Overleeft de Joodse cultuur in Amsterdam?

In Wenen applaudisseerde het publiek langdurig voor een toneelstuk over Joods leven en verbondenheid. In Amsterdam is dat nog amper denkbaar.
Vered Raz-foto Bernard Blasband
Vered Raz-foto Bernard Blasband

Op zaterdagavond was bijna elke stoel in het Akademietheater van Wenen bezet. Meer dan tweeënhalf uur zaten jong en oud geboeid te kijken naar Isidor, een toneelstuk over een Joodse man wiens leven de opkomst, het zelfvertrouwen en uiteindelijk de vernietiging van de Weense Joodse burgerij weerspiegelde. Isidor Geller heeft echt bestaan. Hij was een rijke en gerespecteerde advocaat en selfmade zakenman, opgeklommen van een arme orthodox-Joodse achtergrond in Galicië tot een plaats in de Weense haute volée. Hij had geld, vrienden, status en alle redenen om te geloven dat hij erbij hoorde.

Dat was nou juist de tragedie. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, vertrokken leden van zijn familie uit Wenen naar de VS en het Brits Mandaatgebied Palestina. Geller bleef. Hij geloofde dat zijn reputatie, zijn connecties en zijn maatschappelijke status hem zouden beschermen. Zijn hele leven had hij besteed aan inburgering in Oostenrijk. Zijn nieuwe vaderland zou zich echt niet tegen hem keren. Dat deed het toch. Uiteindelijk werd hij door de nazi’s gevangengenomen en stierf hij in een nazigevangenis.

Avondje uit?

En nu, in een tijd van toenemend antisemitisme, kwam zijn verhaal weer tot leven op een Weens podium. Het publiek omarmde het. Aan het einde van de voorstelling barstten de bezoekers in applaus uit. Ik verliet het theater mijmerend over Nederland, en in het bijzonder Amsterdam. Stel je voor dat er vandaag een productie over het Joodse leven, verbondenheid en de vernietiging van de Europese Joden wordt opgevoerd in een groot Nederlands theater … zou het gewoon een avondje uit zijn? Of zou het meteen een politiek slagveld worden?

Die vraag viel moeilijk te negeren tijdens mijn vier dagen in Wenen. Ik zag geen Palestijnse vlaggen. Geen mensen die kaffiya’s droegen. Geen watermeloenspeldjes. Ik kwam geen zichtbare straatpolitiek tegen over Gaza en Israël, die zo alledaags is in Amsterdam. Het was opvallend: Wenen voelde als een Europese stad in plaats van een podium waar het Midden-Oostenconflict voortdurend wordt nagespeeld, zoals in de Nederlandse hoofdstad maar al te vaak het geval is.

Ik zag geen Palestijnse vlaggen in Wenen, geen watermeloenspeldjes

En toen was er de synagoge die open was op zaterdagavond, met Joodse gelovigen binnen. Buiten zag ik maar één politieagent. Geen politiewagen. Geen barricades. Geen intimiderende veiligheidsmaatregelen zoals die rond Joodse instellingen in Nederland inmiddels zo gebruikelijk zijn geworden. 

Opmerkelijk

Natuurlijk vertellen vier dagen in een stad niet het hele verhaal. Ik wil niet zeggen dat Wenen antisemitisme heeft opgelost, noch dat Amsterdam geen Joods leven kent. Wenen heeft zijn eigen pijnlijke geschiedenis van antisemitisme, en het hedendaagse Oostenrijk is bepaald niet immuun voor het probleem. Maar de sfeer in de stad is wel opmerkelijk, en het contrast met Amsterdam is opvallend. De twee hoofdsteden delen een bijzondere Joodse geschiedenis. Beide waren ooit de thuisbasis van grote Joodse gemeenschappen. Beide zagen die gemeenschappen in de Holocaust verwoest worden. Tegenwoordig telt Amsterdam naar schatting 17 duizend Joden en Wenen ongeveer 12 duizend.

Het gevaar is dat Joden een soort cultureel getto creëren

Maar de cijfers vertellen niet het hele verhaal. De vraag is wat voor soort openbare ruimte er overblijft voor de Joodse cultuur. In Wenen is Joodse geschiedenis niet beperkt tot musea en gedenkplaatsen. Het wordt nog steeds op een groot podium uitgevoerd. En in Isidor kan Joodse geschiedenis en cultuur niet los worden gezien van Israël. Israël werd, als thuisland voor Joden, openlijk genoemd tijdens de voorstelling zonder dat het van het theater meteen een politiek slagveld maakte.

Getto

Dat verschil is belangrijk, omdat de Joodse cultuur in Nederland ergens onderweg verstrikt is geraakt in een politiek debat dat Joden zelf niet hebben veroorzaakt. En dus moeten we een pijnlijke vraag stellen: heeft de stad die vermaard is om haar liberalisme en historische Joodse cultuur een punt bereikt waarop de Joodse identiteit steeds meer wordt bekeken door de lens van het Israëlisch–Palestijnse conflict? Als Joodse symbolen meteen als een politieke uitspraak worden gezien, als het noemen van Israël politiek beladen wordt, en als de Joodse culturele gemeenschap gedwongen wordt rekening te houden met de gevoeligheden van een conflict duizenden kilometers verderop, wat gebeurt er dan met die cultuur zelf? Hier schuilt een ongemakkelijke tegenstrijdigheid in.

De echte Isidor Geller, op wie het boek en later het toneelstuk is gebaseerd

Europa heeft decennialang gezegd dat het Joodse leven nooit meer uit de steden mag verdwijnen. Toch kan die cultuur niet overleven als Joden zelf vinden dat hun openbare identiteit een verklaring, een disclaimer of een politieke nuance vereist. Het gevaar is niet alleen dat Joden zich terugtrekken uit het openbare leven. Het gevaar is dat ze een soort cultureel getto creëren: Joodse evenementen en vieringen vinden steeds vaker plaats achter muren, veiligheidscontroles en in besloten ruimtes, terwijl de bredere samenleving minder gewend raakt aan het Joodse leven als normaal onderdeel van de Europese publieke cultuur.

Zichtbaar

Daarom bleef Isidor mij in gedachten. Het stuk gaat niet alleen over wat er met de Joden in Wenen is gebeurd. Het laat ook zien hoe snel een samenleving kan overschakelen van ‘deze mensen horen hier’ naar ‘deze mensen zijn een probleem’. Wenen en Amsterdam dragen allebei de littekens van een wereld die bijna volledig werd vernietigd. De vraag voor de twee hoofdsteden is of de Joodse cultuur volledig zichtbaar, open en onverschrokken onderdeel van het Nederlandse publieke leven kan blijven. Kan er over Israël worden gesproken zonder dat elke Joodse spreker zich eerst moet verantwoorden voor zijn opvattingen over het Midden-Oosten?

Als Joodse symbolen als een politieke uitspraak worden gezien, wat gebeurt er dan met die cultuur?

Misschien is dat de ongemakkelijke les van Isidor: de Joodse cultuur verdwijnt niet alleen wanneer Joden worden verdreven. Die cultuur kan ook langzaam verdwijnen wanneer het openbare leven te politiek beladen, te controversieel of te complex wordt voor de samenleving eromheen om te verdragen. Het applaus in Wenen was dus meer dan applaus voor een toneelstuk: het was een herinnering dat de Joodse cultuur nog steeds het middelpunt van een Europees podium kan zijn. De vraag is of de Joodse gemeenschap van Amsterdam hetzelfde kan doen.

–––––––––––––––––––

Vered Raz is universitair hoofddocent en onderzoekster aan het UMC Leiden. Ze is gepromoveerd aan het Weizmann Instituut en gespecialiseerd in de veroudering van het menselijk spiersysteem. Zij woont sinds 1999 in Nederland.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Opinie

Overleeft de Joodse cultuur in Amsterdam?