Op mijn Instagramtijdlijn verschijnen ze steeds vaker. Berichtjes met blauwe davidsterren. Verhalen over bubb’s brisket. Uitleg over antisemitisme, infographics over Joodse geschiedenis. Trots, zichtbaar, luid. En eerlijk gezegd: het doet me iets. Na jaren waarin Joods-zijn iets was wat je liever binnenshuis hield, voelt die openheid als een verademing. Die golf van Joods activisme op sociale media, zeker na 7 oktober, is begrijpelijk en waardevol. Wanneer antisemitisme weer openlijk de kop opsteekt, wanneer mensen met keppeltjes worden uitgescholden en synagogen worden beklad, is zichtbaarheid geen ijdelheid. Het is noodzaak. Trots op je afkomst uitdragen is een daad van verzet. Dat je bestaat, dat je er nog bent, dat je je niet laat wegduwen: dat telt.
Maar ik merk ook iets anders. Bij mezelf en bij mensen om me heen. Wie de hele dag door die specifieke hoek van het internet scrolt, krijgt langzaam het gevoel dat Joods-zijn het enige is wat ertoe doet. Dat identiteit synoniem is met afkomst. Dat je waarde als mens wordt afgemeten aan hoe diep je wortels gaan en hoe luid je ze verkondigt. En daar wringt iets.
Paradoxaal
Een identiteit is geen cv. Joods-zijn, of dat nu religieus, cultureel of etnisch betekent, is een deel van wie je bent. Niet de som. De rabbijn die ’s ochtends bidt en ’s middags klimaatbeleid bestudeert. De seculiere Jood die elke vrijdag aanschuift, maar verder niet zo bezig is met de gemeenschap. De convertiet die zich diep verbonden voelt, maar geen enkele Joodse grootouder heeft. Zij zijn allemaal net zo volledig als de influencer die dagelijks bericht over haar Joodse erfgoed.
Een account dat altijd over hetzelfde gaat, groeit. Een mens die altijd over hetzelfde gaat, verschraalt
Sociale media belonen consistentie en herkenbaarheid. Een account dat altijd over hetzelfde gaat, groeit. Een mens die altijd over hetzelfde gaat, verschraalt. Dat is het wezenlijke verschil. Er is ook iets paradoxaals aan identiteitsactivisme dat puur draait om afkomst. Het spiegelt namelijk exact de logica die antisemieten hanteren. Ook zij reduceren mensen tot hun bloed, hun naam, hun grootouders. Wie we zijn gaat echter veel verder dan waarvandaan we komen. Een Jood die zich alleen nog definieert als Jood, speelt onbedoeld het spel mee van degenen die hem of haar op precies die manier willen vastzetten.
Trots
Wees dus trots. Draag die davidster. Vertel het verhaal van je familie, van de Shoa, van de wederopbouw. Spreek je uit als dat nodig is. Vier Pesach alsof het voor het eerst is. Maar wees ook de persoon die van jazz houdt. Die politicologie studeert. Die zijn buurvrouw helpt met haar kruidentuin. Die twijfelt aan God, maar niet aan de waarde van sjabbat. Wees groot genoeg om niet in één woord samen te vatten.
Onze vijanden hebben altijd geprobeerd ons te reduceren tot één ding. Laten we dat dan niet zelf ook doen.
Eén reactie
Beste Yoram, ik ben wat ouder dan jij en weet allang wie ik ben en wat ik ben en zolang de Alzheimer mij niet te pakken krijgt, zal ik ook blijven wie ik ben. Ik woon al meer dan twintig jaar in een Nederlands dorp. Ik heb mijn Joods-zijn hier nooit gedemonstreerd, noch ontkend en zoals in een dorp wist iedereen in mijn omgeving wie ik was en wat ik was. Meer dan twintig jaar hebben we elkaar begroet bij het tegenkomen, maar sinds de oorlog in Gaza zijn het nog slechts enkelingen die dat doen. Voor de meesten lijk ik transparant en volgens de blikken van sommigen een monster te zijn geworden. Zonder iets aan mezelf te hebben veranderd weet ik nu dus nóg beter wie ik ben: Een trotse, maar eenzame, op zichzelf aangewezen vreemdeling.