Een briet mila in Utrecht

Dagboek van van 26 augustus 2026.
Briet mila in Utrecht. Foto: Ariel Yellin Photography
Briet mila in Utrecht. Foto: Ariel Yellin Photography

Verjaardagsfeestjes zijn soms een beetje saai. Iedereen zit in een kring met een drankje en een verplicht stukje taart en er wordt gezocht naar een gezamenlijk gespreksonderwerp, opdat iedereen mee kan doen en na afloop instemmend kan zeggen dat het gezellig was. Maastricht had afgelopen sjabbat een verjaardagspartijtje. Rabbijn Awraham Cohen vierde zijn vijftigste verjaardag, maar hoewel de door dochter Cohen vervaardigde taart niet ontbrak, was van saaiheid geen sprake. Het ‘verjaardagsfeestje’ was een toonbeeld van een hechte, levendige kehilla waar wordt gelernd, gedavvend, gegeten, gedronken en gesmoesd, zelfs af en toe tijdens de sjoeldiensten.

Bij een choepa, een huwelijksinzegening, wordt bij de feestelijke plechtigheid door de chatan, de bruidegom, een glas stukgetrapt ter herinnering aan de verwoesting van de tempel in Jeruzalem, het begin van onze ballingschap. En dus moest er ook dit weekend iets verkeerd gaan. De sjoeldienst op sjabbat had om tien uur moeten beginnen, maar begon, voorzien van een Limburgs kwartiertje, precies een uur later. Schuldig was ik, een bijna-neurotische man van de klok. Bij navraag was mij verzekerd dat de sjoeldienst om tien uur zou beginnen en dat ik niet eerder hoefde te komen om een sjioer te geven.
|En dus, ervan uitgaande dat tien uur in Maastricht half elf zou zijn, was ik klokslag tien uur aanwezig. Een groep van zo’n twintig mensen zat toen echter al in een kring te lernen onder de bezielende leiding van rabbijn Cohen. Bij mijn binnenkomst stond Cohen meteen op en moest ik de sjioer overnemen. En dus begon de sjoeldienst pas om elf uur. Maar los van dit extra uur vertraging-verrijking: de Joodse Gemeente Limburg leeft, groeit en bloeit. Rabbijn Cohen, bestuurders, leden en nog-niet-leden: mazzeltov!

Zijnde in Maastricht en goed geïnformeerd over de ‘ongezellige’ situatie voor Joodse en Israëlische studenten aan de universiteit, kreeg ik ook een positief verhaal te horen. Een Joodse buitenlandse studente met een zichtbare davidster, dus voor iedereen herkenbaar Joods, woonde een bijeenkomst bij van een studentenvereniging. Ze eet weliswaar niet koosjer, maar wel kosher style. En dus, toen er bij een van de eerste bijeenkomsten iets werd geserveerd dat zelfs het predicaat koosjerstijl niet kon verkrijgen en de andere, niet-Joodse studenten bemerkten dat zij niet mee at, werd er spontaan besloten om voortaan uitsluitend koosjerstijl te serveren. Hoewel koosjerstijl in mijn Joodse optiek weinig tot niets voorstelt, was het gebaar van de niet-Joodse studenten een duidelijke stellingname, die ook vermeld mag worden tussen alle negatieve opstellingen en berichten.

Nog nauwelijks thuisgekomen in de vroege uurtjes van de zondag, moesten we alweer weg. Om tien uur zondagochtend: een briet mila in de sjoel van Utrecht. Daar was alles op tijd, behalve de briet mila zelf. Omdat de baby een beetje geel was geweest, moest de besnijdenis om halachische reden een paar dagen worden uitgesteld — zulks ter bepaling van de moheel — en vond die plaats op zondag in plaats van op donderdag, de achtste dag. Maar het leek erop dat de moheel door zijn supersnelle, vakkundige ingreepje de drie dagen achterstand bijna had ingelopen. Wat een simcha bij de ouders, maar misschien nog meer bij de kakelverse, dankbare grootouders, oma Hendrien en opa Joël. Joël van de Rhoer is al jarenlang de onbezoldigde chazan, manusje-van-alles en brugophaler van de Joodse Gemeente Utrecht.
Vanaf dit dagboek: mazzeltov Ilja, Eliora, baby Zamir en grootouders, en alvast een sjana towa oemetoeka toegewenst met gezondheid, voorspoed en sjalom.

Om mijn dagboek ook een stuk spirituele inhoud te geven, hierbij een korte samenvatting van mijn toespraak bij de briet mila.

“We lazen op sjabbat dat wanneer iemand toevallig een vogelnestje tegenkomt met op dat nestje een broedende moedervogel, het verboden is om de eitjes of de kleine vogeltjes te nemen in aanwezigheid van de moedervogel. Pas als we de moeder hebben laten wegvliegen, is het toegestaan om de eitjes of de kleine pasgeboren vogeltjes te nemen, “opdat het je goed zal gaan en je lang zult leven”. Daarna spreekt de Tora over je huis: dat er een hek op het dak geplaatst moet worden om te voorkomen dat iemand van het dak valt. Dan heeft de Tora het over wetten die van belang zijn voor voeding en ten slotte komen de wetten aan bod die onze kleding betreffen, zoals het verbod om wol en linnen door elkaar geweven te dragen.

In onze Tora staat nooit iets voor niets en ook de volgorde heeft een betekenis. Wat is de reden dat hier eerst wordt gesproken over de moedervogel, dan de woning, daarna voeding, om te eindigen met kleding? De mitswa om de moedervogel weg te jagen voordat we haar eitjes wegnemen, vereist weinig inzet. Het kost ons niets om dat te doen en emotioneel begrijpen we deze wet. Bij een briet mila, bij een jubileum en zelfs bij een onverhoopte en onacceptabele 7 oktober voelen we ons Joods; het raakt onze nesjomme. Maar er wordt meer van ons verlangd. Jood-zijn vereist meer dan uitsluitend dat Joodse nesjomme-gevoel.
In welk huis wonen we? De ons omringende omgeving, de wijk waarin we wonen en de vriendenkring die we hebben, worden gesymboliseerd door het huis dat ons omringt en waar we verplicht worden om een hek op het dak te plaatsen om te voorkomen dat iemand valt, de verkeerde kant opgaat als gevolg van een niet-goede en soms verderfelijke entourage: de woning waarin we vertoeven.

Nog ingewikkelder is het om erop toe te zien dat alles wat we tot ons nemen, gelijk voeding, koosjer is. De kranten die we lezen, de televisieprogramma’s die we zien, de geluiden die we horen. Ook hier moeten we grote alertheid betrachten om ervoor te zorgen dat we het juiste pad blijven bewandelen. En het meest ingewikkelde, maar daardoor juist van essentieel belang: mijn kleding! Hoe uit ik mezelf naar derden? Verberg ik mijn Jood-zijn door de davidster te verbergen, mijn tsietsiet bewust onzichtbaar te houden, mijn keppel in te ruilen voor een niet-herkenbare baseballcap? Je onder alle omstandigheden Joods blijven profileren is complex, ingewikkeld, maar daardoor juist zo belangrijk!”

Mijn boodschap aan de aanwezigen bij de briet mila en aan de gasten bij het verjaardagspartijtje van rabbijn Cohen was: jodendom moet en mag er zeker zijn en wordt niet alleen gedreven door verstand, maar juist ook door emotie. We voelen ons Joods. Maar we moeten ons ook als Joden weten te handhaven te midden van een niet-Joodse en zelfs een anti-Joodse omgeving. Steeds moeten we ervoor waken geen ongezonde (geestelijke) voeding en kennis tot ons te nemen. En ten slotte — en dat is het meest gecompliceerd — moeten we er niet voor terugdeinzen om onszelf Joods te profileren en mag van onderduiken, door ons Jood-zijn te verbergen, geen sprake zijn. Mijn ouders moesten onderduiken, maar nu de staat Israël bestaat, zal er van onderduiken geen sprake meer mogen zijn!

Voor woensdag aanstaande staat een zeer belangrijke rechtszitting in mijn agenda en wat betreft de nieuwe Solidariteitswandelingen die ik ga meelopen:

8 september Dordrecht;
22 september Barneveld;
23 september Sneek;
12 oktober Staphorst (voorlopig alleen stolpersteinen, zonder wandeling);
15 oktober Groningen;
22 oktober Buren.

Noteert u het vast in uw agenda om te voorkomen dat ik in m’n eentje loop solidair te zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Een briet mila in Utrecht