Aan tafel bij Victoria Oppenheim zit haar man Dani, die als geen ander weet wat er in hun gezin is gebeurd sinds zijn vrouw een heftig steekincident overleefde. Victoria denkt terug aan die meiavond in 2016. Met een vriendin zat zij in restaurant Rimon in Amsterdam-Buitenveldert. Een tafeltje verderop zat een man alleen, ze had hem niet eens echt opgemerkt. “Ineens voelde ik iets aan mijn rug. Ik begreep niet wat er gebeurde. En toen zag ik dat er een mes met bloed op mijn tafel werd gelegd.” Victoria droeg een witte jas, die binnen een paar seconden helemaal rood kleurde.
De man liep rustig terug. Hij riep dat er politie gebeld moest worden, dat hij haar had gestoken en wachtte rustig op de politie. Het mes was 19 centimeter lang en bezorgde Oppenheim uiteindelijk een klaplong. De steek werd tegengehouden door de gesp van haar beha, waardoor het mes afketste. “Ik had daar dood kunnen gaan,” huivert ze tien jaar later nog.
Snelle conclusies
Wat Oppenheim nog altijd dwars zit, is niet zozeer de aanval, maar de snelheid waarmee alle vragen werden dichtgetimmerd. “Alles werd zo snel afgedaan: niets antisemitisch, niet terroristisch. En tien jaar later denk ik: dat klopt gewoon niet.”
Diezelfde avond nog verscheen een artikel in de lokale pers waarin werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een terroristisch of antisemitisch motief. Oppenheim zelf lag toen nog in het ziekenhuis. Niemand had op dat moment met haar gesproken. “Ik zat in een koosjer restaurant, vol Joden. Hij was de enige die dat niet was. En binnen een uur, zonder onderzoek, zonder met mij te praten, werd al geconcludeerd dat het geen antisemitisme was. Hoe kun je die uitspraak doen?”
Later bleek dat de dader diezelfde avond ook in een ander koosjer restaurant was geweest, Golan Grill, waar hij had staan schreeuwen en ruzie had gezocht. Bezoekers waren van zijn gedrag geschrokken. Victoria en Dani hoorden dat niet van de politie. Ze moesten het uit de krant vernemen, terwijl juisT was afgesproken dat de recherche hen zelf op de hoogte zou houden. Toen ze de hoofdrechercheur daarop aanspraken, kregen ze een reactie die haar altijd is bijgebleven: ‘Al was hij in dertig koosjere restaurants geweest, dan nog was dat niet relevant geweest voor het onderzoek’.“Er zijn in Nederland maar een paar koosjere restaurants,” zegt Oppenheim. “En hij was er op één avond in twee. Dat vind ik als buitenstaander toch op z’n minst opvallend.”
De rechtszaak
In het proces voor een meervoudige kamer van drie rechters, opende de rechter de zitting met een zin die Oppenheim nooit is vergeten: “Een man uit het Braziliaanse Porto Alegre, wat zou hij tegen Joden kunnen hebben?” Dani wijst erop dat Porto Alegre juist bekendstaat als toevluchtsoord voor nazi’s: “Ik zeg niet dat hij een fascist was. Ik zeg: die vraag was retorisch. Ze hebben het gewoon nooit onderzocht.”
‘Als ik lees dat iemand is neergestoken, komt het allemaal weer naar boven’
De verdediging stelde dat de verdachte leed aan schizofrenie en dat hij stemmen hoorde. Maar de camerabeelden vertellen een ander verhaal, weet Oppenheim. De man zit rustig in het restaurant, dan klapt hij netjes zijn laptop dicht. Vervolgens loopt hij naar een supermarkt om een mes te kopen, je ziet het personeel bij de kassa ervan opkijken. Daarna loopt hij terug naar het restaurant en gaat rustig zitten wachten. In niets leek dit op een impulsieve of verwarde actie. “Waarom pak je je duurste bezit netjes in als je in een waas zit? Waarom koop je dan doelbewust een mes?” vraagt Victoria zich af.
Toen zijn advocaat via een tolk liet vertalen dat zijn cliënt ‘niets tegen Joden’ had, was daarmee voor de rechtbank de kous af. Niemand vroeg door.
Behandeling
De rechtbank volgde het pleidooi van de advocaat: geen gevangenisstraf, maar plaatsing voor één jaar in een instelling waar de man eerder ‘succesvol’ was behandeld. Victoria kreeg een schadevergoeding van 1500 euro. Dat bedrag werd later bijgesteld door het Schadefonds geweldsmisdrijven tot zo’n 2500 euro omdat Victoria’s zenuwschade die zij aan de aanval had opgelopen, blijvend bleek. “Belachelijk,” zegt Oppenheim. “Het dekte niet eens onze kosten.” Ze had nog een civiele procedure tegen de dader kunnen starten, maar de kans dat die iets aan de uitkomst zou veranderen, werd klein ingeschat. Er was geen mogelijkheid tot hoger beroep, als slachtoffer in een strafzaak had ze daar geen zeggenschap over. Het Openbaar Ministerie nam nooit meer contact op. “Ik ben geen partij. Ik heb nooit het dossier in kunnen zien. Is dat gerechtigheid?”
Wat haar vooral raakte, was de toon van de rechter. “Hij leek zich aan ons te ergeren, alsof de antisemitismevraag hem stoorden. Dat was nog een klap.”
Oppenheim pakte tegen medisch advies in al binnen een week haar werk weer op. “Dat was mijn manier ermee te dealen, en niet een goede.” De klap kwam pas later. Op haar werk, enkele maanden na de aanval, verscheen voor haar geestesoog een terrorist die met een geweer al haar collega’s doodschoot. Ze probeerde zich te concentreren op haar werk, maar even later zag ze nog zo’n beeld, van een vliegtuig dat het gebouw binnenvloog. Ze kon de beelden niet stoppen. Pas toen trok ze aan de bel en werd ze doorverwezen naar het Sinai Centrum, waar ze EMDR-therapie kreeg. “Ik vond dat eerst onzin, maar het heeft me wel degelijk geholpen.” Ook nu, tien jaar later, gaat ze nog geregeld terug voor een opfrissessie. Oppenheims PTSS zal nooit helemaal verdwijnen. “Als ik in de krant lees dat iemand is neergestoken, komt het allemaal weer naar boven.”
Meteen na het ziekenhuis ging ze alweer naar het restaurant, om zichzelf te bewijzen dat de plek niet slecht is, alleen de dader was dat.
Signaal
Wat Oppenheim drijft om tien jaar na dato dit signaal af te geven, is haar angst voor wat op dit moment in Nederland gebeurt. Ze groeide op in de omgeving van het Zweedse Malmö, waar haar ouders in 1968 naartoe waren gevlucht tijdens de zogenoemde antizionistische zuivering in Polen. Dat was volgens Victoria een puur antisemitische campagne, verpakt in ‘mooi’ taalgebruik.
‘Drieduizend jaar geschiedenis, onze voorouders houden ons sterk’
In Malmö werd het leven van de Joodse inwoners steeds moeilijker. Nadat zij haar man Dani in Boedapest had ontmoet, kwam ze voor hem naar Nederland. “Ik kwam uit een stad zonder Joodse scholen, zonder koosjer eten, zonder grote gemeenschap. En hier liepen mensen gewoon met een kipa over straat. Dat kan nu minder gemakkelijk. Dat zegt al genoeg, er verandert iets, en niet ten goede.” Na 7 oktober 2023 overwoog het gezin uit Nederland te vertrekken. Victoria vraagt zich af of haar kinderen hier nog toekomst hebben. En als een steekpartij in een koosjer restaurant in 2016 al zo snel werd afgedaan, wat zou er dan nu, in een nog gepolariseerdere klimaat, gebeuren? “Ik denk dat dit soort aanvallen nog sneller in het hokje ‘psychiatrisch probleem’ worden geplaatst en dat de discussie vervolgens vooral zal gaan over Joden die alles maar antisemitisch noemen.”
Geen slachtoffer
Toch toont Victoria Oppenheim zich veerkrachtig. In het afgelopen decennium heeft ze ontdekt hoe belangrijk het is niet te zwijgen. Haar boodschap aan Joden in Nederland is er een van openheid: “In de gemeenschap houd je vaak je eigen problemen voor jezelf. Ik ben daar zelf ook goed in, als iemand vraagt hoe het gaat, antwoord ik meestal ‘goed’. Maar eigenlijk heb ik nog steeds veel moeite met wat er is gebeurd.”
Haar tweede boodschap is scherper: “Laat niemand het in zijn hoofd halen om van jou een slachtoffer te maken. Hoewel je wellicht alle reden hebt om cynisch en verbitterd te raken, bepalen anderen niet dat je slachtoffer bent. Wij zijn veerkrachtig en sterk. Drieduizend jaar geschiedenis, onze voorouders houden ons sterk.”