Achtergrond

Israëls zelfgemaakte terreur

Joods-nationalistische extremisten terroriseren vanaf illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet alleen Palestijnse burgers, maar ook steeds vaker de IDF. Toch houdt de Israëlische politiek de ‘heuveltopjeugd’ de hand boven het hoofd.

Bart Schut 01 november 2019, 08:00
Israëls zelfgemaakte terreur

Gemaskerde jongeren die in de heuvels van de Westbank stenen gooien naar de Israëlische politie: het is een bekend beeld voor wie het conflict tussen de Joodse staat en de Palestijnen ook maar enigszins volgt. Maar steeds vaker zijn de stenengooiers niet van Arabische, maar van Joodse afkomst. En zij worden steeds agressiever en gevaarlijker: de extreemrechtse ‘heuveltopjeugd’ doet van zich spreken.

Vorige week kwam het tot een voorlopige climax toen de paramilitaire grenspolitie een aantal door de heuveltopjeugd gebruikte keten afbrak in de illegale mininederzetting Kumi Ori. Deze ligt op een paar kilometer van de nederzetting Yitzhar – ook illegaal volgens de internationale consensus – in Samaria. Yitzhar, even ten zuidwesten van Nablus, is een van de epicentra van de gewelddadige religieus-nationalistische jongeren. Van daaruit bezetten zij heuveltoppen, steken zij velden van Palestijnse boeren in brand en organiseren zij vandalisme-acties: begin deze maand werden dertig auto’s in een nabijgelegen Arabisch dorp beklad met leuzen als ‘groeten uit Yitzhar’.

Steeds gewelddadiger
De heuveltopbeweging is niet nieuw, maar wordt wel steeds brutaler en gewelddadiger én lijkt op steun vanuit de rechtse partijen in de Knesset te kunnen rekenen. Het was een politicus die de religieuze nationalisten het groene licht gaf hun operaties te beginnen. Al in 1998 gaf toenmalige minister van Defensie en latere premier Ariel Sharon het startsein: “Alles wat wij graaien, zal in onze handen zijn. Alles wat zij [de Palestijnen, red.] graaien, zal in hun handen zijn.” Het waren de extremistische jongeren uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die aan Sharons oproep gehoor gaven.

Hun acties worden vaak oogluikend toegestaan door (grens)politie en IDF. Politieke steun vinden de heuveltopjongeren bij rechtse partijen als het extremistische Otzma Jehoediet (Joodse Kracht), bij Ayelet Shakeds Nieuw Rechts of bij Tekoema, wiens leider Bezalel Smotrich wil dat Israël weer geregeerd wordt conform de wetten van koning David. Maar, naar nu blijkt, ook bij premier Benjamin Netanyahu’s formeel seculiere Likoed. Dat laatste is een serieus probleem nu de heuveltopjeugd zich steeds vaker tegen de Israëlische politie en de IDF keert.

Nadat Joodse extremisten uit Yitzhar eerder deze maand Palestijnse olijfplukkers in het dorpje Burin hadden aangevallen, keerde hun woede zich tegen luitenant-kolonel Ayub Kayuf, compagniecommandant van de befaamde Golani-brigade van de IDF. De heuveltopjongeren staken de banden van IDF-voertuigen lek en gingen de soldaten te lijf met stenen. De militairen voelden zich zo bedreigd dat zij met scherpe munitie over de hoofden van de extremisten schoten.

Avi Mizrahi, commandant van het Centrale IDF-Commando tussen 2009 en 2012, beschuldigde bij televisiestation KAN premier Netanyahu ervan zich persoonlijk verzet te hebben tegen een harder optreden tegen de heuveltopjeugd. Netanyahu zou tot vijf keer toe hebben voorkomen dat de heuvels waar de extremisten zich verschansen werden ontruimd. “Een deel van zijn [kiezers, red.] basis zit in Yitzhar,” beklaagde Mizrahi zich.

Racistische moord
Hoe gevaarlijk is extreemrechts in Israël? Deze week kwam Elisha O. – zijn achternaam wordt door de autoriteiten achtergehouden omdat hij ten tijde van zijn misdaden minderjarig was – tot een overeenkomst met de openbare aanklager, waarin hij medeplichtigheid bekent aan de racistische moord op drie Palestijnse burgers. De nu negentienjarige O. hielp in juli 2015 hoofdverdachte Amiram Ben Uliel, zoon van een rabbijn, brand te stichten in het huis van de familie Dawabsheh in het stadje Douma op de Westelijke Jordaanoever. Saad en Riham Dawabsheh en hun achttien maanden oude peuterzoontje Ali kwamen om in de vlammen. Elisha O. kan rekenen op een gevangenisstraf van maximaal vijfeneenhalf jaar omdat hij ten tijde van de terreurdaad minderjarig was.

O. zou tijdens zijn ondervraging hebben gezegd te streven naar een staat ‘waarbinnen geen ruimte is voor niet-Joden, (…) als zij niet vertrekken moeten zij gedood worden’. In ieder geval kan in de zaak van Elisha O. en Ben-Uliel niet gezegd worden dat de autoriteiten hun ‘zelfgemaakte terrorisme’, zoals oud-premier Ehud Barak de religieus-nationalistische terreur ooit omschreef, niet serieus nemen. Beide verdachten zijn tijdens hun ondervraging gemarteld door de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Beth.

Foto: Flash90

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *