Nieuws

Verzet tegen Natiestaatwet groeit

Redactie 10 augustus 2018, 00:00
Verzet tegen Natiestaatwet groeit

De in juli door de Knesset aangenomen Natiestaatwet verdeelt de Israëlische samenleving als zelden tevoren. Waar het parlement premier Netanyahu’s paradepaardje in meerderheid steunde, gaan tegenstanders massaal de straat op. De vraag is nu: wat doet het Hooggerechtshof?

Het moet de Arabische minderheid (20 procent van de bevolking) in Israël zijn opgevallen: niet voor hen maar voor de 150.000 druzen trokken tienduizenden Joodse Israëli’s zaterdag de straat op. En dat terwijl toch vooral de Arabieren hun positie in gevaar gebracht zien worden door de Natiestaatwet die op 19 juli door de Knesset werd aangenomen. Woedende Arabische leden van het parlement in Jeruzalem en linkse Israëlische activisten zien de wet als een bevestiging van wat zij beschouwen als de rol van niet-Joden als ‘tweederangsburgers’ in een ‘apartheidsstaat’. Veel Joden in de diaspora zijn bang dat de Natiestaatwet tegenstanders van Israël, bijvoorbeeld de BDS-beweging, extra munitie zal geven. Is dit terecht?

Eigenlijk niet. In de Natiestaatwet staat weinig dat niet allang praktijk is in Israël. Al in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 is het Joodse karakter van de staat vastgelegd. De Natiestaatwet, een zogenaamde ‘basiswet’ die het karakter van een grondwet in zich draagt, legt dit Joodse karakter nu vast door uitsluitend de Joodse gemeenschap binnen Israël het recht op zelfbeschikking toe te kennen. In de praktijk verandert dit niets; met tachtig procent van de bevolking zorgen de Joden er allang voor dat het karakter van de staat Joods is – deze wet zal daar weinig aan veranderen. De enige verandering die de Natiestaatwet teweeg brengt is dat slechts Hebreeuws als officiële taal erkend wordt, waar voorheen ook het Arabisch die status had.

Een veelgehoord argument tegen de Natiestaatwet is dat door het benadrukken van het Joodse karakter van de staat Israël Arabieren en andere minderheden tot tweederangsburgers worden gedegradeerd en dat deze situatie op een of andere wijze uniek zou zijn in het Midden-Oosten. Dit laatste is klinkklare onzin: verschillende landen in de regio benadrukken de dominantie van een bepaalde etnische of religieuze bevolkingsgroep: als Egypte en Syrië zich Arabische republieken noemen en Iran zich als islamitische republiek betitelt, waarom zou Israël dan geen expliciet Joodse staat mogen zijn? Het probleem zit hem er wellicht in dat deze landen geen democratieën of rechtsstaten zijn terwijl Israël naar een hogere maatstaf wordt beoordeeld. Dat lijkt misschien racistisch naar Arabieren en moslims toe, maar geheel ten onrechte is het natuurlijk niet. Wanneer Israëlische wetgeving de rechten van minderheden niet langer expliciet beschermt wordt het voor pleitbezorgers van de Joodse staat steeds moeilijker deze te verdedigen.

Druzen
Hoewel er dus geen maatregelen in de wet staan die in de praktijk de rechten van minderheden beperken, is de reactie onder hen begrijpelijkerwijze toch furieus. Een Arabisch Knessetlid van de Arbeiderspartij gaf zijn zetel op en twee druzische IDF-officieren namen ontslag. Dat laatste doet pijn; de druzen zijn al sinds 1948 loyaal aan Israël en anders dan de Arabieren vervullen zij hun dienstplicht in de IDF. “Vanmorgen toen ik wakker werd en terug naar mijn basis wilde keren, vroeg ik mij af: waarom? Waarom moet ik deze staat dienen? Dit land dat ik, samen met mijn twee broers en mijn vader, met inzet, vastberadenheid en liefde heb gediend – en wat krijgen wij terug? We zijn tweederangsburgers,” schreef een van de twee opgestapte officieren, kapitein Amir Jamal, op zijn Facebookpagina. Druzische leiders gingen zaterdag voor in een demonstratie in Tel Aviv tegen de Natiestaatwet, waarbij tienduizenden Joodse Israëli’s zich aansloten.

Verwacht wordt dat de regering-Netanyahu zal proberen met positieve financiële maatregelen de druzen van gedachten te doen veranderen, maar of dat zal lukken? Een bijeenkomst tussen Netanyahu en druzische leiders verliep eerder al niet succesvol. Joodse tegenstanders van de wet buiten Israël vragen zich wanhopig af wat deze zo noodzakelijk maakt op een moment dat anti-Israëlbeweging internationaal aan kracht wint. Eén regeling uit de Natiestaatwet bepaalt dat het bouwen van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever een ‘nationale waarde’ van Israël is; deze met het internationale recht strijdige bepaling zal zeker door de BDS-beweging worden aangegrepen om voor verdergaande acties tegen de Joodse staat te pleiten.

Tegenstanders van de Natiestaatwet richten hun hoop nu op het Hooggerechtshof in Jeruzalem. Verschillende Joodse en Arabisch-Israëlische mensenrechtengroepen hebben een petitie bij de hoogste rechter van het land ingediend met het verzoek de wet te vernietigen. Voorstanders van de wet zijn nu al woedend bij de gedachte dat dit zou kunnen gebeuren. De hard-rechtse minister van Justitie, Ayelet Shaked van Het Joodse Huis, noemde zo’n beslissing bij voorbaat een ‘aardbeving’ die ‘een oorlog zou ontketenen’ tussen de verschillende machten binnen de Israëlische overheid.

Foto: Tomer Neuberg/Flash90

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *