Professor in de war
Opinie

Professor in de war

Frits Barend 05 december 2022, 12:56
Professor in de war

Op maandag 7 november ontving ik namens prof. dr. Martijn Eickhoff, directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en namens de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) samen met ruim vierhonderd anderen een uitnodiging voor de ‘afscheidsbijeenkomst prof. dr. Johannes Houwink ten Cate’, met als begeleidende tekst: “Geachte heer/mevrouw, op donderdag 8 december 2022 neemt Prof. dr. Johannes Houwink ten Cate na 38 jaar afscheid van het NIOD vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Ter markering hiervan geeft hij in de Tinbergenzaal van het Trippenhuis van de KNAW een Engelstalige afscheidslezing onder de titel ‘The Terrible Secret? Dutch Jewish Voices on the Nazi Extermination in Real Time’. Aansluitend volgt een receptie. Hierbij nodig ik u van harte uit om aanwezig te zijn bij deze lezing en receptie.” 

Nadat Houwink ten Cate in 2002 was benoemd tot hoogleraar Holocaust- en genocidestudies bij het NIOD en ook vijftien jaar als ‘prof. dr. Houwink ten Cate’ stond vermeld op de officiële site van het NIOD, werd hij vijf jaar geleden ineens Dr. Houwink ten Cate, Senior Onderzoeker, nadrukkelijk zonder de titel professor. De KNAW, die wordt gezien als het geweten van de wetenschap, bevestigt desgevraagd “dat Houwink ten Cate inderdaad geen hoogleraar is, bij het NIOD als senior onderzoeker in de systemen staat en alleen als Dr. op de site”. De vraag is dus: wie neemt wie in de maling bij het afscheid eind dit jaar van een professor die al vijf jaar geen professor meer is? Houwink ten Cate bezette vanaf 2002 een zogenoemde bijzondere leerstoel als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in samenwerking met het NIOD, met een looptijd van een bepaald aantal jaren. 

Sine laude

Gangbaar is dat een zittende hoogleraar na een positieve evaluatie wordt herbenoemd, tenzij het betreffende instituut ervoor kiest de overeenkomst niet te verlengen. Dat laatste overkwam Houwink ten Cate in 2017 toen de UvA en het NIOD van mening waren dat er reden was hem niet opnieuw te benoemen als hoogleraar. Het unieke, maar voor insiders begrijpelijke besluit in 2017 van het beëindigen van het hoogleraarschap van Houwink ten Cate zou je in plaats van een luid bejubelde universitaire promotie cum laude kunnen omschrijven als een stille wetenschappelijke degradatie sine laude. 

Aanleidingen tot die rigoureuze maatregel in 2017 vormden naast gebrekkige begeleiding bij promoties bijvoorbeeld het falen van Houwink ten Cate om als jonge wetenschapper namens het NIOD het standaardwerk over de Joodse Raad te schrijven. Omdat er jaren na het verstrekken van de eervolle opdracht nog geen letter op papier stond, moest het NIOD noodgedwongen de verleende subsidie van ruim een ton terugbetalen. Uiteindelijk was het de Leidse wetenschapper dr. Bart van der Boom die in april 2022 vele jaren later dan gepland De politiek van het kleinste kwaad. Een geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam, 1941-1943 publiceerde. Maar Houwink ten Cate verzette zich in 2017 tegen zijn ‘ontslag’ en nam een jurist in de hand om te bewerkstelligen dat hij zijn laatste termijn als hoogleraar kon volmaken tot de pensioengerechtigde leeftijd in 2022. 

De vraag is dus: wie neemt wie in de maling bij het afscheid eind dit jaar van een professor die al vijf jaar geen professor meer is?

Om een langdurig juridisch gevecht te vermijden, werd een geheime vaststellingsovereenkomst gesloten, waarover de betrokkenen zich hebben verplicht te zwijgen. De KNAW schreef me nog dat “het niet ongebruikelijk is dat oud-hoogleraren na hun ontslag/pensioen de aanspreektitel professor blijven gebruiken en dat doet Houwink ten Cate dus.” Maar dat deed Houwink ten Cate als een van de bestbetaalde werknemers van het NIOD juist weer niet, tot de uitnodiging voor zijn afscheid. Bij publieke optredens liet hij zich de laatste jaren consequent emeritus hoogleraar noemen, zoals in De Groene Amsterdammer van 24 april 2019, bij het stellen van een vraag in het cortège van hoogleraren bij de veel besproken promotie van Ad van Liempt op 9 mei 2019 aan de Rijksuniversiteit van Groningen, in De Volkskrant van 31 januari 2020 en begin dit jaar op de site van de NOS bij de affaire over het verraad van Anne Frank. Hoe ik ook heb gezocht, er is geen enkele publieke mededeling of officiële publicatie van een emeritaat van Houwink ten Cate vanaf 2017 terug te vinden. 

Ceremonieel

Medewerkers van de KNAW, UvA en het NIOD toonden zich overigens uiterst meewerkend in het zoeken naar antwoorden op mijn vragen. Zo vroeg ik naar de juistheid van de vermelding professor in de uitnodiging van 7 november voor het afscheid van Prof. dr. Johannes Houwink ten Cate, zoals hij overigens ook nog altijd staat vermeld op de officiële site van de UvA. In haar antwoord schrijft de medewerkster van het NIOD: “Johannes Houwink ten Cate neemt als senior onderzoeker op 8 december a.s. na 38 jaar afscheid van het NIOD vanwege het bereiken van de pensioen-gerechtigde leeftijd.” Klein detail is dat het NIOD hem in deze reactie senior onderzoeker noemt in plaats van professor, waarbij de medewerkster opmerkt dat een hoogleraar aan de UvA ‘senior onderzoeker’ kan zijn bij het NIOD. Het NIOD antwoordt verder: “Als medewerker van het NIOD en als hoogleraar aan de UvA van 2002 tot 2017 doceerde Johannes bij de (Engelstalige) master Holocaust en Genocidestudies.” Ik lees toch echt: hoogleraar van 2002 tot 2017 en niet tot 2022. 

Hoe ik ook heb gezocht, er is geen enkele publieke mededeling van een emeritaat terug te vinden

Het antwoord van het NIOD vervolgens: “Let wel, het betreft hier geen afscheid van Johannes als hoogleraar: de uitnodiging is niet door de UvA verzonden, de bijeenkomst vindt niet plaats in de Aula en wordt niet omgeven door ceremonieel. Iemand die, zoals
Johannes, in het verleden de functie van hoogleraar heeft bekleed, mag formeel de titel hoogleraar en/of professor blijven dragen. Hij of zij gaat met ‘emeritaat’ en mag nog vijf jaar lang promovendi begeleiden. Uitzondering op deze regel is oneervol ontslag. Omdat daar in dit geval geen sprake van is, vindt het NIOD het passend om Johannes als ‘professor’ aan te duiden.” Om tenslotte mee te delen: “Wel was het zorgvuldiger geweest als het NIOD ‘emeritus’ toegevoegd had aan de titels in de uitnodiging voor zijn afscheid. Ook was het correcter geweest als op de medewerkerspagina van Johannes op niod.nl ‘em. prof. dr.’ had gestaan.” 

Ter verduidelijking: alle cursiveringen zijn van mij zoals bij Johannes, die in het verleden de functie van hoogleraar heeft bekleed

Samengevat kan ik niet anders concluderen dan dat het NIOD mij heeft uitgenodigd voor het feestelijke afscheid met lezing op 8 december van een professor die op de eigen NIOD-site al vijf jaar niet meer als professor staat vermeld. Zo’n feest voelt toch een beetje alsof ik word uitgenodigd door FC Barcelona omdat Ronald Koeman eind deze maand met een demonstratietraining in stadion Camp Nou, gevolgd door een receptie, feestelijk afscheid neemt als trainer van de Catalaanse voetbalclub. Prof. Barend begrijpt er weinig van.

Plaats opmerking