Het is een bloedhete Madrileense avond als Bart en ik een eettentje opzoeken. We vinden twee vrije barkrukken aan hoge tafeltjes en terwijl wij iets bestellen komt een echtpaar aangelopen. De vrouw draagt een opvallende, lange zilveren feestjurk. Familieleden — zo zou later duidelijk worden — voegen zich bij hen, totdat de groep is uitgegroeid tot een man, vrouw en kind of twintig. De vrouw in het zilver is overduidelijk de gangmaakster.
Het duurt niet lang voordat ze ook met ons een praat-je komt maken. Ze is Amerikaanse, vertelt ze, en ze is hier om met een paar van haar elf kinderen en tientallen kleinkinderen haar verjaardag te vieren. Trots wijst ze op haar zoons, dochters en hun aanhang: “Zij komt uit Colombia en hij trouwt binnenkort met een Spaanse.”
De feestvreugde werkt aanstekelijk. Waarom we in Spanje zijn, vraagt ze. We laten onze terughoudendheid varen en vertellen dat we voor een Joods weekblad werken. “Oh, we love Israel,” is het antwoord, waarna ze haar echtgenoot naar ons meetroont. Er ontstaat een gezellig gesprek terwijl de vrouw de jongste telg van de familie, nog geen jaar oud, op mijn schoot plant. Daar blijft hij rustig zitten, sabbelend op een stukje brood.
Tijdens dit bezoek ondervinden we alleen maar vriendelijkheid. Zelfs bij de van oorsprong Syrische hotelbeheerder die heel duidelijk is: het Westen begrijpt niets van de heersende mores in het Midden-Oosten.
In schril contrast daarmee staat een bericht dat we in de Jerusalem Post lezen. De vooraanstaande Spaanse journaliste Pilar Rahola kreeg vanwege haar pro-Israël-standpunt in 2024 van twee pro-Palestijnse activisten rode verf in haar gezicht gegooid. Rahola deed aangifte, maar nu blijken die activisten haar op hun beurt aan te klagen voor kwaadsprekerij. Rahola is volgens hen ‘een betaalde collaborateur van het zionistische regime en is direct betrokken bij de genocide die Israël pleegt’. Het schandaligste is dat het Spaanse Openbaar Ministerie hun klacht serieus neemt. Uiteraard protesteren Joodse organisaties tegen deze fout.
Ik denk terug aan de middag waarop David Hatchwell Altares ons rondleidde in het toekomstige Joods Museum (zie pagina 19). Hij vertelde over de eerste ruimte waar bezoekers zullen binnenkomen: “Ze zien een grote projectie van de aarde, op miljoenen kilometers afstand genomen door de Voyager. En dan zoemen we vanuit de ruimte in. De installatie heet ‘One’, om aan te tonen dat we uiteindelijk allemaal in hetzelfde schuitje zitten.”
Terwijl die avond die dreumes op m’n schoot zit, danst nog steeds Stings hit Fragile door mijn hoofd.
Kwetsbaar
Het is een bloedhete Madrileense avond als Bart en ik een eettentje opzoeken. We vinden twee vrije barkrukken aan hoge tafeltjes en terwijl wij iets bestellen komt een echtpaar aangelopen. De vrouw draagt een opvallende, lange zilveren feestjurk. Familieleden — zo zou later duidelijk worden — voegen zich bij hen, totdat de groep is uitgegroeid tot een man, vrouw en kind of twintig. De vrouw in het zilver is overduidelijk de gangmaakster.
Het duurt niet lang voordat ze ook met ons een praat-je komt maken. Ze is Amerikaanse, vertelt ze, en ze is hier om met een paar van haar elf kinderen en tientallen kleinkinderen haar verjaardag te vieren. Trots wijst ze op haar zoons, dochters en hun aanhang: “Zij komt uit Colombia en hij trouwt binnenkort met een Spaanse.”
De feestvreugde werkt aanstekelijk. Waarom we in Spanje zijn, vraagt ze. We laten onze terughoudendheid varen en vertellen dat we voor een Joods weekblad werken. “Oh, we love Israel,” is het antwoord, waarna ze haar echtgenoot naar ons meetroont. Er ontstaat een gezellig gesprek terwijl de vrouw de jongste telg van de familie, nog geen jaar oud, op mijn schoot plant. Daar blijft hij rustig zitten, sabbelend op een stukje brood.
Tijdens dit bezoek ondervinden we alleen maar vriendelijkheid. Zelfs bij de van oorsprong Syrische hotelbeheerder die heel duidelijk is: het Westen begrijpt niets van de heersende mores in het Midden-Oosten.
In schril contrast daarmee staat een bericht dat we in de Jerusalem Post lezen. De vooraanstaande Spaanse journaliste Pilar Rahola kreeg vanwege haar pro-Israël-standpunt in 2024 van twee pro-Palestijnse activisten rode verf in haar gezicht gegooid. Rahola deed aangifte, maar nu blijken die activisten haar op hun beurt aan te klagen voor kwaadsprekerij. Rahola is volgens hen ‘een betaalde collaborateur van het zionistische regime en is direct betrokken bij de genocide die Israël pleegt’. Het schandaligste is dat het Spaanse Openbaar Ministerie hun klacht serieus neemt. Uiteraard protesteren Joodse organisaties tegen deze fout.
Ik denk terug aan de middag waarop David Hatchwell Altares ons rondleidde in het toekomstige Joods Museum (zie pagina 19). Hij vertelde over de eerste ruimte waar bezoekers zullen binnenkomen: “Ze zien een grote projectie van de aarde, op miljoenen kilometers afstand genomen door de Voyager. En dan zoemen we vanuit de ruimte in. De installatie heet ‘One’, om aan te tonen dat we uiteindelijk allemaal in hetzelfde schuitje zitten.”
Terwijl die avond die dreumes op m’n schoot zit, danst nog steeds Stings hit Fragile door mijn hoofd.
Gerelateerd
Lees meer »
Meer Gerelateerde Berichten
Kwetsbaar
Woede over erkenning ‘Palestina’: ‘Hamas-terreur wordt beloond’
Verslag uit het buitenland: Het wordt nooit meer zoals het was (Spanje)