Wanneer zijn we Joods genoeg?

YoramGroen_2025
Yoram Groen

Er is een ongemakkelijke vraag die we in de Joodse gemeenschap in Nederland liever wegschuiven onder het tapijt van ‘traditie’: wanneer gaan we Vaderjoden volledig accepteren als onderdeel van ons volk? Ik zeg dit als iemand uit de liberale gemeenschap. Halachisch veilig. Met stempel. Met keurmerk. Ik kan overal naar binnen zonder dat iemand mijn oma hoeft na te bellen. Juist daarom schuurt het. Want intussen zie ik een generatie jonge mensen met een Joodse vader, opgegroeid met sjabbatkaarsen, Jom Hasjoaherdenkingen, Israëlreisjes en antisemitische opmerkingen op de middelbare school, maar zonder dat ene halachische vinkje. 

Ze spreken Hebreeuws met een beter accent dan ik. Ze zingen het Hatikva harder dan de helft van de sjoel. En toch krijgen ze bij de deur soms het gevoel dat ze ‘bijna’ zijn. Alsof ze een proefabonnement op het jodendom hebben. En dan denk ik: wie proberen we hier te beschermen? De halacha of ons eigen ongemak? 

Verbonden

Laten we eerlijk zijn: de halacha is geen bijzaak. Volgens de traditionele Joodse wet loopt Joods-zijn via de moeder. Dat is geen detail, dat is fundamenteel. Het heeft gevolgen voor huwelijk, voor religieuze status, voor kinderen. Wie dat wegwuift als achterhaald, begrijpt de ernst niet. Als je gelooft dat de halacha bindend is, kun je niet ineens creatief boekhouden omdat het sociaal gezelliger uitkomt. Maar erkenning binnen een gemeenschap is meer dan een juridische categorie. 

En daar zie ik iets interessants gebeuren bij de Joodse studentenverenigingen. Bij Vuju, Ijar, noem ze maar op. Daar wordt niet bij binnenkomst gevraagd om je moeders ketoeba te uploaden. Daar telt: voel jij je verbonden? Wil jij hier zijn? Kom je mee naar sjabbatdiner? Wil je meepraten, meedoen, meeleven? Daar zie ik vaderjoden niet als randfiguren, maar als bestuursleden, organisatoren, vrienden. Sinds 7 oktober is dat alleen maar sterker geworden. De dreiging van buiten heeft iets blootgelegd: een antisemiet vraagt niet eerst naar je halachische status. Voor wie haat, ben je gewoon Joods. Punt. 

We zijn met 40 duizend. Als we ook nog vakken gaan afzetten voor ‘bijna-Joden’, houden we straks een theekransje over

Misschien moeten wij intern dan iets minder krampachtig zijn. Dat betekent niet dat we de halacha afschaffen. Het betekent ook niet dat orthodoxe -gemeenschappen hun standaarden moeten opgeven. Ik begrijp oprecht dat het ingewikkeld wordt als het gaat om trouwen binnen de halachische kaders. Als je zoon of dochter thuiskomt met iemand die volgens de wet niet-Joods is, zijn dat geen kleine vragen. Dat raakt aan kleinkinderen, aan continuïteit, aan religieuze integriteit. 

Voetbaltribune

Maar tussen ‘religieuze consistentie’ en ‘sociale kilte’ zit ruimte. We kunnen helder zijn over halachische grenzen en tegelijkertijd royaal in menselijke acceptatie. We kunnen zeggen: volgens de Joodse wet is dit de lijn, maar jij hoort bij ons volk, bij onze geschiedenis, bij onze pijn en onze vreugde. Geen asterisk achter je naam. Want laten we niet doen alsof uitsluiting ons sterker maakt. We zijn met dertig-, misschien veertigduizend Joden in Nederland. Dat is een middelgrote voetbaltribune. Als we dan ook nog vakken gaan afzetten voor ‘bijna-Joden’, dan houden we straks een theekransje over. 

Ironisch genoeg zijn het juist vaak Vaderjoden die zich extra hard inzetten. Alsof ze voortdurend willen bewijzen dat ze ertoe doen. Misschien moeten wij ophouden hen te laten bewijzen wat ze allang leven. De vraag is dus niet of we de halacha moeten herschrijven. De vraag is of we de deur iets verder open durven zetten. Want als wij blijven twijfelen aan hun plek, moeten we niet verbaasd zijn als zij op een dag twijfelen aan de onze.

8 reacties

  1. Voor antisemieten is het antwoord op de vraag “wie is Jood ?” heel eenvoudig. Een naam die Joods lijkt is al voldoende.

    1. Voor mensen die de joodse gemeenschap een warm hart toedragen (onder wie ik mijzelf reken) is dat antwoord doorgaans gelukkig ook eenvoudig.

      1. Dat is wel een gezonde instelling. Niet-joodse vaders die samen met een joodse vrouw joodse kinderen hebben worden m.i. ook wel eens te weinig gewaardeerd. Zulke vaders spreken vaak geen Hebreeuws van huis uit en hebben bij religieuze feestdagen minder een rol. Toch zijn het vaak gelukkige huwelijken. Zou w.m.b. beter zijn als mensen meer worden beoordeeld op hun daden, en minder op hun al dan niet joods zijn.

  2. Vaderjoden en als je met een Jodin getrouwd bent en kinderen hebt, hoe gaat dat dan? Moet je dat vreemde gelul horen van Israelische (?) rabbijnen daarover. Sommigen dan, de ene wel de ander niet. En je kinderen maar heftig Israelisch zijn, of niet. Pleurt op met je godsdienst, zegt de ene dan of pleurt op met je Joods zijn of je Israel-steun… ja maar je moeder zegt, probeer je dan nog, of jouw vrouw, hun moeder dus, zegt donder op met dat gelul -en daar sta je dan als vader… oj oj, wat een gedoe en het houdt dus nooit want uiteindelijk ga je dood (met Joodse kinderen… dat dan weer wel (al of niet… en daar gaan we weer… 😵‍💫😬🤠😁).

  3. Heeft iemand een paar jaar geleden die documentaire gezien over orthodoxe Joden, jongeren die de Thora gaan bestuderen in nota bene Berlijn, omdat daar minder controle is 🙂 ? Die documentaire heb ik gezien op ARTE.

  4. Af en toe in de turbulente joodse geschiedenis komen er massale bekeringen voor die waarschijnlijk niet halachisch verlopen zijn, zoals bijv. de gedwongen bekering van de Edomieten ten tijde van de dynastie van de Hasmoneeën (verbonden aan het Chanoeka verhaal) door Johannes Hyrcanus. Massale bekering is ook een mooi thema voor Poeriem. Tegen het einde van de Megille (Est. 8:17) staat: “Velen uit de volken van het land werden Joden, want de schrik voor de Joden was op hen gevallen” Halachisch is zo’n motivatie niet geldig. Echter, ook in de schriftelijke Torah lijkt de halacha (voorzover die bestond) niet het laatste woord te hebben. De wettelijke gedeelten van de Torah zijn namelijk ingeweven in het verhaal van het ontstaan en de geschiedenis van het volk Israel en komen pas in dit grotere verband tot hun recht. Zonder iets af te doen aan de betekenis van de halacha kan men zeggen dat zo’n groter verband er altijd is, want uiteindelijk is de halacha dienstbaar aan het voortbestaan van het joodse volk, niet andersom.

  5. Een goede column van Joram, met zulke terechte vragen erin gesteld.
    Laat ik even voorop stellen, dat we de Halacha zeer hoog moeten houden.
    Maar, wanneer je Vaderjood bent, waar blijf je dan met je gevoelens en emoties t.a.v. de Halacha? En hoe kun je als Vaderjood G,d ervaren als Abba en als Vader?
    Het lijkt mij, dat het gevoelens van afwijzing met zich meebrengt.
    Ik heb het meegemaakt tijdens mijn bezoek aan Yad Vashem, dat ik met een reisgenote, op een bankje zat, (zij was ook een Vaderjodin), bij het monument van Janusz Korczak (de Poolse pedagoog), die bij zijn weeskinderen bleef tot zij allen naar Treblinka moesten.
    Ook zij was heel emotioneel en verdrietig, als Vaderjodin, vanwege haar omgekomen familie in de vernietigingskampen.
    Mijn overtuiging, is dan toch, dat G,ds Vaderhart veel groter en liefdevoller is, dan wij kunnen bevatten als het over Vaderjoden gaat, (die immers voor de Halachawet geen Joden zijn.)
    [Edit]
    Als G,d zo goed is voor de vreemdeling, dat is toch geweldig? Dan toch ook voor de Vaderjoden?
    Hij die de verdrevenen van Israel bijeenbrengt?
    Dat is een grote belofte.
    Het komt goed met Vaderjoden, Joram!
    Ik weet het zeker.

Laat een antwoord achter aan Geert ter Horst Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Column

Wanneer zijn we Joods genoeg?