Nieuws

Roofkunstrapport: belangen rechthebbenden horen voorop te staan

Op maandag 7 december kwam het evaluatierapport Streven naar rechtvaardigheid uit van de commissie Kohnstamm in zake herkomstonderzoek naziroofkunst van de door Den Haag aangestelde restitutiecommissie. Naast woorden als ‘verheugd’ en ‘mijlpaal’ waarmee dit rapport wordt aangeduid, zijn er ook vragen.

Esther Voet 07 december 2020, 12:05
Roofkunstrapport: belangen rechthebbenden horen voorop te staan

Er zijn nog steeds vele voorbeelden van rechtmatige erfgenamen die een heftige strijd voeren om tijdens de nazitijd geroofde kunst van hun familie terug te krijgen. Om dat in goede banen te leiden, is destijds een Restitutiecommissie ingesteld onder leiding van Alfred Hammerstein, oud-president van het gerechtshof in Arnhem. In 2020 zou een evaluatierapport worden opgesteld over de voortgang, en dat kwam maandag 7 december uit. Dat adviesrapport is afkomstig van wat in de ‘volksmond’ de commissie Kohnstamm is gaan heten. 

Sinds 2001 worden verzoeken tot teruggave beoordeeld door de Restitutiecommissie. Het kan daarbij gaan om kunst die deel uitmaakt van de rijkscollectie, maar ook gemeentelijke en provinciale musea hebben naziroofkunst in hun bezit. Opvallend detail, de voorzitter van dieRestitutiecommissie, Hammerstein legde kort voor de presentatie van het evaluatierapport zijn functie neer. In 2018 ging het onderzoek naar de herkomst van de werken over naar het NIOD, het Rijks Instituut voor Oorlogsdocumentatie. De vertraging die het onderzoek heeft opgelopen is gigantisch. Er zou nu al een vertraging van vijf jaar zijn. Bronnen melden het NIW datHammerstein de controle over het onderzoek had verloren. De vicevoorzitter van die Restitutiecommissie, Els Schwaab, volgt hem nu op.

Op z’n gat

Uit dit vandaag gepresenteerde rapport onder leiding van Jacob Kohnstamm blijkt dat er al sinds 2007 geen structureel onderzoek meer plaatsvindt naar de herkomst van naziroofkunst en naar de oorspronkelijke Joodse eigenaren en hun erfgenamen. De website ‘Herkomst gezocht’ die claimanten moest voorzien van informatie over kunstwerken waarvan wordt vermoed dat ze geroofd zijn, ligt al jaren op z’n spreekwoordelijke gat: er heeft al tijden geen enkele actualisering meer plaatsgevonden. In plaats van dat er actief werd gezocht naar erfgenamen, werd passief afgewacht wie zich zou komen melden. Dat is in strijd met uitgangspunten die internationaal zijn vastgesteld in de zogenoemde Washington Principles. Bij de opstelling van die Principleswas Nederland in eerste instantie voortrekker, ‘maar nu doet het zijn best slechtste jongetje van de klas te worden’ meldden critici al eerder, want al in 2007 werd dat onderzoek de facto gewoon beëindigd. De commissie Kohnstamm stelt in haar rapport dan ook dat het herkomstonderzoek zo snel mogelijk moet worden hervat. ‘Daarnaast moet er een nieuw en eenduidig beoordelingskader komen voor verzoeken tot teruggave van de naziroofkunst. In dit beoordelingskader vindt geen afweging meer plaats tussen de belangen van de verzoekers en het belang van het museum. Betekenisvol herstel van onrecht moet het uitgangspunt van beleid zijn,’ aldus de commissie. Een belangrijke passage omdat de beoordeling van wel of niet teruggave aan de erfgenamen regelmatig leek te duiden op willekeur, of de voorkeur om het belang van een museum dat zo’n roofkunstwerk in zijn bezit heeft, voor dat van de erfgenamen te laten gaan. 

De evaluatiecommissie adviseert dat het Expertisecentrum Restitutie van het NIOD in staat gesteld wordt om dit structurele herkomstonderzoek zo spoedig mogelijk te hervatten en praat daarbij over een nieuw bedrag van 3 miljoen euro dat die nieuwe opstart mogelijk moet maken. 

Traag en ondoorzichtig

In een reactie spreekt het Centraal Joods Overleg dat het ‘met grote instemming’ kennis heeft genomen van de conclusies en aanbevelingen van de Commissie Kohnstamm. ‘De staat, diverse stedelijke en particuliere musea bezitten nog circa 4000 kunstvoorwerpen, die in de jaren 1933-1945 merendeels aan Joden toebehoorden. Van de 1600 kunstvoorwerpen, die de laatste 19 jaar zijn teruggevraagd, werd slechts ongeveer een derdena een uitspraak van de Restitutiecommissie teruggegeven,’ aldus het CJO.

Daarnaast spreekt de organisatie van een ondoorzichtig, traag en ontoegankelijk proces, ‘wat aansluit bij de ervaringen die het CJO zelf ook heeft ondervonden’. 

Volgens het CJO hoort de teruggave van roofkunst geen ander doel te hebben dan het vreselijke onrecht dat de nazislachtoffers is aangedaan, binnen de mogelijkheden die er nu nog zijn, te herstellen. ‘Het CJO heeft tijdens het gesprek met de Commissie Kohnstamm sterk aangedrongen om bij de beslissing over restitutie niet langer het belang van de hedendaagse houder van het kunstvoorwerp (vaak een museum) en het belang van het openbaar kunstbezit te laten meewegen. Deze belangenafweging is onethisch, omdat hij ten diepste impliceert dat een gestolen goed eventueel mag worden gehouden, als het voor Nederland uniek is en een trekpleister is voor een museum. De regering heeft dit ongelukkige afwegingskader in 2015 ingevoerd voor alle roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog, waarvoor een restitutie verzoek wordt ingediend.’

De commissie pleit er nu dus voor om die afweging geheel buiten beschouwing te laten, maar concentreert zich rond twee vragen: is de verzoeker om teruggave de oorspronkelijke eigenaar of erfgenaam en is het aannemelijk dat de eigenaar in de periode 1933-1945 het kunstvoorwerp onvrijwillig heeft moeten afstaan wegens omstandigheden die verband hielden met het nazi-regiem?

‘Het beleidskader dat de Commissie nu voorstelt voor restitutie is simpeler, invoelender en rechtvaardiger,’ aldus het CJO, dat de hoop uitspreekt dat minister Ingrid van Engelshoven, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het rapport onverkort zal overnemen.

‘Onze adviezen overgenomen

Ook het CRDJ, het Centrum voor Onderzoek naar de Geschiedenis der Nederlandse Joden, onderdeel van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, reageert positief. Alfred Fass, zelf claimant, zit in het bestuur van deze organisatie en heeft ook een uitgebreide verklaring afgelegd tegenover de commissie Kohnstamm over zijn eigen strijd om van zijn familie geroofde kunst terug te krijgen. Het gaat in zijn geval om de zogenoemde Adelsberg-collectie. ‘Het CRDJ constateert met genoegen dat de adviezen die het CRDJ in een hoorzitting voor de commissie heeft gegeven, zijn verwerkt in het rapport,’ zo stelt de organisatie, en merkt daarbij op dat zij hoopt dat de regering het advies van de commissie Kohnstamm ‘snel en volledig’ zal uitvoeren. ‘Het belang van diegenen van de eerste generatie die nog in leven zijn is levensgroot evenals voor de tweede generatie. Wij verwachten, dat Nederland, na implementatie van het advies, weer een internationale voortrekkersrol kan vervullen omdat ook in andere landen gelijke situaties bestaan. De ongewenste juridisering en bureaucratisering van het restitutieproces wordt aan de kaak gesteld en is terecht een van de grondslagen van het advies geworden.’

Toch ook een puntje van kritiek, want het advies van Kohnstamm heeft de aanbeveling eventueel appèl aan te tekenen tegen een uiteindelijke beslissing van de minister, niet meegenomen. 

Het CRDJ: ‘Het budget van drie miljoen dat genoemd wordt is een stap in de goede richting. Wel heeft het CRDJ vragen betreffende de taakverdeling tussen de nieuw op te richten Helpdesk bij de Rijksdienst Cultureel Goed (RCE) en het bij het NIOD behorende expertisecentrum. Het beheren en uitbreiden van de database van de website ‘Herkomst Gezocht’ hoort bij het proactief zoeken naar de erfgenamen en hoort niet bij NIOD thuis,’ aldus CRDJ. Het NIOD geeft volgens de organisatie immers zelf aan, dat een conflict of interest vermeden moet worden. 

En er is een laatste prangende vraag vanuit de CRDJ om onderzoek te doen naar de gang van zaken in 1950, toen maar liefst 4000 kunstwerken door de regering werden geveild.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *