Nieuws

Mijn vader riep: ‘Doe er dan wat aan!’

Ulysse Ellian werd geboren in Kaboel en zit nu in de Tweede Kamer voor de VVD. Hij nam het dossier antisemitisme over van Dilan Yeşilgöz-Zegerius toen zij staatssecretaris van Economische Zaken werd. “Jodenhaat bestrijden zie ik als een morele plicht.”

Esther Voet 25 oktober 2021, 10:00
Mijn vader riep: ‘Doe er dan wat aan!’

Dilan Yeşilgöz bracht met Gert-Jan Segers (CU) veel tot stand op het gebied van antisemitsmebestrijding. Waarom wilde je zo graag dit dossier van Yeşilgöz overnemen?
Ik heb van huis uit een grote vriendschap voor de Joodse gemeenschap en Israël meegekregen. Daar speelt natuurlijk de familiegeschiedenis van mijn vader (rechtsgeleerde Afshin Ellian, red.) in mee. Zijn geschiedenis is niet te vergelijken met de gebeurtenissen in bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, maar wij hebben thuis aan den lijve ondervonden wat tirannie en dictatuur is. We weten hoe het is vervolgd te worden. Mijn vader moest zelf voor de Iraanse dictatuur vluchten. Twee van zijn familieleden zijn door het islamitische regime vermoord.

Mijn moeder is Afghaanse en ik ben in de hoofdstad Kaboel geboren. Dat Afghanistan nu zo ver wordt teruggeworpen, gaat me dus extra aan het hart. Ik heb foto’s van mijn moeder met haar vriendinnen zonder hoofddoek op het schoolplein. Hoe anders is dat nu. De Taliban zijn barbaren, wie dat niet ziet is buitengewoon naïef. Toen ik in Kaboel geboren werd, zat mijn vader daar ondergedoken. Hij voelde zich ontheemd. Vandaar ook mijn naam: Ulysse, die hier Odysseus wordt genoemd. Hij dwaalde tien jaar lang rond, maar vond uiteindelijk zijn thuis. Voor mijn ouders en mij werd dat Nederland. Dat is echt ons thuis.

Maar je vader moet hier toch beveiligd worden.
Ja. Vechten tegen tirannie is niet weggelegd voor bange mensen. Angst is een slechte raadgever. De Iraanse machthebbers zijn machtig. Ze laten blijken dat ze precies weten wat hij en ik doen. Gelukkig is mijn partner niet bang aangelegd. Ik hoop dat mijn kinderen nooit beveiligd hoeven te worden . Maar het besef dat het kwaad overwint als goede mensen niets doen, is mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader is strijdbaar en gaat uit van het positieve, zal zich nooit uit het veld laten slaan.

Maar waarom uitgerekend vechten tegen antisemitisme?
Mijn ouders hebben zich verdiept in de Nederlandse geschiedenis en mij daar ook van doordrongen. Ze lieten me al op de basisschool Schindler’s list zien. Vlak na mijn studie zat ik thuis weer eens de wereld te becommentariëren. Mijn vader werd kwaad. Hij zei: ‘Doe er dan wat aan!’

Dat heb ik ter harte genomen. Eerst in mijn woonplaats Almere en nu in de Tweede Kamer. Ik wil vechten voor vrijheid en veiligheid voor iedereen. Dat die zaken niet vanzelfsprekend zijn, maak ik van zeer dichtbij mee. Opstaan tegen onrecht kan een hoge prijs vergen. Dat gegeven loopt als een rode draad door mijn leven. Het dossier antisemitisme wilde ik dus graag hebben, ik wilde me daar hard voor maken. Een leuk onderwerp is het niet, maar ik voel het als een morele plicht Jodenhaat te bestrijden en te vechten voor de veiligheid van de Joodse gemeenschap.

Wat zijn de plannen?
Segers en Yeşilgöz hebben al veel voor elkaar gekregen, maar er blijft meer te doen. Het historisch besef van wat er is gebeurd, wat de verschrikkelijke Holocaust inhield, is echt van groot belang. Als dat besef verdwijnt, ontstaat een voedingsbodem voor antisemitisme. Kijk bijvoorbeeld eens hoe de Jodenvervolging in de oorlog wordt vergeleken met de coronacrisis. Daarnaast zien we een enorme toename van antisemitisme op sociale media. Als dat niet goed wordt geregistreerd, is het probleem niet te bestrijden. Daar wordt nu aan gewerkt. Het is essentieel dat we ons op die registratie richten, en niet alleen op fysieke incidenten. Ik wil de verhalen achter antisemitisme zichtbaar en inzichtelijk maken, samen met Gert-Jan Segers.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *