zijn in twintig jaar tijd driemaal verpletterend verslagen. Wie doet Israël wat?

Critici die waarschuwen voor zelfoverschatting worden als doemdenkers weggezet. Toch is er reden voor pessimisme. Langs het Suezkanaal, de eigenlijke grens met Egypte, is het sinds het einde van de Zesdaagse Oorlog niet meer rustig geweest. In 1969 begint president Gamal Abdel Nasser zijn war of Attrition, de ‘Uitputtingsoorlog’. Geen grote aanvallen en veldslagen, maar een niet-aflatende serie schermutselingen en beschietingen. Elke keer als het tot een echt gevecht komt, wint de IDF met ogenschijnlijk gemak en brengt de Egyptenaren zware verliezen toe, maar ook die aan Israëlische zijde beginnen op te lopen. Als uiteindelijk op 7 augustus 1970 een wapenstilstand wordt getekend, zijn naar schatting duizend Israëlische soldaten omgekomen, meer dan tijdens de Zesdaagse Oorlog zelf. De verliezen aan vijandelijke kant – Egyptenaren, Syriërs, Jordaniërs, PLO-terroristen en zelfs Russen en Cubanen – zijn minstens tienmaal zo hoog.

Op 28 september 1978 sterft Nasser onverwachts aan een hartaanval. Israëls aartsvijand is slechts 52 jaar oud geworden. In de Joodse staat zullen weinigen een traan laten over de man die drie oorlogen met Israël verloor, maar er bestaat onzekerheid over zijn opvolger, generaal Anwar Sadat. Zal hij Nassers oorlogspad blijven bewandelen of betekent zijn aantreden de vurig gehoopte kans op vrede? Kan een Egyptische president eigenlijk wel overleven zonder vijandschap met Israël?

Voor de PLO is dat niet eens een vraag. De terreurbeweging is sinds de Zesdaagse Oorlog een campagne begonnen tegen de Joodse staat zoals de wereld die nog nooit heeft gezien. Nergens op aarde zijn Joden veilig voor Palestijnse terroristen, in Israël zelf nog het minst. Vooral bussen en vliegtuigen moeten het ontgelden. Twee voorbeelden van de terreurcampagne in 1970 zijn het opblazen van Swissairvlucht 330 op weg van Zürich naar Tel Aviv (47 doden onder wie 15 Israëli’s) en het bloedbad in een schoolbus in Avivim in het noorden van Israël (12 doden onder wie 9 kinderen). De aanslagen zijn het werk van het ook nu nog actieve Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) en afsplitsingen van die terreurbeweging.

Niet-Palestijnse terroristen zoals de Duitse Revolutionaire Zellen en het Turkse Volksbevrijdingsfront moorden lustig mee. De beruchtste onder hen is een Venezolaan: Ilich Ramírez Sánchez, bijgenaamd Carlos de Jakhals, sluit zich in 1970 aan bij de PFLP. Maar het zijn drie leden van een obscure groep terroristen van de andere kant van de wereld, het Japanse Rode Leger, die in opdracht van de PFLP op 30 mei 1972 de luchthaven van Lod – tegenwoordig Ben-Gurion International Airport – binnenlopen en in het wilde weg beginnen te schieten en granaten te gooien. Twee terroristen worden gedood en de derde gewond (en later tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld), maar niet voordat zij 26 onschuldigen – in meerderheid christelijke pelgrims uit Puerto Rico – hebben vermoord.

De olympische vlag hangt halfstok, maar de Spelen gaan door

Op 5 september sluipen acht zwaarbewapende leden van de Zwarte September-afdeling van de PLO langs de lakse beveiliging van het olympische dorp in München. Als zij de deur van een appartement van Israëlische atleten met een gestolen sleutel openen, worden zij betrapt door worstelscheidsrechter Yossef Gutfreund, die zijn gewicht tegen de deur gooit in een poging de terroristen tegen te houden. Het mag niet baten: de Palestijnen gijzelen in twee appartementen elf atleten. Twee van hen verzetten zich en worden direct gedood. Als ultiem bewijs van hun wreedheid castreren de terroristen een van hen, gewichtheffer Yossef Romano. Zelfs koning Hoessein van Jordanië veroordeelt de actie, al is hij de enige Arabische leider die dit waagt.

De PLO’ers proberen hun negen nog levende gijzelaars te gebruiken om 234 Palestijnse gevangenen in Israël en de beruchte Rote Armee Fraktionleiders Andreas Baader en Ulrike Meinhof vrij te krijgen. Duitsland en Israël weigeren en de Duitse autoriteiten beginnen aan een bevrijdingsplan te werken, waarbij zij Israëlische hulp resoluut van de hand wijzen. Antiterreurspecialisten uit de Joodse staat kijken met afgrijzen naar het Duitse amateurisme. Het plan de terroristen in een hinderlaag te lokken gaat hopeloos mis: de politie-eenheden weten niet eens hoeveel terroristen er zijn. De wapens van de Duitsers zijn ontoereikend, hun scherpschutters niet scherp genoeg en de coördinatie tussen de leiding en de veel te schaarse eenheden op de grond is chaotisch. Voordat alle terroristen worden uitgeschakeld, zijn zij in staat het vuur te openen op hun in helikopters vastgebonden gijzelaars. Tot overmaat van ramp laten de Duitsers direct na de actie doorschemeren dat de gijzelaars in veiligheid zijn. Niets blijkt minder waar: alle Israëlische olympiërs zijn dood. Ook vijf van de acht terroristen zijn gedood, de overige drie zullen niet eens voor de rechter komen – zij worden slechts acht weken na het bloedbad in München vrijgelaten door de Duitse regering nadat Zwarte September een Lufthansatoestel heeft gegijzeld. Avery Brundage, de rabiaat antisemitische IOC-voorzitter die zich al in 1936 had ingezet tegen een boycot van de Spelen in Berlijn van 1936, bepaalt dat de ‘the games must go on’.

De elf vermoorde Israëlische gijzelaars van de Palestijnse terroristen in München

Premier Golda Meïr besluit het recht in eigen hand te nemen en geeft de Mossad toestemming voor Operatie Toorn van God: de jacht op alles en iedereen die achter het bloedbad in München heeft gezeten. Al op 16 oktober doorzeven Mossadagenten de PLO-vertegenwoordiger in Rome, Wael Zwaiter, met elf kogels – een voor elke in München vermoorde Israëlische gijzelaar. In december wordt Zwaiters collega in Parijs, Mahmoud Hamshari, opgeblazen met een bom die in zijn telefoon is geplaatst. In de twintig jaar na München worden tientallen Palestijnen die in enige mate bij de organisatie van het bloedbad betrokken zijn geweest uit de weg geruimd. Het meest spectaculaire deel van de ‘Toorn van God’ heet ‘Lente van de Jeugd’, waarbij in februari 1973 Israëlische commando’s onder leiding van de latere premier Ehud Barak tientallen PLO- en Zwarte Septemberterroristen doden tijdens een bliksemactie in Beiroet.

Aan Israëlische zijde worden fouten gemaakt: Mossadagenten denken in het Noorse Lillehammer Ali Hassan Salameh, leider van Zwarte September, te hebben opgespoord, maar het is een Marokkaanse ober die zij liquideren. De agenten worden door de Noorse justitie tot gevangenisstraffen veroordeeld en Golda Meir schort Operatie Toorn van God tot nader order op. Nog een fout: Israëlische straaljagers zien een Libisch passagierstoestel boven de Sinaï aan voor een militair vliegtuig en schieten het neer – slechts vijf van de 113 inzittenden overleven.

Het begin van de Jom Kipoeroorlog is een déjà vu van de toestand in 1948

De Knesset kiest in april biofysicus Ephraim Katzir tot Israëls vierde president, hij treedt aan op 24 mei. In ander politiek nieuws verenigt Menachem Begin vijf rechts-seculiere partijen in één conservatief blok: Likoed (‘handhaving’). De 28 zetels die zijn nieuwe partij op dat moment in de Knesset bezit, doen niet vermoeden dat Likoed de komende halve eeuw de dominante partij in de Israëlische politiek zal worden. En sowieso wordt de stichting van de partij in oktober volledig overvleugeld door regionale en geopolitieke gebeurtenissen.

Een Israëlische tank rijdt langs uitgebrande Egyptische voertuigen in de Sinaï

Op 6 oktober steekt een enorme Egyptische legermacht het Suezkanaal over en breekt door de zwakke Israëlische verdedigingslinie op de oostelijke oever. De dag is bewust gekozen: het is Jom Kipoer, veel Israëlische militairen zijn thuis bij hun families. Denkt de Egyptische president Anwar Sadat werkelijk door de Sinaï te kunnen stoten en Israël op de knieën te krijgen? Waarschijnlijk niet, maar hij ziet een nieuwe oorlog als noodzakelijk om vredesbesprekingen op gelijke voet met de Joodse staat te kunnen voeren. Desondanks – en vooral doordat Sadats langetermijnplannen voor vrede een goed bewaard geheim zijn – staat de Arabische wereld als één man achter hem tijdens de Jom Kippoeroorlog. Tegenover Israël staan naast de legers van Egypte en Syrië eenheden uit Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Jordanië, Irak en Saoedi-Arabië. Het is een déjà vu van 1948.

Moshe Dayan (links) en de lichtgewonde Ariel Sharon bij het oversteken van het Suezkanaal

Israël wordt volledig verrast. De zelfoverschatting, nonchalance en zelfs corruptie die de Arabische legers kenmerken, zijn sinds de Zesdaagse Oorlog de IDF binnengeslopen. Vooral de inlichtingendiensten falen. De aanvankelijke opmars van Egyptische tanks in de Sinaï en Syrische op de Golan leidt tot pessimisme, in sommige gevallen zelfs fatalisme onder Israëlische burgers, politici en zelfs militairen. Is dit het einde van de Joodse staat? Nee, zo erg is de situatie ook weer niet veranderd sinds 1967. Israël kan nog steeds rekenen op zijn uitstekend getrainde en gemotiveerde soldaten en officieren. Symbool van onverzettelijkheid is generaal Ariel Sharon die, wanneer een wanhopige collega hem vraagt ‘wat we nu gaan doen’, antwoordt: “Weet je dat niet? We steken het Suezkanaal over en maken daar een eind aan de hele toestand.”

Zodra de Egyptische troepen zover de Sinaï in trekken dat zij niet langer onder een paraplu van luchtdoelraketten opereren, vormen zij een gemakkelijke prooi voor de Israëlische luchtmacht. De door Sharon geleide tegenaanval isoleert het hele Egyptische Derde Leger op de oostelijke oever van het kanaal, terwijl de Israëli’s al op de westelijke staan, precies zoals ‘Arik’ heeft aangekondigd. Egypte weet dat het verloren heeft, maar president Sadat vermoedt dat zijn gok de Israëli’s én zijn eigen bevolking toch aan het denken – over vrede – heeft gezet.

Op de Golan lukt het de Syriërs ook al de IDF te verrassen. Vooral in het zuidelijk deel van de hoogvlakte is de situatie zo penibel dat minister van Defensie Moshe Dayan hardop speculeert over ‘de val van de Derde Tempel’, waarmee hij de Joodse staat bedoelt. Maar als Israël zijn ervaren reservisten in de strijd gooit, keert het tij en al op 9 oktober beginnen zij hun opmars richting Damascus. Het is maar de vraag of de Syrische president Hafez al-Assad wel Galilea wilde binnenvallen, als hij er al in was geslaagd de hele Golan in te nemen. Assad is doodsbang dat zijn eigen succes een Israëlische nucleaire reactie zal ontketenen. Het is een publiek geheim dat de Joodse staat al sinds de tweede helft van de jaren zestig over atoomwapens beschikt. Nog voor het einde van oktober is de strijd voorbij en hoewel IDF-eenheden op nog maar veertig kilometer van Damascus en honderd kilometer van Caïro staan, zijn de bestandslijnen vrijwel identiek aan die na de Zesdaagse Oorlog. Maar Israël heeft zwaar geleden en meer dan tweeënhalf duizend militairen verloren – meer dan in de Suezcrisis, de Zesdaagse Oorlog en de ‘Uitputtingsoorlog’ bij elkaar. De roep om vrede wordt sterker, zal de Joodse staat nog zo’n conflict overleven? De terreur gaat ‘gewoon’ door: Palestijnse terroristen nemen op 17 december een El Al- en een PanAmtoestel onder vuur op de luchthaven van Rome, waardoor 31 passagiers om het leven komen.

Yitzhak Navon (links) die in 1978 Israëls president werd, met zijn vrouw Ophira en de eind 1973 overleden David Ben Goerion

De inmiddels meer dan drie miljoen Israëli’s zitten met de vraag ‘hoe heeft het zover kunnen komen’? Een onderzoekscommissie constateert dat het leger onvoldoende voorbereid was en wijst IDF-stafchef David ‘Dado’ Elazar aan als hoofdschuldige – volgens sommigen is de term ‘zondebok’ meer op zijn plaats. Elazar wordt ontslagen en sterft twee jaar later aan een hartaanval. Ook premier Golda Meïr overleeft de nasleep van de Jom Kipoeroorlog niet, zij het slechts politiek. Op 11 april 1974 treedt de op een na meest charismatische Israëlische politicus van de twintigste eeuw af en wordt opgevolgd door oud-IDF-stafchef Yitzhak Rabin. Wie de meest charismatische was? Ongetwijfeld David Ben Goerion, maar die is dan al een tijdje van het politieke toneel verdwenen. Op 1 december 1973 sterft de Israëlische ‘vader des vaderlands’ op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Sde Boker in de Negev.

Veel Israëli’s zullen zich na dit dubbele verlies politieke wezen hebben gevoeld, maar het leven gaat door. De dood ook: de bloeddorst van Palestijnse terroristen lijkt geen grenzen te kennen. Op de dag dat Golda Meïr haar aftreden bekendmaakt, bestormen leden van de PFLP een appartement in Kirjat Sjmona en vermoorden achttien bewoners, de helft van hen kinderen. Een maand later doen hun collega’s van het ‘Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina’ hetzelfde in Maälot, alleen is hun doelwit een school: 25 onschuldigen, onder wie 22 kinderen, worden vermoord. En op 8 september blaast de PFLP TWA-vlucht 841 tussen Tel Aviv en Athene op: alle 88 inzittenden komen om

Veel Israëli’s zullen zich na dit dubbele verlies politieke wezen hebben gevoeld, maar het leven gaat door. De dood ook: de bloeddorst van Palestijnse terroristen lijkt geen grenzen te kennen. Op de dag dat Golda Meïr haar aftreden bekendmaakt, bestormen leden van de PFLP een appartement in Kirjat Sjmona en vermoorden achttien bewoners, de helft van hen kinderen. Een maand later doen hun collega’s van het ‘Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina’ hetzelfde in Maälot, alleen is hun doelwit een school: 25 onschuldigen, onder wie 22 kinderen, worden vermoord. En op 8 september blaast de PFLP TWA-vlucht 841 tussen Tel Aviv en Athene op: alle 88 inzittenden komen om.

De populaire chansonnier Mike Brant beroofde zichzelf in 1975 van het leven

In 1975 wordt Israël opgeschrikt door een tragedie van een heel andere aard en schaal. Op dat moment heeft de Joodse staat nog maar weinig internationale sterren voortgebracht, maar Mike Brant is er zeker een. De zanger met de gouden stem viert in Frankrijk grote successen als chansonnier, maar kan de druk van het leven op tournee en zijn succes – waarschijnlijk gekoppeld aan een schuldgevoel vanuit een tweedegeneratiesyndroom – niet aan. Al een jaar eerder probeert Brant lid van de beruchte ‘club van 27’ te worden als hij in Genève uit zijn hotelraam springt. Hij overleeft. Een jaar later doet hij dat niet wanneer hij opnieuw uit een raam stapt, ditmaal van zijn appartement in Parijs. Ander, positiever showbizznieuws: op 11 juli 1976 wordt Rina Mor als eerste Israëlische tot Miss Universe gekroond.

Rina Mor, de eerste Israëlische Miss Universe

Er zijn ook successen in de strijd tegen het terrorisme. Als Palestijnse en Duitse terroristen een Air Francetoestel met 106 inzittenden kapen en naar de luchthaven van het Oegandese Entebbe vliegen, laat Israël zien militair een lange arm te hebben. Dat is nog niet zo gemakkelijk: de krankzinnige dictator van het Afrikaanse land, Idi Amin, heeft de terroristen alle steun toegezegd. Een honderdtal Israëlische commando’s vliegt naar Entebbe en verrast de terroristen en hun Oegandese beschermheren. Alle terroristen worden gedood, alle gijzelaars bevrijd – al laat Amin uit wraak een 74-jarige Israëlische passagier die naar een ziekenhuis was overgebracht, vermoorden – en de IDF-commando’s verliezen slechts één man: hun commandant Yonatan Netanyahu. Inderdaad, de oudere broer van de voormalig premier.

Yonatan Netanyahu

1977 is een waterscheiding in de Israëlische politiek. Nadat Yitzhak Rabin zich teruggetrokken heeft als premierkandidaat vanwege een financieel schandaal, wint Menachem Begin met zijn Likoedpartij voor het eerst de verkiezingen. Na drie decennia zijn de sociaaldemocraten niet meer de grootste partij. De Israëli’s hebben er een heuse naam voor: mahapach, de omwenteling. Begin vormt op 20 juni de eerste rechts-religieuze coalitie in de geschiedenis van de Joodse staat. Het zal niet de laatste zijn.

Menachem Begin als premier en vredestichter, het is misschien maar goed dat Ben Goerion de successen van zijn aartsrivaal – zeg maar gerust aartsvijand – niet meer meemaakt. In oktober 1977 beginnen in Genève vredesonderhandelingen tussen Israël en Egypte onder toezicht van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. President Sadat besluit de regie in eigen hand te houden. Tot verbijstering van vriend en vijand bezoekt hij op 19 november Begin in Jeruzalem en spreekt een dag later de al net zo verbaasde Knesset toe. Begin antwoordt met een tegenbezoek aan Egypte eind december. Gewoon twee vriendelijke staatshoofden bij elkaar op bezoek – alsof de twee landen niet vier oorlogen binnen 25 jaar hebben uitgevochten.

Anwar Sadat, Jimmy Carter en Menachem Begin feliciteren elkaar met de Camp Davidakkoorden (1978)

Met Jimmy Carter als bemiddelaar formaliseren Sadat en Begin de toenadering tussen de twee staten op 17 september 1978 in Camp David, het buitenverblijf van de Amerikaanse president. Voor een overeenkomst over autonomie op de Westoever en in de Gazastrook hebben de drie niet eens de Palestijnen nodig. Verder erkent Egypte de Joodse staat en ontruimt Israël de Sinaï, wat betekent dat ook 4500 burgers de Joodse nederzettingen in het gebied moeten verlaten. Je vraagt je af of dit akkoord niet dertig jaar eerder bereikt had kunnen worden, maar het levert in ieder geval Begin en Sadat de Nobelprijs voor de Vrede op. En de Egyptische president de moordenaarskogel, als hij op 6 oktober 1981 tijdens een militaire parade door leden van de Islamitische Jihad – voorloper van Al Qaida – wordt doodgeschoten.

Ondanks de dood van oud-premier Golda Meïr – volgens David Ben Goerion ‘de beste man van zijn kabinet’ – aan lymfklierkanker op 8 december 1978, eindigen de angstige jaren zeventig opvallend positief voor de Joodse staat. Op 22 maart 1979 bekrachtigt de Knesset de vredesovereenkomst met Egypte, die vier dagen later in Washington door Anwar Sadat en Menachem Begin wordt ondertekend. Israël heeft dan al een nieuwe president, zijn vijfde: in mei 1978 is Yitzhak Navon zonder tegenkandidatuur door de Knesset gekozen tot staatshoofd.

Pianist Arthur Rubinstein kust de hand van de in 1978 overleden Golda Meïr

In datzelfde jaar vindt de geboorte plaats van een opvallende traditie voor Israël: succes bij het Eurovisie Songfestival. De Joodse staat deed vijf jaar eerder voor het eerst mee, maar in 1978 winnen Izhar Cohen en zijn achtergrondzangers van Alphabeta in Parijs het songfestival met hun A-ba-ni-bi. Let wel, in die jaren zong men nog gewoon in de moerstaal, Hebreeuws dus. Het betekent dat Israël een jaar later het festival zelf mag organiseren. Dat gebeurt in het Binyenei Haoema, het internationale congrescentrum in Jeruzalem. Ralph Inbar tekent voor de regie en Israël wint prompt opnieuw. Ditmaal is het Milk and Honey dat met het iconische Hallelujah de hoogste ogen gooit… en het land in ernstige financiële problemen brengt. De Joodse staat kan het zich niet veroorloven twee keer op rij het peperdure festival te organiseren en doet dat dan ook niet. Het Eurovisie Songfestival van 1980 wordt in een aanzienlijk minder heilige stad dan Jeruzalem gehouden: gewoon bij ons in Den Haag.

Izhar Cohen en Alphabeta bij hun winnende Songfestivaloptreden in 1978

Leven en dood in de jaren zeventig

Overleden:
Shmuel Yosef Agnon (1888 – 1970) – In Polen geboren schrijver en de enige Israëlische winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur (die hij in 1966 deelde met de Duits-Zweeds-Joodse dichteres Nelly Sachs).
Zalman Shazar (1889 – 1974) – Geboren als Shneur Zalman Roebasjov nabij Minsk, Belarus. Knessetlid en minister in David Ben Goerions eerste regering. Van 1963 tot 1973 diende hij twee ambtstermijnen als Israëls derde president.

Geboren:
Yigal Amir
(23 mei 1970) – Extreemrechts en -religieus activist. Vermoordde op 4 november 1995 premier Yitzhak Rabin vanwege diens vredesbesprekingen met de Palestijnen. Veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf plus veertien jaar.
Elon Lindenstrauss (1 augustus 1970) – Hoogleraar wiskunde aan de universiteiten van Princeton, Stanford, Berkeley en aan de Hebrew University in Jeruzalem. Won in 2010 de Fields Medal, de vierjaarlijks uitgereikte ‘Nobelprijs’ voor wiskunde.
Dana International (2 februari 1972) – Geboren als Yaron Cohen in Tel Aviv. Kwam op dertienjarige leeftijd uit de kast als transseksueel en heet sindsdien Sharon, met Dana International als artiestennaam. Won in 1998 het Eurovisie Songfestival met het nummer Diva.
Gal Fridman (16 september 1975) – Windsurfer. Fridman is de eerste en tot nu toe enige Israëlische olympische goudenmedaillewinnaar en de enige Israëli die meer dan één medaille bij de Olympische Spelen won: brons in 1996 in Atlanta en goud in 2004 in Athene.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *