Dossiers

Vader-Joden: Wel willen maar niet zijn

Tijdens Sjavoeot vieren we dat we als uit Egypte gevluchte Joden één volk werden en de Tora ontvingen, maar volgens de halacha tellen vader-Joden niet mee. Waar staat dat precies? En hoe valt dat principe te rijmen met de Israëlische wet van het Recht op Terugkeer? Een uiteenzetting met commentaar van vier religieuze leiders.

Esther Voet 26 oktober 2020, 10:00
Vader-Joden: Wel willen maar niet zijn

‘Wel de lasten, niet de lusten,” is een vaak gehoorde uitspraak van mensen die wel een Joodse vader maar geen Joodse moeder hebben. En vooropgesteld, ook de vier experts die in dit artikel aan het woord komen erkennen de pijn die bij veel mensen met een Joodse vader heerst omdat zij er niet bij horen (zie ook het Forum op p. 16-17). Vader-Joden hebben vaak net als Joden van wie de moeder Joods is last van tweedegeneratieproblemen. Vanwege hun afstamming zijn ze net zo Joods als kinderen van een Joodse moeder die met een niet-Joodse man is getrouwd, maar volgens de halacha worden ze niet erkend.

In de volksmond worden deze personen vaderJoden genoemd, een term die Andreas Burnier in de jaren negentig introduceerde. Joram Rookmaaker, rabbijn bij de LJG in Amsterdam, spreekt liever van mensen met een Joodse vader ‘omdat de term vader-Joden verwarrend werkt.’ Want volgens de religie zijn mensen met een Joodse vader in zowel de orthodoxe als de Nederlandsliberale Joodse hoofdstromingen niet automatisch Joods.

Waar staat het? Zo is het niet altijd geweest. In de Tora lezen we hoe bijvoorbeeld bij de aartsvaders Awraham, Jitschak en Jaäkov het Joods-zijn wel degelijk van vader op zoon werd doorgegeven, hoewel dayan Raphaël Evers, opperrabbijn van de Joodse gemeenschap in Düsseldorf, daarbij opmerkt dat de aartsmoeders ook al Joods waren of werden. 

Maar voor matan Tora, het moment waarop de Tora werd gegeven, bestond nog geen jodendom zoals we dat nu kennen. Dat veranderde tijdens Sjavoeot, toen het verzamelde volk bij de berg Sinaï Joods werd. Joram Rookmaaker schrijft in zijn rabbinale scriptie dat de Joodse identiteit in de Tenach een kwestie van etniciteit was. Die hecht grote waarde aan de afstammingslijnen die allemaal via de vader lopen. Trouwde de man, dan werd zijn vrouw onderdeel van zijn stam en daarmee van zijn cultureel-religieuze gemeenschap. Een formele bekeringsceremonie voor vrouwen komen we in de Tenach niet tegen, behalve dan bij de berg Sinaï.

Salomo trouwt een hele rits vrouwen uit de ‘verboden volken’, zelfs met een dochter van de farao

Tot die mijlpaal werd er gemengd gehuwd. Daarna treffen we expliciete waarschuwingen aan om niet met vrouwen uit bepaalde volkeren te trouwen, maar er is geen algemene afwijzing van een gemengd huwelijk. Exodus 34:15-16 zegt dat de zonen van Israël niet moeten trouwen met de dochters van Kanaän. De reden is logisch: dat zou kunnen leiden tot assimilatie en afgodendienst. Maar Tamar, de vrouw die met haar schoonvader Jehoeda kinderen krijgt, is de ‘moeder’ van het hele nu nog bestaande Joodse volk. Tamar was een Kanaänitische. Herhaaldelijk waarschuwt de Tenach om niet met vrouwen van ‘heidense’ volken te trouwen. Maar kijk wat Salomo doet. Hij huwt toch een hele rits vrouwen uit die ‘verboden volken’, zelfs een dochter van de farao. Dan is er Ruth, een Moabitische, die met Boaz, de zoon van Naomi, een zoon krijgt, Oved. Ruth is de overgrootmoeder van koning David. Dayan Evers: “Maar Ruth wordt, nadat zij een lang proces heeft doorlopen, ook als gioret beschouwd. Pas wanneer zij tegen Naomi zegt: ‘Jouw G’d is mijn G’d’, heeft zij dat proces doorlopen en wordt zij Joods.” De profeet Ezra roept Joodse mannen op hun niet-Joodse vrouwen en kinderen weg te sturen, maar slechts een handjevol doet dat ook daadwerkelijk. Nergens stelt de Tora expliciet dat het doorgeven van het geloof via de moeder behoort te verlopen. 

Wie zoals Ruth het jodendom omarmt met heel zijn of haar wezen, wordt in het Engels een righteous convert (vert: rechtvaardige bekeerling) genoemd, in het Hebreeuws een ger tsedek. Daarna mag volgens de halacha de oorspronkelijke identiteit van degene die gioer heeft gedaan, hem of haar nooit worden nagedragen. Een wet waar niet iedereen zich altijd aan houdt.

Pas in de Misjna, de mondelinge leer die in de tweede eeuw van de gangbare jaartelling op schrift wordt gesteld, zijn er duidelijker aanwijzingen voor het doorgeven van het Joods-zijn via de moeder, maar ook dan wordt het niet letterlijk beschreven. Het gaat om de interpretatie van deze teksten. Overigens gaat volgens de halacha alleen de Joodse identiteit over van moeder op kinderen. Bij veel andere zaken binnen de religie, of iemand een Cohen, Levi of Israël is bijvoorbeeld, is de vader bepalend.

Recht op Terugkeer
Tot zover de oude geschiedenis. In de moderne tijd wordt het allemaal nog gecompliceerder. Want Hitler en zijn trawanten beschouwden Joden als een ras. Zelfs de meest geëmancipeerde Joden, volledig geïntegreerd of geassimileerd, zoals atheïstische Joden die nog nooit een synagoge van binnen hadden gezien, en ja, zelfs zij die alleen een Joodse vader of zelfs één Joodse grootouder hadden, werden aan de Neurenberger wetten onderworpen en velen werden vermoord. Die Neurenberger wetten waren bij de stichting van de staat Israël ironisch genoeg aanleiding iedereen die ten minste kon bewijzen één Joodse grootouder te hebben, als olee chadasj (nieuwe immigrant) te verwelkomen. Zo is het tot op de dag van vandaag. Het Nederlandse Joods Maatschappelijk Werk, JMW, hanteerde deze definitie ook in hun demografisch onderzoek uit 2010. Volgens die definitie telde Nederland toen zo’n 50.000 Joden. Volgens de halachische definitie zijn dat er uiteraard veel minder. Het JMW spreekt dan ook niet over ‘leden van de Joodse gemeenschap’ maar van ‘Nederlandse Joden’. Bij het JMW-onderzoek identificeerde een derde van de geënquêteerden zich als Jood omdat hij of zij een Joodse vader had. In diverse opzichten dragen die, zeker met het opkomend antisemitisme, ‘wel de lasten, niet de lusten’. De buitenwereld ziet ze als Joods, zij zelf zien zich ook zo, maar binnen de georganiseerde Joodse gemeenschap stuit dat op problemen. De tachtig procent niet-georganiseerden is vaak juist daarom niet georganiseerd. Denk bijvoorbeeld aan de affaire die zich enige jaren geleden afspeelde op het JBO, het Joods Bijzonder Onderwijs. Een leerling wiens vader Joods was werd toen, omdat hij niet halachisch Joods was, door de onderwijsinstelling Maimonides geweigerd. Zelfs een gang naar de rechter veranderde daar niets aan.

Terug naar Israël. De oprichters van de staat vonden dat het land na de Shoa open moest staan voor iedereen die onder die definitie van Joodszijn in de Neurenberger wetten had geleden en familie had verloren. Voor de seculiere oprichters van de staat was dat geen belemmering. Dat die wet schuurt met de halacha is bijvoorbeeld te zien bij het grote aantal Russische Joden dat vanaf de jaren negentig Israël binnenkwam. Velen van hen zijn vader-Jood en dat heeft grote consequenties.

Nergens in Tora wordt expliciet gesteld dat het doorgeven van het geloof via de moeder behoort te lopen

Geen burgerlijk huwelijk
In Israël kunnen zich als Jood identificerende immigranten met alleen een Joodse vader niet trouwen. Omdat het in Israël alleen mogelijk is religieus, lees: voor Joden onder de choepa, te trouwen, heeft dat verstrekkende gevolgen. Een burgerlijk huwelijk zoals we dat in Nederland kennen, bestaat in Israël niet. Al jaren strijden seculiere politieke partijen daar voor de invoering van zo’n burgerlijk huwelijk, maar religieuze partijen – een minderheid met grote politieke macht – blokkeren dat. Zodoende hebben de echtgenoten in spe in Israël de keuze uit twee mogelijkheden: of de man of vrouw die vader-Jood is doet gioer (bekeert zich officieel, dus orthodox), of het echtpaar moet uitwijken om in het buitenland te trouwen. Zo’n huwelijk wordt dan wel weer geregistreerd. Vader-Joden die geen gioer hebben gedaan, kunnen in Israël en in Nederland, orthodox of liberaal, niet Joods begraven worden. Nederland volgt sinds de Tweede Wereldoorlog net als andere landen buiten Israël meer en meer de lijn van de Joodse staat. Binnen de orthodoxie in ons land is de halacha altijd leidend geweest. Vader-Joden die daar lid van willen worden, moeten consequent een langdurig gioerproces ondergaan dat gelijk staat aan mensen zonder Joodse achtergrond. Bij de liberalen zien wij een verschuiving. Hoewel het liberale jodendom door het Israëlische rabbinaat niet wordt erkend, is de LJG strenger geworden. Maar wie liberaal uitkomt, kan aanspraak maken op de Israëlische wet van het Recht op Terugkeer.

Tsadiekiem
Mensen met een Joodse vader die willen toetreden tot de LJG moeten sinds een aantal decennia ook een gioerproces doorlopen: officieel heet dat ‘bevestiging van de status’. In de jaren vijftig was dat anders. Toen stond de geestelijk leider van de liberalen, Jacob Soetendorp (de vader van rabbijn Awraham Soetendorp) op het standpunt dat ook vader Joden in zijn kehilla als volwaardig lid moesten worden geaccepteerd. Tijdens een lezing in het Carlton Hotel in 1957 zei hij: “De maatregelen van de bezetter hebben naar verhouding meer gemengde huwelijken gespaard dan zogenaamd ‘vol-Joodse’ gezinnen. De kinderen van de niet-Joodse moeders, die zich met moeder om vader schaarden, hij immers is alleen over, hij is alles kwijt, hij heeft alleen ons. Neen! De deur blijft gesloten en een stroom van leed overspoelt opnieuw een stuk Joodse gemeenschap dat in de oorlog gespaard was,” aldus Soetendorp. Hij stelde dat na de kaalslag van de Shoa alles gedaan moest worden om ieder vonkje Joods leven aan te wakkeren en dat is bij de liberalen de basis voor de verklaring van de Algemene Ledenvergadering eind 1955: “Kinderen uit gemengd gehuwde gezinnen, die uit eigen beweging of op verlangen van hun ouders tot de Joodse gemeenschap willen toetreden, bij wie het gevoel van zich in ons volk thuis gevoelen sterk en zuiver is, zijn ons dierbaar als Ruth, de stammoeder van David, en haar kinderen.”

Soetendorp introduceerde voor hen zelfs de term tsadiek, ere-Jood, rechtvaardige, en kende die toe aan de niet-Joodse partner als hij of zij verder als Jood door het leven wilde gaan. Diens trouw en loyaliteit tijdens de oorlog werd volgens Soetendorp daarmee recht gedaan en zo konden de gemengd gehuwde echtparen ook samen Joods worden begraven. Voor veel mensen was dat toen reden om lid te worden van de LJG. Soetendorp deed deze uitspraken met de oorlog nog vers in het geheugen. Maar de Shoa ligt zeventig jaar achter ons en dat standpunt wordt nu bij de LJG niet meer gehanteerd.

Rabbijn Joram Rookmaaker (liberaal) 
Joram Rookmaaker is rabbijn bij de LJG en mede-initiator van een mini-symposium dat op 16 juni bij deze kehilla plaatsvindt. Een onderdeel van zijn rabbinale scriptie gaat over het begrip ‘mensen met een Joodse vader’: “Wat ik in mijn scriptie heb gedaan is het beleid van de LJG uiteenzetten. Er is een verschil tussen je identiteit en het behoren tot een gemeenschap. Dat jij jezelf met een groep identificeert hoeft nog niet te betekenen dat die groep jou ook als onderdeel van die groep ziet.”

Rabbijn Joram Rookmaaker. Foto: Claudia Kamergorodski

Het pijnlijke zit ’m volgens Rookmaaker tussen het gevoel van veel mensen met een Joodse vader dat ze tot de groep behoren (belonging) en het daadwerkelijke lidmaatschap van die groep (membership). We kennen allemaal de Joodse ‘schijf van vijf’ van Ido Abram, redenen waarom je je Joods kunt voelen: cultureel, door identificatie met Israël, door de Shoa, de persoonlijke levensgeschiedenis, en religie en traditie. “Maar dat gevoel maakt je nog niet formeel Joods. Jacob Soetendorp maakte gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid om te zeggen: ‘Jij hoort erbij’. Zonder rite de passage, zonder gioerproces. Maar naarmate de tijd is verstreken, hebben we structuur aangebracht, en die ontwikkelt zich nog steeds. Voorheen werd het mikwe, het rituele bad waarvan je gebruik maakt als afronding van een gioerproces, bijvoorbeeld als minder relevant beschouwd. Nu is het essentieel. Mensen met een Joodse vader worden bij ons niet vanzelf als Joods beschouwd maar zijn wel degelijk welkom om onderdeel van de kehilla te worden. Daar gaat echter een leerproces aan vooraf. Velen ervaren dat als prettig. Daarna volgt een uitspraak van ons beit dien, onze rabbinale rechtbank, het mikwe en voor de mannen de briet mila.” De eventuele kinderen draaien in dat proces mee. 

Niet weggestuurd
“Het gaat er voor ons om dat duidelijk is dat je een actief bewust Joods leven leidt of wilt leiden. Onderzoeken uit de Verenigde Staten wijzen uit dat mensen die zijn opgegroeid met alleen een Joodse vader, in het algemeen minder in de Joodse traditie zijn opgevoed dan wanneer de moeder Joods is. Ook blijkt dat de rol van de moeder qua doorgeven van religie dominanter is.

Rookmaaker: “We hebben structuur aangebracht, en die ontwikkelt zich nog steeds”

Hoewel dit ondersteuning biedt voor het volgen van de moederlijn, is er ook in de halacha ruimte om er anders mee om te gaan en bijvoorbeeld de Joodse achtergrond van een persoon te erkennen, ook als die niet rechtstreeks via de moeder loopt.

“Daarom heeft de LJG recent voor mensen met een Joodse vader de drempel verlaagd om toe te treden. Ze hoeven daarvoor niet meer met verschillende rabbijnen te spreken, want we realiseren ons dat ze voor hun gevoel vaak al onderdeel van de gemeenschap uitmaken. We wijzen ze sowieso niet ritueel een aantal keren af, maar dat doen we ook niet standaard met mensen zonder Joodse achtergrond.” 

Bij de orthodoxie is dat wegsturen wel nog steeds standaard. Het argument dat de moeder altijd zeker weet dat een kind haar kind is en een vader dat nooit zeker kan weten, vindt volgens Rookmaaker geen oorsprong in de halacha: “Dat heeft waarschijnlijk nooit meegewogen. En zelfs al zouden wij het onderscheid helemaal wegstrepen, dan nog is er binnen de Europees-Joodse wereld onvoldoende draagvlak om mensen met een Joodse vader gelijk te stellen aan mensen met een Joodse moeder en zonder formele bevestiging lid te laten worden. Maar binnen de LJG erkennen we wel degelijk de pijn en frustratie die bij mensen met een Joodse vader soms aanwezig is. Dat was voor ons ook de reden om dit symposium te organiseren en hierover een open gesprek te voeren.”

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo (orthodox)
Rabbijn Nathan Lopes Cardozo schreef uitgebreid over dit onderwerp in zijn boek Jewish Law as Rebellion en had zelf alleen een Joodse vader. Na een intens proces deed hij gioer. Hij ging vanuit Nederland op alia naar Israël en geldt daar als een even grote als rebelse orthodoxe geest.

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo. Foto: Claudia Kamergorodski

“Rabbijn Meir Soloveitchik geeft een goede reden waarom het Joods-zijn via de moeder gaat. De relatie tussen moeder en kind is over het algemeen veel sterker dan die tussen vader en kind, de vader is een ‘voorbijganger’ terwijl de moeder haar hele wezen overgeeft aan het kind. Maar heel duidelijke, historische bronnen zijn er niet. Wel is belangrijk dat volgens de halacha de status van vader-Jood wel degelijk wordt erkend.

Hij of zij maakt deel uit van zera Israël, het zaad van Israël, waaruit toch de conclusie kan worden getrokken dat er een band met het jodendom is: niet in de halachische zin des woords, maar wel degelijk in de spirituele zin.”

Ook in Israël is het onderwerp actueel omdat het heel zwaar is om het gioerproces te doorlopen. Lopes Cardozo: “Rabbijn Chaim Amsalem, een van de oprichters van de Shas-partij, heeft zich op dat proces toegelegd, ook omdat hij de problemen met Russische immigranten voorzag. Hij had zijn zaken halachisch gezien uitstekend op orde en ging van het standpunt uit dat je als vader-Jood je niet aan alle wetten hoefde te houden om toch uit te kunnen komen. Immers, zeker vader-Joden die hier wonen voldoen al aan heel veel eisen: ze leven Joods, want wonen in Israël, het koosjer eten is hier gangbaar en hier is sjabbat ook sjabbat. Amsalems zienswijze is jammer genoeg door het opperrabbinaat afgewezen.

Lopes Cardozo: “Een wachtperiode van zeven jaar is schandalig en antihalachisch”

De invloedrijke rabbijnen die belangrijk waren bij de oprichting van de staat Israël dachten daar echter ook ruimer over, bijvoorbeeld chacham Ben Zion Meir Hai Uziël, de eerste Sefardische opperrabbijn van het land en zeer groot geleerde. Hij beschouwde elk kind uit een gemengd huwelijk, ook wanneer de moeder niet-Joods was als zera Israël en vond dat het hen zo gemakkelijk mogelijk moest worden gemaakt om halachisch Joods te worden: “Ga het mikwe in en kom erbij,” was zijn uitgangspunt. Dat vind je ook terug in mijn boek. Daar ben ik het overigens ook helemaal mee eens. Ben Zion Uziël was dan ook een echte zionist. Maar deze mening wordt niet door de leden van het huidige opperrabbinaat geaccepteerd. Aangaande vader-Joden moet ook de vraag worden gesteld: welke halachische bron kies je? Die is namelijk niet gemakkelijk te beantwoorden. En waarom ooit voor die vrouwelijke lijn is gekozen wordt niet echt duidelijk. Maar je moet beseffen dat hier in Israël binnen de orthodoxie heel erg naar elkaar gekeken wordt. Als er één rabbijn is die ruimer over gioer denkt dan de ander, wordt die sociaalpsychologisch al snel klem gezet.”  

Het spirituele doel
Cardozo: “De discussie is ook in Israël zeer relevant want we hebben hier nu 400.000 Russen die niet halachisch Joods zijn. Binnenkort zijn dat er, met hun kinderen, 600.000. Zo’n grote halachisch niet-Joodse minderheid is ook gevaarlijk voor de verdere ontwikkeling van het land als Joodse staat. Daarom pleit ik al langer voor een massaconversie, in één keer, van al die vader-Joden, zonder verdere eisen te stellen. Als ik de opperrabbijn van Nederland zou zijn, zou ik ook mensen die duidelijk aantonen dat ze iets aan het jodendom willen doen en erbij willen horen, het mikwe geven, ze weinig in de weg leggen en ze het juist zo gemakkelijk mogelijk maken. Een wachtperiode van zeven jaar is schandalig en anti-halachisch. Ja, er moet wel degelijk kennis zijn, maar inspireer ze vooral om erbij te komen. 

Daarnaast vind ik dat er meer nadruk gelegd zou moeten worden op de spirituele bedoeling van het jodendom en niet alleen maar pure Torakennis, zoals die van de wetten. Ik zie liever dat men ook nadenkt over vragen als: Waarom bestaat het jodendom? Wat heeft het jodendom de wereld te bieden? Waarom is het mooi om Joods te zijn? Wat is de missie en het doel van het jodendom? Dat wordt nu vaak bij het gioertraject helemaal niet besproken en daar maak ik bezwaar tegen. En het antwoord op de vraag of je je als uitgekomen Jood wel of niet aan alles wilt houden, moet wat mij betreft aan degene die de gioer heeft ondergaan, worden overgelaten. Wij zijn namelijk niet de politiemannen van G’d. Wij gaan dat verder ook niet onderzoeken. Met de gioer moet de zaak zijn afgedaan.” 

Opperrabbijn Raphaël Evers (orthodox)
Geen controle? Dat ziet de opperrabbijn van Düsseldorf, Raphaël Evers, anders. Het probleem van de vader-Joden speelt ook in zijn huidige gemeenschap, een Einheitsgemeinde, waarvan veel Russische immigranten deel uitmaken: “Van zeer veel gemeentes hier in Duitsland, kun je lid worden zonder halachisch Joods te zijn, maar deze mensen hebben uiteindelijk heel weinig rechten. Vooral bij choepot of bar- of bat mitswa’s is dat een probleem. In de orthodoxie wordt geen onderscheid gemaakt of je vader-Jood bent of helemaal geen Joodse afkomst hebt. Beiden moeten het hele gioertraject aflopen. Daar moet bij worden aangemerkt dat er grote individuele verschillen zijn. Sommige mensen leven al tien jaar Joods: ze dawenen (bidden) drie keer per dag en eten koosjer zonder dat er ooit een rabbinaat aan te pas is gekomen. Ook zijn hier veel mensen die dachten dat ze Joods waren en dat helemaal niet blijken te zijn. Hier in Duitsland worden hun kinderen dan toch nog wel eens toegelaten op een Joodse school.”

Opperrabbijn Raphaël Evers

Volgens Evers is het voor die mensen vaak een shock als duidelijk wordt dat ze niet halachisch Joods zijn: “De pijn die daarmee gepaard gaat maak ik hier dagelijks mee. Maar toch moeten ze het hele gioertraject volgen. Hoe lang? Zeker jaren, maar de exacte duur hangt af van je motivatie: hoe consequent ben je? Zeg je de berachot? Hou je sjabbat? noem maar op. Daarbij wordt vooraf geen garantie gegeven. Vaak moet het hele gezin dan in zo’n traject worden opgenomen. Dat proces is in de loop der jaren strenger geworden, ook door invloed van het Israëlische opperrabbinaat, dat steeds meer invloed heeft op buitenlandse gioeriem. In Nederland duurt het gioertraject bij de NIHS minstens zeven jaar. En ja, er wordt gecontroleerd. Zit je bijvoorbeeld op sjabbes op Facebook? We geven ook echt niet meteen na het mikwe een certificaat af. Daar zit al gauw een half jaar tussen om te zien of je het werkelijk volhoudt.” 

Evers: “Ja, er wordt gecontroleerd. Zit je na je gioer bijvoorbeeld op sjabbes op Facebook?”

Waar ‘moeder-Joden’ zich dus kunnen gedragen zoals ze willen omdat ze halachisch Joods zijn, of ze zich nu een cultuur-Jood voelen, of zich verbonden voelen vanuit familiegeschiedenis of met Israël, ligt dat voor vader-Joden anders. “De enige manier waarop je Joods kunt worden, ook als vader-Jood, is de religieuze weg.”

Rabbijn Tamarah Benima (liberaal) 
Rabbijn Tamarah Benima is geestelijk leider van de liberaal-Joodse gemeente Noord-Nederland (PJGNN) en het vrijzinnige Beit Ha’Chidush (BHC): “Iedereen die een Joodse vader heeft wordt door ons als Jood of Jodin erkend en kan bij ons lid worden. Vaak zijn dat mensen die ook door de Shoa zijn getekend. Ik vind, in navolging van vroegere collega-rabbijnen van BHC, dat mensen die door dat lot in hun Joodse identiteit zijn gesterkt, erbij horen. Dus nee, bij ons niet: ‘Je moet eerst gioer doen’, want dat werpt een enorme drempel op. Die eis heeft ook veel bitterheid veroorzaakt. Vader-Joden hebben vaak een door de Shoa getraumatiseerde vader gehad en ze zijn ook erfgenaam van de Joodse beschaving. Velen van hen komen naar mij toe en vragen: ‘Waarom moet ik door een hoepeltje springen om erbij te mogen horen?’ Je kunt natuurlijk zeggen: ‘Doe gioer, dan ben je een van ons.’ Maar bij Beit Ha’Chidush hoef je dus niet door zo’n hoepeltje te springen. Trouwens, de reden waarom het jodendom wordt doorgegeven via de moeder, is diffuus. Wel is het al 2000 jaar de heersende praktijk. Soms wordt gezegd dat het stamt uit de tijd van de Romeinen, toen veel Joodse vrouwen werden verkracht. Om te voorkomen dat zij en hun kinderen voor het jodendom verloren zouden gaan, zou het Jood-zijn via de moederzijn ingesteld. Maar als jouw Joodse vader is getrouwd met een niet-Joodse vrouw, die hem door de oorlog heeft gesleept, of omdat er door de Shoa geen Joodse partners te vinden waren, of uit angst dat hun kinderen ooit nog als Joden vervolgd zouden worden, telt dat dan niet minstens zo zwaar? Als die verkrachtingen van toen een reden kunnen zijn, dan kan de Shoa ook een gegronde reden zijn om vader-Joden als Joden te accepteren. 

Rabbijn Tamarah Benima. Foto: Claudia Kamergorodski

Dat gioertraject is ook bij de LJG trouwens een heel religieus traject. Voor mensen die loyaal zijn aan hun vaak seculiere vader, of die zich veel meer identificeren met de Joodse cultuur of met Israël, is er geen alternatief. Dat houdt heel veel mensen bij de Joodse gemeenschap weg, ook zij die er graag bij zouden willen horen en er in mijn ogen ook bij horen. Aan het jodendom zitten namelijk zo veel andere aspecten dan alleen het religieuze. Met een Joodse moeder mag je aan alles meedoen, ook als je er geen bal van weet. Iemand die zeer toegewijd is aan alle andere aspecten van het jodendom, staat in de kou: of dat nu gaat om toelating van je kinderen op de Joodse scholen of bij de Joodse jeugdbewegingen. Ik ken veel ouders die graag hun kinderen op de Joodse scholen zouden willen doen: op Rosj Pina of Maimonides. Maar terwijl het leerlingenaantal daar terugloopt, worden zij geweigerd. Ik begrijp dat dus echt niet.” 

Benima: “Ik ken veel ouders die graag hun kinderen op de Joodse scholen zouden willen doen maar die worden geweigerd”

Joods of niet-Joods in Israël
In januari van dit jaar verscheen een artikel in The Times of Israel waar het debat over vader-Joden opnieuw werd aangezwengeld. Het aantal Russische immigranten, vooral vader-Joden of Joden met één Joodse grootouder, stijgt weer, waardoor er meer niet-Joodse immigranten dan Joodse binnenkomen. In totaal 17.700 van de 32.600 immigranten die Israël volgens de wet op het Recht van Terugkeer in 2018 binnenkwamen, werden geregistreerd als personen ‘zonder religie’. Ook Joden die in Nederland bij de liberalen een gioerproces hebben ondergaan, krijgen dat predicaat. In 2017 ging het nog om 11.400 immigranten vanuit de Russische en Baltische staten tegenover een totaal van 29.100 immigranten. In Israël leven, zoals Nathan Lopes Cardozo ook vermeldde, al 400.000 mensen, voornamelijk uit de voormalige Sovjet-Unie, die door het opperrabbinaat niet als Jood worden erkend. Zij en hun kinderen kunnen niet Joods trouwen of gebruik maken van andere basale Joodse rechten. ITIM, een organisatie die strijdt tegen de religieuze bureaucratie in het land, noemt het “onacceptabel, vooral vanwege het slecht functionerende nationale gioertraject waar slechts 2000 gioeriem per jaar uitkomen. De oprichter van ITIM, de orthodoxe rabbijn Seth Farber, pleit, net als Cardozo voor een versoepeling van het gioersysteem: “Als dat niet gebeurt, zal het aantal niet-halachisch Joodse immigranten au fond de Joodse staat Israël vernietigen. Israël is goed in het binnenbrengen van immigranten, maar zorgt er verschrikkelijk slecht voor om deze mensen ook onderdeel te laten worden van het Joodse volk. De enige manier waardoor dit kan worden verholpen is door deze mensen een toegankelijk en gemakkelijk pad naar het jodendom te bieden, zonder vragen achteraf.” Om deze immigranten bij voorbaat al de toegang tot Israël te ontzeggen, zoals de ultraorthodoxen graag willen, noemt Farber immoreel. Hij vindt een partner in rabbijn David Stav van de Israëlische Modern Orthodoxe organisatie. Ook hij pleit voor verandering in het strikte gioerproces, waarbij hij er ook voor pleit om kinderen uit de huwelijken tussen glatt koosjere Joden en de Russische immigranten, nog voor hun bar of bat mitswa te laten uitkomen. Kinderen hoeven zich immers tijdens het gioerproces niet strikt aan de halachische voorschriften te houden. 

Dit artikel verscheen eerder in NIW 19, 5779.

Opmerkingen (1)
Sara de Vries 28 oktober 2020, 14:29
Volgens de Halacha mag er geen Joods zaad verspild worden en het leven gaat boven alles. Ondertussen vergeet men voor het gemak wel even het 50% of meer Joodse DNA waaruit Vaderjoden bestaan. Het is maar net welke kant de keppel staat van de rabbijn die oordeelt of je wel of niet Joods bent. Daarnaast blijkt het in de praktijk ook erg belangrijk te zijn welke functie je Joodse vader bekleedt. Hieruit blijkt maar weer dat het allemaal maar mensenwerk is. Uiteindelijk zal de Eeuwige beslissen wie nou wel en wie het nou niet is.
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *