Nieuws

Verplichte kost voor tieners

Mijn beste vriendin Anne Frank is meer een wapen in de strijd tegen het groeiende antisemitisme dan een film die de NIWlezer naar de bioscoop zal lokken.

Bart Schut 04 september 2021, 12:00
Verplichte kost voor tieners

Hoe maak je het leed van zes miljoen vermoorde Joden tot iets dat meer dan 75 jaar na dato begrepen kan worden door een generatie die niet meer leest en van wie vaak zelfs de grootouders de Tweede Wereldoorlog niet meer bewust hebben meegemaakt? Hoe voorkom je dat de verschrikkelijkste misdaad uit de geschiedenis een voetnoot wordt, nog slechts gebruikt door politieke opportunisten die claimen dat zij de nieuwe Joden zijn? We kennen allemaal de voorbeelden: antivaxers die met Jodensterren lopen, moslims die beweren vervolgd te worden om hun geloof, en sprekers op 4 of 5 mei die hun politieke agenda promoten over de ruggen van de slachtoffers van de Shoa.

Er is een methode om nieuwe generaties de Holocaust te laten herinneren en te voorkomen dat de nieuwe Joden gewoon de oude zijn: breng de onvoorstelbare schaal van zes miljoen slachtoffers terug naar herkenbare individuen. Het dagboek van Anne Frank blijft daar bij uitstek het voorbeeld van, maar zoals elke leraar weet: er wordt nauwelijks nog gelezen. Dus neemt de filmindustrie de fakkel over. Helaas ontaarden de pogingen in die sector te vaak in leedkitsch. Denk aan The boy in the striped pyjamas (2008) of aan Roberto Benigni’s La vita è bella (1997), al zijn er hele volksstammen die om onverklaarbare redenen de laatste film nog steeds als een meesterwerk beschouwen.

Onalledaags alledaags
Vanwege de wereldwijde bekendheid van het verhaal van Anne Frank en de vele verfilmingen van haar dagboek, is het logisch dat producenten zoeken naar een andere invalshoek van haar verhaal. Dat is gelukt met de nieuwe Nederlandse film Mijn beste vriendin Anne Frank van regisseur Ben Sombogaart, bekend van De tweeling (2002) en De storm (2009). Oorspronkelijk zou Ate de Jong, de maker van oorlogsfilms In de schaduw van de overwinning en Het bombardement, het project leiden. Na onenigheid met scenarioschrijver Paul Ruven werd hij vervangen door Sombogaart. Opvallend is dat dit de eerste Nederlandse speelfilm is op basis van het beroemdste boek uit onze literatuur. Wel werd in 1985 het toneelstuk Het dagboek van Anne Frank van Jeroen Krabbé voor televisie verfilmd.

Mijn beste vriendin (de titel was beter geweest zonder ‘Anne Frank’ erin, al is het begrijpelijk dat voor die toevoeging is gekozen) vertelt het verhaal van de vriendschap tussen Hannah Goslar en Anne vanuit het gezichtspunt van ‘Hanneli’. In concentratiekamp Bergen-Belsen zat Hanneli Goslar in het ‘uitruilkamp’, van waaruit Joden werden geruild tegen Duitse krijgsgevangenen. Scènes uit het kamp worden afgewisseld met fragmenten uit de bezettingsjaren in Amsterdam. We zien de twee vriendinnen in onalledaagse alledaagse situaties, zoals in een voor Joden verboden bioscoop waar zij de film vanachter het doek bekijken.

De kracht van de film schuilt deels in het portret van die vriendschap. Twee heel gewone meisjes, geen martelaren of heiligen – zeker Anne niet, in een ongewone situatie. De vriendinnen zijn meer bezig met zaken die elk tienermeisje bezighouden – jongens, dromen, rivales – dan met oorlog, bezetting en vervolging. Maar uiteraard haalt de werkelijkheid steeds vaker hun nog onbezorgde leven in. Totdat de twee gescheiden worden als de familie Frank onderduikt. Een traumatische ervaring voor Goslar, die denkt dat de Franks zonder haar naar Zwitserland zijn vertrokken.

Mijn beste vriendin Anne Frank had een voor Nederlandse begrippen stevig budget van 2,5 miljoen euro, wat te zien is aan de verzorgde productie. Het is goed dat de rol van de Amsterdamse politie bij de Jodenvervolging wordt getoond. Het acteerwerk is over het algemeen on-Nederlands goed. Dat geldt zowel voor de twee meisjes – Josephine Arendsen als Hannah en Aiko Mila Beemsterboer als Anne – als voor de ondersteunende cast, vooral Roeland Fernhout (vader Goslar) en de ontroerend solidaire vrouwen in Hannahs barak in Bergen-Belsen. Waarom Goslars grootmoeder in de film niet voorkomt, is onduidelijk. Zij ging met Hannah, vader en zusje Gabi het kamp inging.

Hannah en haar zusje Gabi in Bergen-Belsen

Te poëtisch
Er zitten meer zwakheden in Mijn beste vriendin Anne Frank. Er wordt niet goed uitgelegd wat het ‘uitruilkamp’ is, waardoor ironisch genoeg de verschrikkelijke omstandigheden in Bergen-Belsen een te rooskleurig beeld schetsen. De manier waarop Hannah en Anne elkaar terugvinden in het kamp is te poëtisch en dreigt daardoor de kijker te vervreemden. Die ontmoeting was in werkelijkheid al miraculeus genoeg en hoefde niet ongeloofwaardig gemaakt te worden ter wille van de dramatiek.

Maar uiteindelijk is dat voor kniesoren. Voor veel van de NIW-lezers is het struikelblok dat zij dit allemaal al gezien, gehoord en maar al te vaak van dichtbij beleefd hebben. Hoe uitstekend de film ook gemaakt is, hij is vooral interessant voor wie amper kennis heeft van de Shoa.

Misschien is dat juist de kracht van Mijn beste vriendin Anne Frank: het is vooral een kennismaking met de Holocaust voor jongere, niet-Joodse generaties. De film zou verplicht in alle Nederlandse schoollokalen vertoond moeten worden. Misschien kan nationaal coördinator Eddo Verdoner in Den Haag aan de bel trekken om dit te verwezenlijken. Opdat nieuwe generaties zich niet als de ‘nieuwe Joden’ gaan zien als hun ouders zich niet laten vaccineren of als hun geloof bekritiseerd wordt.

Beeld: Dutch Filmworks

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *