Het afgelopen jaar mocht ik kennismaken met een relatief nieuwe beweging in Joods Nederland. Laten we haar ‘Nu sjtum’ noemen, ‘Hou je mond’. Volgens de eigen omschrijving is Nu sjtum een radicaal inclusieve beweging, die expliciet ruimte wil bieden aan groepen die zich elders niet altijd gezien voelen, waaronder lhbt’ers en ‘neurodivergente’ lieden, Joden die afwijken van de norm op sociaal of cognitief gebied. Er worden discussies georganiseerd, evenementen gehouden en bijeenkomsten gepland over Joodse onderwerpen.
De inclusiviteit en ruimte voor debat sprak me onmiddellijk aan. Joden hebben tenslotte een reputatie hoog te houden. Waar twee Joden bijeen zijn, klinken drie meningen. De Talmoed leest als een eeuwenoude Whatsappgroep waarin niemand ooit definitief het laatste woord krijgt. Dat is geen gebrek aan discipline, maar een beschavingsideaal. De rabbijnen noemen het machloket lesjeem sjamajiem: een meningsverschil omwille van de hemel, of beter gezegd: omwille van de waarheid. Maimonides schreef in de inleiding op zijn Sjemona Perakiem dat die waarheid aanvaard moet worden, ongeacht wie haar uitspreekt. Daarom ontstaat zij niet ondanks het meningsverschil, maar juist dankzij het meningsverschil.
Achterstand
Ik keek dus uit naar mijn kennismaking. Toch bekroop me al snel het gevoel dat inclusiviteit hier een heel specifieke betekenis had gekregen. Een van de initiatiefnemers vertelde me zonder aarzeling dat de beweging er vooral is voor ‘mensen in de marge’, niet voor de mainstream. Dat was een opmerkelijke mededeling. Ik had altijd gedacht dat ‘radicaal inclusief’ betekende dat ook gemiddelde mensen welkom waren. Mijn e-mails met voorstellen voor samenwerking of ideeën voor activiteiten verdwenen geruisloos in het digitale zwarte gat. Dat kan gebeuren. Eén keer. Twee keer. Maar na verloop van tijd begon ik te vermoeden dat het niet mijn mailbox was die haperde.
Misschien begon ik ook met een achterstand. Ik ben ‘wit’, man, halachisch Joods, cisgender, hetero-seksueel en zionist. Het blijft een fascinerende ervaring als Jood ineens uitgelegd te krijgen dat je vooral heel geprivilegieerd bent. Het hoogtepunt kwam in de online politieke discussiegroep. Die noem ik maar Sjtum redn. De naam beloofde precies waar de Joodse traditie in uitblinkt: moeilijke gesprekken.
Recent werd aangekondigd dat, mede naar aanleiding van de uitspraken van Frans Timmermans, over de vraag of Israël genocide pleegt niet langer gediscussieerd mag worden. Die vraag was, zo werd uitgelegd, inmiddels beantwoord. De deskundigen hadden gesproken. Wie daar nog over wilde debatteren, kon beter een andere groep beginnen.
Dood dogma
Ik moest lachen als een rabbi met kiespijn. Niet omdat ik het per se oneens was met de conclusie, maar omdat ik me afvroeg waarom een discussiegroep bang zou zijn voor een discussie. Ik schreef dat een gesprek pas echt interessant wordt wanneer de fundamentele vragen gesteld mogen worden. De Britse filosoof John Stuart Mill verdedigde de vrijheid van meningsuiting niet alleen omdat een minderheidsstandpunt waar zou kunnen zijn, maar ook omdat zelfs een onjuiste mening ons begrip van de waarheid scherper maakt door haar voortdurend uit te dagen. Een overtuiging die niet meer wordt bevraagd, dreigt volgens Mill te verworden tot een dood dogma in plaats van een levende waarheid.
Het blijft fascinerend als Jood ineens uitgelegd te krijgen dat je heel geprivilegieerd bent
Alsof dat niet genoeg was, waarschuwde een van de moderators de groepsleden voor het telkens innemen van een andere positie. Ik moest die zin twee keer lezen. Intellectuele eerlijkheid vraagt juist de bereidheid een standpunt steeds opnieuw aan nieuwe argumenten te toetsen. Niet uit zwakte, maar uit nieuwsgierigheid. Wie nooit van positie verandert, leert zelden iets nieuws. En wie bij voorbaat weet welk antwoord het juiste is, heeft eigenlijk geen discussie meer nodig.
De Talmoed bewaart zorgvuldig de argumenten van mensen die ongelijk kregen. Niet omdat ongelijk heilig is, maar omdat het debat heilig is. Hillel en Sjammai spreken elkaar voortdurend tegen, en toch zegt de Talmoed: eloe veloe divrei Elohiem chajiem — beide zijn woorden van de levende God. Pas daarna volgt een beslissing. Dat is fundamenteel anders dan zeggen: hierover mag niet meer worden gediscussieerd.
Risico
Een traditie die het stellen van vragen vervangt door het bewaken van antwoorden, verschuift ongemerkt van een zoektocht naar waarheid naar een systeem van zekerheden. Dat voelt voor mij minder als een Talmoed en meer als een catechismus. Of, om in de beeldspraak van dit stuk te blijven: minder als een radicaal inclusieve beweging dan als een verrassend orthodoxe. Niet orthodox in religieuze zin, maar in de overtuiging dat sommige antwoorden zo vaststaan dat de vragen erachter niet langer gesteld hoeven te worden.
Elke ideologische beweging loopt vroeg of laat hetzelfde risico. Zolang een overtuiging een hypothese is, nodigt zij uit tot debat. Zodra zij een morele vanzelfsprekendheid wordt, verandert de functie van een discussie. Dan dient een gesprek niet langer om de waarheid te zoeken, maar om te onderscheiden wie de waarheid al heeft aanvaard en wie nog moet worden gecorrigeerd. Een ideologie wordt orthodox op het moment dat zij niet langer probeert haar tegenstanders te overtuigen, maar zich begint af te vragen waarom zij überhaupt nog mogen tegenspreken.
Kort daarna werd ik uit de groep verwijderd. Dat was misschien wel het leerzaamste moment van het hele jaar. Uiteindelijk begreep ik dat mijn ongemak niet voortkwam uit de politieke kleur van Nu sjtum. Joden hebben al duizenden jaren stevige politieke meningen. Mijn ongemak zat in de methode. Dat is ongetwijfeld de paradox van een deel van de hedendaagse progressieve cultuur. Die viert diversiteit van afkomst, huidskleur, seksuele oriëntatie en genderidentiteit, en terecht. Maar diversiteit van opvattingen blijkt een stuk moeilijker te verdragen. Mijn ervaring was dat de aandacht steeds minder uitging naar de inhoud van argumenten en steeds meer naar de identiteit van degene die ze naar voren bracht.
Ideologisch
Ik verliet deze groep met de indruk dat ik de verkeerde soort diversiteit vertegenwoordigde. Misschien ben ik wel precies de minderheid waarvoor in een radicaal inclusieve beweging geen plaats meer is. En juist dat voelt voor mij als de meest on-Joodse les die een Joodse beweging mij kan leren. Of ik altijd de juiste toon heb getroffen, mogen anderen beoordelen. Waar het mij om gaat, is dat uiteindelijk niet mijn argumentatie, maar het stellen van de vraag zelf problematisch werd. Daar ligt de kern. Een beweging die radicale inclusiviteit nastreeft, bleek uiteindelijk vooral een oefening in ideologische orthodoxie. Niet omdat de antwoorden verkeerd waren, maar omdat sommige vragen niet meer gesteld mochten worden.
Ik verliet de groep met de indruk dat ik de verkeerde soort diversiteit vertegenwoordigde
De filosoof Hans-Georg Gadamer beschreef een werkelijk gesprek als een proces waarin beide gesprekspartners bereid zijn hun eigen horizon te laten veranderen. Die gedachte sluit verrassend goed aan bij de Talmoedische overtuiging dat de ander iets kan zien wat jij nog niet ziet. De ideoloog daarentegen gaat ervan uit dat de ander nog niet begrijpt wat hij zelf allang weet. Dat is misschien wel het fundamentele verschil tussen een traditie die de waarheid zoekt en een ideologie die meent haar al gevonden te hebben.
Een Joodse traditie die ophoudt vragen te stellen, houdt uiteindelijk op trouw te zijn aan haar eigen methode. De Talmoed begint met de vraag. De catechismus begint met het antwoord.
––––––––––––––––––
Naftalie Hershler is oprichter van Makom Chadasj, een platform voor Joodse ontmoeting en dialoog