Achtergrond

Tussen alarmisme en wegkijken

Eerder onderzocht historicus Bart Wallet de oorsprong van het ‘nieuwe antisemitisme’. Vandaag deel 2 van zijn essay, over Arabisch-islamitisch antisemitisme, de verspreiding van anti-Joodse complottheorieën en de aard van links antisemitisme na de Tweede Wereldoorlog.

Bart Wallet 27 december 2019, 09:00
Tussen alarmisme en wegkijken

In 1975 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een omineuze resolutie aangenomen waarin werd gesteld: ‘zionisme = racisme’. Achter die resolutie zat hetzelfde antiracistische vertoog dat JeanPaul Sartre eerder al had bespeurd aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn. Zionisme werd nu gezien als imperialistisch en kolonialistisch en bij uitstek deel van de westerse Griff nach der Weltmacht. Alle nationale bevrijdingsbewegingen konden rekenen op de onverdeelde steun van het communistische blok, behalve het zionisme. Dat was een bourgeois en kosmopolitische ideologie, die Joden verhinderde om mee te doen in de wereldwijde communistische revolutie.

Het was duidelijk dat de resolutie voortkwam uit het communistische ‘nieuwe antisemitisme’, maar er kwam een nieuw element bij. Na 1967 kwam de Palestijnse zaak voor het eerst echt goed in de wereldopinie en barstte de kritiek los op de Israëlische omgang met de Palestijnen. Die omgang werd getypeerd als racistisch en daarmee werd het politieke conflict tussen Israëli’s en Palestijnen getild naar een nieuw, links verstaanskader.

Nieuw was ook dat de resolutie niet alleen door het communistische blok gesteund werd, maar ook door de Arabische en islamitische landen. In de strijd tegen het ‘racistische zionisme’ werd een accolade gevonden tussen de belangen van de Sovjet-Unie en grote delen van de Arabische en islamitische wereld. Hierdoor werd ook zichtbaar hoezeer het Europese repertoire aan anti-Joodse beelden zich in de twintigste eeuw verspreid had rond de Middellandse Zee en in de Arabische wereld. Die verspreiding vormde mede een van de achtergronden voor een uitgesproken antizionisme en de voortdurende afwijzing van de staat Israël – naast uiteraard meer eenvoudige politieke overwegingen.

De eigen logica van het nieuwe antisemitisme was nu voluit gedefinieerd: op basis van het antiracistische communisme moest de racistische ideologie van het zionisme bestreden worden. Om een zionist te definiëren, kon echter niet volstaan worden met het beschrijven van een set politieke overtuigingen, maar werd gegrepen naar de etnische categorie van ‘Jood’. Iedere Jood was in potentie een zionist en daarom een mogelijke bedreiging. Met een verwijzing naar het Israëlische beleid richting de Palestijnen kon bovendien nog een extra beweging gemaakt worden: Joden mochten tijdens de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van racisme zijn geworden – iets waar in de Sovjetwereld overigens weinig aandacht voor was – in Israël waren zij daders geworden. Dat neutraliseerde op zijn minst het morele appèl van Joden en in het slechtste geval waren zij zelfs de ‘nieuwe nazi’s’ geworden.

Vanaf 1975 heeft het begrippenpaar nieuw antisemitisme zich helemaal gevestigd. Met name rond momenten waarop er in het Midden-Oosten grote spanningen zijn – rond oorlogen, volksopstanden en crises – werd ernaar gegrepen en werd het gebruikt om de acties en taal van communistische en Arabisch-islamitische landen richting Joden en Israël te duiden.

Na de val van de Muur
Met de val van de Berlijnse Muur en het zich daarna inzettende vredesproces tussen Israël en zijn Arabische buren, leek het nieuwe antisemitisme iets van voorbijgaande aard te zijn. De communistische legitimatie ervoor was wegvallen, terwijl de Arabische landen zich in een proces van toenadering tot Israël begaven. In de jaren negentig is het nieuwe antisemitisme daardoor als analytische categorie goeddeels verdwenen. Een nieuw tijdperk leek aangebroken: Joden uit de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa konden vrij emigreren, synagogen konden er weer geopend worden en over de gebeurtenissen tijdens de Shoa werd voor het eerst vrijuit gesproken.

Het nieuwe antisemitisme leek voorbij te zijn, maar na 2000 werd opnieuw naar het begrippenpaar gegrepen, om nieuwe gebeurtenissen te duiden. In 2000 mislukten de Camp David besprekingen tussen de Israëlische premier Ehud Barak en de Palestijnse president Yasser Arafat, onder begeleiding van Bill Clinton. Die mislukking gaf aanleiding tot het uitbreken van de Tweede Intifada en zag voor het eerst ook een wereldwijde beweging van actieve steun hiervoor in met name islamitische landen en onder islamitische migrantengemeenschappen in Europa. Vanaf 2000 bestond het vredesproces vrijwel alleen nog maar op papier.

Een jaar later kwam daar bovendien 9/11 bij. Dat zorgde ervoor dat het Arabisch-Israëlisch conflict opnieuw, net zoals tijdens de Koude Oorlog, van louter regionaal conflict tot een groot geopolitiek conflict werd. De War on Terror gaf beide partijen een transnationale taal in handen om hun eigen politiek te legitimeren. Ondertussen zorgde de War on Terror in de Europese samenlevingen voor een terugkeer van een onderstroom van anti-amerikanisme, een verzet tegen Amerikaans imperialisme en tegen de vermeende westerse politieke en economische expansie. De oude taal van het marxisme bleek hiervoor weer bijzonder geschikt.

Synagogen zijn bij uitstek doelen om niet alleen de ‘Joodse vijand’ te treffen, maar ook de westerse samenleving als geheel

In deze context wordt sinds 2000 ook een hernieuwd antisemitisme waargenomen. Op mondiaal niveau is dat vooral een herleving afgezet tegen de relatief rustige jaren negentig. Het concept nieuw antisemitisme blijkt bij de anti-Joodse uitingen na 2000 opnieuw zijn waarde te bewijzen. Dat komt omdat drie basiselementen ervan nog steeds aanwezig zijn. Wel opvallend is dat terwijl tijdens de Koude Oorlog vooral staten de actoren waren achter het nieuwe antisemitisme, het nu organisaties, bewegingen en individuen zijn.

Het eerste basiselement is de lokalisering van antisemitisme in extreemlinkse kringen, vaak onder het mom van antiracisme. Sartres analyse van het néo-antisémitisme gaat hierbij nog steeds voluit op. Dit uit zich op verschillende manieren. Een ervan is het verzet van sommige antiracisme-organisaties om antisemitisme als zodanig te benoemen, een algemene definitie van racisme zou volstaan om alle vormen van rassenhaat te bestrijden. Het eigen karakter van het antisemitisme wordt hierdoor ontkend en allerlei uitingen van antisemitisme – negatieve stereotypen die uit het opgebouwde repertoire worden gehaald – worden niet (langer) als zodanig erkend. Soms komt een dergelijke positie voort uit onwetendheid, soms is het een nauwverholen ergernis over de volgens velen te prominente rol van Joden als slachtoffers. Nauw hiermee verbonden is de onwil om Joden als minderheid te erkennen; integendeel, Joden worden gezien als deel van de witte bevoorrechte klasse en zij dienen daarom ook te delen in de white man’s guilt. Liever dan over de Shoa spreekt men over het Joodse aandeel in de slavenhandel. De schrijver Robert Vuijsje heeft in zijn Anton de Komlezing in 2016 scherp laten zien hoe het mechanisme van antiracistische uitsluiting van Joden ook in Nederland voorkomt.

Het tweede basiselement van het nieuwe antisemitisme is sinds 1975 het opgekomen Arabisch-islamitische antisemitisme. Vooral na 2000 is dat in het publieke domein zichtbaar geworden in de vorm van demonstraties, waarbij slogans werden geroepen als ‘dood aan de Joden’ en ‘f*ck de Talmoed’. Ook het ontkennen, bagatelliseren of ridiculiseren van de Shoa is een element dat voorkomt. Wijdverbreid zijn de complottheorieën, waarbij Joden gezien worden als een wereldwijde macht die erop uit is om de islam tegen te werken. Na 9/11 zijn Joden in het kader van de War on Terror in de mythologie van bewegingen als Al-Qaeda en IS gaan fungeren als pars pro toto voor het Westen. Joden en Joodse doelen – synagogen, scholen, supermarkten, musea – zijn bij uitstek doelen om niet alleen de ‘Joodse vijand’ te treffen, maar via hen ook de westerse samenleving als geheel.

Tot slot is het derde basiselement prominent zichtbaar: een sterke focus op de staat Israël als ‘collectieve Jood’ en op Joden in de diaspora als – gewild of niet – vertegenwoordigers van deze staat. Bij de opkomst van het nieuwe antisemitisme speelde de notie van zionisme en Israël al direct een grote rol: dit was hét bewijs dat Joden geen loyale burgers of loyale communisten konden zijn, maar uiteindelijk altijd voor elkaar zouden kiezen. Dit was hét bewijs dat Joden kosmopolieten waren, over de hele aarde verspreid, maar uiteindelijk bezig aan een groots plan om eigen belangen door te drukken. Israël wordt in deze beeldvorming niet gezien als een gewone staat, maar als een pion in een groter Joods complot. De strijd tegen Israël en het zionisme is daarmee identiek aan de strijd tegen ‘het jodendom’ en ‘de Jood’. Op de Staat Israël worden tal van negatieve beelden geprojecteerd, afkomstig uit het anti-Joodse repertoire.

De combinatie van deze drie elementen zorgt ervoor dat er sinds 2000 opnieuw naar de categorie van het nieuwe antisemitisme wordt gegrepen. Daarbij moet wel een opmerking gemaakt worden. Terwijl het rond 1975 evident is dat communistische en Arabisch-islamitische landen samenwerkten, is dat na 2000 veel minder het geval. Hier en daar staan extreemlinkse en islamistische activisten op dezelfde podia en lopen zij in dezelfde demonstraties mee, maar intussen zijn er ook grote verschillen. Institutionele samenwerking komt nauwelijks voor, wat het spreken over een ‘monsterverbond’, zoals sommigen doen, niet erg geloofwaardig maakt.

Lakmoesproef
Voor een goed begrip van het huidige antisemitisme is het van belang om nog even terug te keren naar het ‘oude antisemitisme’ dat rond 1870 was opgekomen – en wel om twee redenen.

Er is een focus op Israël als ‘collectieve Jood’ en op Joden in de diaspora als vertegenwoordigers van deze staat – gewild of niet

Ten eerste omdat het oude antisemitisme allerminst is verdwenen. Er is sprake van allerlei vormen van continuïteit in extreemrechtse kringen en als deel van het na 1989 weer opgeleefde nationalisme in allerlei delen van Europa. In landen als Griekenland en Hongarije zijn politieke partijen in het parlement vertegenwoordigd die ongegeneerd putten uit het anti-Joodse repertoire. Het leeft ook voort in de recent sterk opgekomen alt-right-beweging. Dit is bij uitstek een zorgelijke ontwikkeling. Lange tijd werd de VS gezien als een land waar Joden veilig waren. Nu is het land een belangrijk centrum geworden van oud-antisemitisch denken in alt-right-kringen, wat onder meer heeft geleid tot de beruchte anti-Joodse mars in Charlotteville en op aanslagen op synagogen in Boston en Pittsburgh. Dit alt-right-denken oefent aantrekkingskracht uit op delen van de nieuwrechtse jongerenbewegingen in Europa.

Ten tweede omdat ook het huidige nieuwe antisemitisme in hoge mate gestempeld is door het politieke karakter van het oude antisemitisme. In het hart van beide vormen van Jodenhaat zit de antiliberale opvatting: extreemrechts, extreemlinks, alt-right en islamisme wijzen alle de moderne liberale democratie af, waarvan gelijkheid van alle burgers een centraal element is. Sinds de Franse Revolutie zijn de Joden de lakmoesproef geworden voor iedere liberale democratie. In hun aanvallen op de democratie richt extreemlinks zich op vermeende Joodse kapitalisten die dit systeem naar hun hand zouden zetten – denk aan de campagnes tegen de familie Rothschild en de filantroop George Soros. Extreemrechts richt de pijlen op hoe Joden de democratie naar hun hand zouden zetten om zelf aan de macht te komen en zo op sinistere wijze aan de touwtjes te trekken in de wereld. Ook voor deze groep fungeert Soros als een aantrekkelijke Joodse kop-van-jut. Niet minder richten de islamisten zich op de Joden als symbool van de westerse samenleving.

Anders, maar nieuw?
Nieuw antisemitisme is na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke categorie geworden om Jodenhaat uit extreemlinkse en Arabisch-islamistische hoek aan te duiden. Het is duidelijk onderscheiden van het oude antisemitisme, dat uit extreemrechtse hoek afkomstig was. Ondertussen moet de vraag nog wel gesteld worden of het nieuwe antisemitisme ook daadwerkelijk zo nieuw was. Ja, het was anders dan het extreemrechtse antisemitisme, maar was het ook echt nieuw?

Om die vraag te beantwoorden, kunnen verschillende invalshoeken gebruikt worden. Ten eerste kan gekeken worden naar de beelden, stereotypen en inhoudelijke ideeën die in het nieuwe antisemitisme gebruikt worden. Dan wordt al snel duidelijk dat het nieuwe antisemitisme in hoge mate gebruikmaakt van het aloude anti-Joodse ‘cultureel archief’. Eén element is wel nieuw: het gebruik van metaforen gerelateerd aan de Shoa. Na 1945 wordt het nazisme als het absolute kwaad gezien. Die overtuiging wordt bij het nieuwe antisemitisme ingezet als over de Joden in Israël gesproken wordt als ‘nazi’s’. Joden worden niet (langer) als slachtoffer erkend, maar juist als dader aangewezen. Het gebruik van metaforen ontleend aan de Shoa is bedoeld om Joden extra te kwetsen.

Ten tweede moet gekeken worden naar de actoren. Hierbij moet vastgesteld worden dat antisemitisme uit extreemlinkse hoek in het geheel niet nieuw was, maar ook voor 1945 al bestond. Het kon zelfs in belangrijke mate aanhaken op onderdelen van de communistische analyse die Marx zelf te berde had gebracht. In Nederland is in dit verband het antisemitisme van de socialistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis te noemen, die Joden als de verpersoonlijking van ‘het kapitaal’ zag bij wie ‘de woeker in het bloed zat’. Wel relatief nieuw is de participatie van de Arabisch-islamitische wereld. Daarbij moet uiteraard direct gezegd worden dat dit een zeer gevarieerde wereld is, waarbinnen veel verschillende visies leven, ook over de verhouding tot Joden. Onderzoek heeft echter wel laten zien dat de beelden, verhalen en stereotypen uit het oude anti-Joodse repertoire inmiddels ook in de islamitische context een grote verspreiding kennen. Complottheorieën waarin Joden fungeren, zijn wijdverbreid.

Ten derde komt het object in beeld. Ook hierbij is er continuïteit én vernieuwing. De continuïteit schuilt erin dat ook het nieuwe antisemitisme zich nog altijd op Joden richt en dat daarbij in principe iedere Jood bij voorbaat verdacht is. Nieuw is dat daarnaast een duidelijk focus op de staat Israël erbij is gekomen. Voor alle duidelijkheid: kritiek op Israel is geen antisemitisme, in de context van Europa is het vaak eerder gefrustreerde Israëlliefde. Ook niet elke vorm van antizionisme is antisemitisme. Dat wordt het pas als over Israël niet langer als een gewone staat gesproken wordt, maar dat gebeurt met gebruikmaking van het repertoire aan anti-Joodse beelden en stereotypen. Op dat moment wordt Israël ‘de Jood onder de naties’. In het nieuwe antisemitisme is het precies dat wat gebeurt: er wordt over Israël gesproken en geschreven met behulp van het anti-Joodse repertoire.

Tot slot zijn er de methoden en communicatiemiddelen. Met name na 2000 zorgt de digitale revolutie ook hier voor vernieuwing. Veel oud en nieuw antisemitisme dat voordien relatief onzichtbaar bleef in de privésfeer, is met de opkomst van sociale media voluit zichtbaar geworden. Daarmee is antisemitisme deels uit de taboesfeer gehaald. De digitale revolutie heeft er ook voor gezorgd dat beide vormen van antisemitisme nauwelijks meer regionaal te lokaliseren zijn, maar een sterk mondiaal karakter hebben gekregen. Duidelijke centra en periferieën zijn minder goed aanwijsbaar. Antisemitische ideeën vinden razendsnel verspreiding, door de opkomst van fake news worden ze bovendien vaak nog verder gelegitimeerd. Waar de grenzen tussen waarheid en leugen, tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar vervagen, nestelt oud én nieuw antisemitisme zich daartussen.

De kozakken zitten nog niet te paard
Nieuw antisemitisme is in de toolkit van de antisemitisme-expert een van de concepten die gebruikt kunnen worden. Als dat gebeurt, moet wel goed gedefinieerd worden wat we ermee bedoelen. Simpelweg als aanduiding dat ‘het er weer is’, zoals in veel publicaties het geval is, is te weinig. Antisemitisme is nooit weggeweest en bovendien is er in hoge mate sprake van continuïteit in beelden, overtuigingen en het object. Nieuw antisemitisme moet vooral gebruikt worden als onderscheidende categorie naast het oude antisemitisme en helpt als zodanig te lokaliseren waar in de samenleving Jodenhaat precies voorkomt.

Die lokalisering is van grote betekenis. Georganiseerd politiek antisemitisme is tegenwoordig – gelukkig – een relatief beperkt fenomeen, het thema staat goed op de agenda van de meeste Europese overheden en vaak wordt bij de bestrijding van antisemitisme gezocht naar een constructieve band met de Joodse gemeenschappen. Voor alarmisme is geen reden. Zoals de vroegere hoofdredacteur van het NIW, Mau Kopuit, placht te zeggen: de kozakken zitten nog niet te paard. Tegelijkertijd moet er ook niet weggekeken worden: er is wel degelijk een probleem met antisemitisme in de samenleving en dat komt uit verschillende hoeken. Dat is nog altijd met name te vinden in de extreme flanken, maar heeft – met name via sociale media – de potentie om door te sijpelen naar het brede politieke midden.

Als het waar is dat antisemitisme, in welke vorm dan ook, gericht is tegen de liberale democratie, dan is het verdedigen en hooghouden daarvan de beste vorm van bestrijding. Dat begint niet met naar de overheid te kijken, maar naar de individuele burger. Antisemitisme is uiteindelijk niet een probleem van Joden, maar van de samenleving als geheel. Het herstel moet dan ook precies dáár vandaan komen.

Lees hier deel 1: ‘Waar komt het nieuwe antisemitisme vandaan?’

De illustraties van White Animation zijn afkomstig uit twee YouTubefilms van rabbijn Jonathan Sacks: Rabbi Sacks on the connection between, antisemitism, anti-Zionism, Judaism and Israel, en Rabbi Sacks on The Mutation of Antisemitism.

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij Maror.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (2)
Cees van Dijk 27 december 2019, 09:50
Goed artikel. Beide trouwens; artikel deel 1 en artikel deel 2.
tiki 27 december 2019, 11:06
Samenvatting: Het 'nieuwe' anti Semitisme bestaat niet. Het is de zoveelste mutatie van de eeuwenlange obsessieve Jodenhaat, uitgevonden & gecultiveerd in Europa door links & rechts in Oost & West. Liever dan over de Shoah spreken Jodenhaters over het Joodse aandeel in de slavenhandel. Antwoord. Joden passen zich altijd aan aan de 'waarden & normen van het land waarin zij leven & hun bewindvoerders.
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *