De Tweede Kamer stemde vorige week over een wetsvoorstel van Kati Piri (Pro) om het associatieakkoord tussen Europa en Israël op te schorten en een deel daarvan zelfs helemaal te schrappen. Het akkoord is vooral belangrijk voor de handel tussen de Joodse staat en de EU. Met deze stap wordt niet zozeer de regering in Jeruzalem geraakt, als wel het bedrijfsleven.
Eerder nam de antizionistische regering in Spanje onder leiding van Pedro Sánchez het initiatief het akkoord na 25 jaar naar de prullenbak te verwijzen. De stemming in Den Haag vond plaats door middel van hand opsteken. Voor waren SP, Pro, D66, Denk, PvdD, CDA en FvD, dat zich al langer schaart achter anti-Israëlmoties. Even was onduidelijk wat Forum deze keer zou doen, maar dankzij de voorstem van deze partij haalde de motie het. De tegenstemmen kwamen van VVD, PVV, JA21, Groep-Markuszower (inmiddels De Nederlandse Alliantie, DNA), BBB, CU en SGP.
Al eerder was duidelijk dat de stroming-Van Agt in het CDA aan draagvlak heeft gewonnen. Nu blijkt de partij zich bij het anti-Israëlkamp te hebben gevoegd. In de coalitie staat de VVD alleen, maar klaarblijkelijk is die breuk politiek gezien voor de liberalen niet belangrijk genoeg om er een halszaak van te maken.
Motie
Europa sloot in het verleden diverse associatieakkoorden af, het verdrag met Turkije stamt al uit 1963. Het uitgebreidste is de overeenkomst met Oekraïne. Ook met landen als Egypte, Algerije en Libanon bestaan soortgelijke afspraken, hoewel de inhoud verschilt. Het akkoord met Libanon trad in werking in 2006, toen Hezbollah in de Libanese regering zat. Met de Palestijnse Autoriteit werd al in 1997 een interim-akkoord gesloten, drie jaar eerder dan met Israël.
De conclusie is duidelijk: het buitenlandbeleid heeft een grote draai gemaakt
Twee van de drie coalitiepartijen dienden een motie in. Hanneke van der Werf (D66) en Maes van Lanschot (CDA) pleitten voor actieve medewerking aan een kopgroep van lidstaten die pleit voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord. Die motie werd aangenomen. De Israëlische ambassadeur in Nederland Zvi Vapni reageerde op X furieus: “Gisteren vormde zich een gevaarlijke coalitie in het Nederlandse parlement tussen radicaal-links en het antisemitische extreemrechts bij moties tegen Israël. Geen enkele morele scrupules. Schaamteloos!” De werkelijkheid was erger. Ook de ‘middenpartijen’ D66 en het CDA schaarden zich achter de motie-Piri en dienden zelf nog een tweede in.
Politiek spel
Dat het kabinet een duidelijke kanteling in het Israëlbeleid maakt, bleek al een paar weken geleden. Toen tekende de minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) een steunverklaring waarmee de Nederlandse regering zich schaarde achter de Zuid-Afrikaanse ‘genocide’–klacht tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag. Het leek op een politiek spel tussen de minister, zijn ambtenaren en de Tweede Kamerfractie van de VVD. Fractievoorzitter Ruben Brekelmans verdedigde bij hoog en laag de steunverklaring, die volgens hem inhoudelijk niets om het lijf zou hebben. Advocaten op het gebied van internationaal recht, onder wie Geert-Jan Knoops waren het met die lezing pertinent oneens.
De gerenommeerde denktank Thinc (The Hague Initiative for International Cooperation) schaart zich nu achter Knoops’ kritiek: “De aangedragen punten weerspiegelen nauwgezet het eenzijdige narratief van Zuid-Afrika.” Zuid-Afrika is het land dat in samenwerking met Iran destijds de aanklacht bij het ICJ indiende. De conclusie is duidelijk: het buitenlandbeleid van de regering ten opzichte van Israël heeft een grote draai gemaakt. Voor (voorheen) pro-Israëlpartij VVD blijkt dat geen halszaak.