Getuigenissen
Column

Getuigenissen

Rivka Hellendall 31 maart 2024, 07:00
Getuigenissen
Soldaten bij de Klaagmuur. Foto: Chaim Goldberg/Flash90

Mijn Australische vriendin Tania is doorgaans een buitengewoon warme en hartelijke vrouw. Deze alleenstaande moeder stelt onder normale omstandigheden haar appartement in Jeruzalem bijna elke week open voor gasten op sjabbat. Naast haar eindeloze vrijwilligerswerk voor soldaten en de Zuid-Israëlische landbouw (ze verkocht een tijd ananassen vanuit huis om de getroffen boeren te ondersteunen) heeft ze nu een nieuw project op zich genomen: groepen Israëli’s en toeristen meenemen naar het zuiden om de door Hamas aangerichte verwoesting met eigen ogen te zien. 

Ze verdient er zelf niets aan. Alle opbrengsten van de trips gaan naar ZAKA, de zoek- en reddingsorganisatie van vrijwilligers die sinds 7 oktober bezig is met het opsporen van slachtoffers of, in de schrijnendste gevallen, stoffelijke overschotten. De bewoners die zijn teruggekeerd naar het zuiden, hebben inmiddels delen van dorpen weer iets weten op te knappen, maar Tania vertelde mij dat de huizen zeker in de eerste weken na de aanslagen weinig aan de verbeelding overlieten. Het bloed op de muren was nauwelijks opgedroogd. 

Reservedienst

Ik ben zelf niet iemand die, zoals dat hier tegenwoordig poëtisch wordt genoemd, ‘getuigenis wil afleggen’. Ik hoefde voor de oorlog ook nooit naar Polen. Ik heb geen bezoek aan een plek van gruweldaden nodig om door te laten dringen wat er is gebeurd, maar iedereen mag dat voor zichzelf beslissen. Als het kan, ben ik liever in de aanwezigheid van overlevers. Luisteren in plaats van zelf aanschouwen.

Zijn familie had al een zoon en broer in het leger verloren, maar hij koos ervoor toch te gaan

Deze week bezocht ik een avond met soldaten die uit Gaza terug zijn en niet weten wat de toekomst brengt. Er was een man van 25 die op 7 oktober meteen bij zijn commando-eenheid werd ingelijfd. Hij had zijn reservedienst eventueel kunnen weigeren: zijn familie had namelijk een paar jaar geleden al een zoon en broer in het leger verloren, maar hij koos ervoor toch te gaan. In de totaal onverwachte trainingsperiode sliep hij drie weken lang twee uur per nacht voordat hij daadwerkelijk Gaza binnenging met de wetenschap dat een deel van zijn eenheid er niet levend uit zou komen. “Ik hou van jullie, dus ik vertel jullie niet wat ik precies heb gezien,” vertelde hij aan de groep toehoorders in de sjoel. Als ik deze uitspraak uit een andere mond had gehoord, had ik zo’n uitspraak waarschijnlijk niet geloofd of in elk geval met een zeker cynisme benaderd. Nu kostte me dat geen moeite. 

Therapie

De man vertelde eerlijk hoe moeilijk het was geweest en hoe moeilijk het nu was om de draad op te pakken. Hij vertelde dat hij veel hulp had ontvangen, zowel financieel als emotioneel, maar dat veel hulpbronnen momenteel schaars zijn. “Ik had al snel relatietherapie nodig. Ik reageer agressiever. Mijn vrouw en ik zijn pas twee jaar samen, maar ze is nu als het ware met een andere man getrouwd.” Wij, de groep, bleven stil. Soms zit er in stilte nog de meeste troost als je verder met stomheid geslagen bent. 

De soldaat drukte iedereen op het hart er nu voor elkaar te zijn en alles in het teken te stellen van achdoet, eenheid. “Als we in deze tijd, door deze oorlog, niet eenheid onder elkaar kunnen bereiken, is het offer van mijn vrienden en mij allemaal voor niets geweest.” Ze hadden het voor ons gedaan, wie ‘wij’ dan ook mochten zijn: links in Tel Aviv of rechts over de Groene Lijn. Dat leek me eerder en nu nog steeds geen gemakkelijke uitdaging, maar wat is moeilijk vergeleken met wat ‘zij’ allemaal hebben meegemaakt? 

Het was misschien wel de grootste reality check uit mijn leven. Laten we waar mogelijk extra ons best doen voor elkaar. We kunnen zulke helden, van wie er honderdduizenden zijn, moeilijk teleurstellen.

Plaats opmerking