Alles komt van boven, maar toch …
Dagboek

Alles komt van boven, maar toch …

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 10 januari 2023, 13:29
Alles komt van boven, maar toch …

Na een zware gioerdag in Brussel op woensdag waren we donderdagavond te gast op het geweldige bar-mitswadiner van de zoon van Bart van de Kamp, de orthodox-Joodse hotelmagnaat die met onze oudste zoon in de klas heeft gezeten op het Cheider. Wat een simcha! 

Maar: vreugde en verdriet wisselden elkaar de laatste dagen af.  Zo is het leven. Woensdag was ik weer een dag in Brussel op het kantoor van het RCE, het Rabbinical Center of Europe. Als een lokale rabbijn in een land of een stad zonder officieel beet dien een kandidaat heeft die naar zijn mening klaar is om gioer te doen – toe te treden tot het jodendom – dan worden wij ingeschakeld namens het Opperrabbinaat van Israël. We zijn absoluut geen gioerfabriek, maar als een lokale rabbijn assistentie nodig heeft bij de uiteindelijke afwikkeling, verschijnen wij desgewenst ten tonele om de procedure af te wikkelen.

De kandidaat die woensdag had zullen komen en die onze goedkeuring al had verkregen, had die dag het mikwe in kunnen gaan. Maar het ging niet door omdat de lokale rabbijn wel wilde dat wij de procedure zouden afronden, maar zelf weigerde in het beet dien plaats te nemen en niet bereid was schriftelijk te verklaren dat hij (mede)verantwoordelijk is voor de gioer. En dus hadden we de kandidaat laten weten dat de afronding helaas moet worden uitgesteld en dat hij zich de reis naar Brussel vanuit zijn EU-land van herkomst kon besparen. Nodeloos verdriet en voor mij onacceptabel. Dit gedrag van die lokale rabbijn gaat, wat mij betreft, nog een staartje krijgen. Zo kan er niet worden omgegaan met medemensen. Als de lokale rabbijn de kandidaat niet geschikt acht voor gioer, laat hem dat dan met redenen omkleed weten. Maar hem naar ons doorverwijzen en vervolgens weigeren mee te werken, kan niet. Nodeloos verdriet!

Intussen bereikt mij het bericht dat een lid van een Joodse gemeente zeer ernstig ziek is en onze steun nodig heeft.  Een ander lid (of misschien niet-lid) zit met een psychiatrisch ingewikkeld probleem, een zwaar depressieve dochter, terwijl de vader zelf als psychiater in een psychiatrisch ziekenhuis werkzaam is.

En ik word, geheel onverwacht, sinds gisteravond met een dilemma geconfronteerd. Door twee grote charitatieve organisaties zijn Blouma en ik uitgenodigd naar Israël te komen. De rabbijn van Marioepol organiseert een sjabbaton voor Oekraïense vluchtelingen in Israël. De meerderheid van de Marioepoldenaren kennen wij. Maar: precies in die periode heb ik representatieve verplichtingen die ik niet kan verplaatsen. En dus het dilemma: kies ik voor een snoepreisje Israël, dat natuurlijk ook zeer nuttige aspecten vertoont, of blijf ik Nederland om aanwezig te zijn waar ik verwacht word? Daarom schakel ik mijn advisory board in en laat hen beslissen, want ik ben zelf uiteraard partijdig: Nederland of Israël? Uitslag: 5-1 om in Nederland te blijven en dus: weg snoepreisje. Snik!

Een goede bekende heeft een schrijnend probleem. Maar in plaats van zijn artsen achter hun vodden aan te zitten, neemt hij alles zoals het komt. Als de specialist hem zegt dat het goed met hem gaat, dan accepteert hij dat, terwijl de patiënt en ieder die hem kent hem van dag tot dag achteruit ziet gaan. Dat kennelijke aanvaarden getuigt van vroomheid en Godsvertrouwen. Geweldig, toch? Of niet? Neen, dus.

Sjabbat was rust, sjoeldienst, kiddoesj, sjabbatgasten en lernen. Als Mozes en Aäron bij de farao komen, zo lezen we in de sidra van aanstaande sjabbat, en hem dringend verzoeken het Joodse volk te laten gaan, laat de farao hun weten dat ze zich met hun eigen zaken moeten bemoeien en het welzijn van de andere Joden aan hem, de farao, moet overlaten. Die farao was geen snotneus, zo leert ons de Joodse overlevering. Hij wist wat hij zei en had in feite helemaal gelijk. Hij erkende dat alles van boven komt en boven was besloten dat de Joden vierhonderd jaar in ballingschap zouden moeten vertoeven, zoals G’d had aangegeven aan aartsvader Avraham. De farao wist ook dat het Joodse volk altijd een groep geleerden moest hebben die dag en nacht met Torastudie bezig was, de goegemeente onderrichtte en waar nodig als rechters optrad. ‘Aäron en Mozes, jullie opdracht is Torastudie’, was zijn reactie op hun verzoek van ‘Let my people go’. ‘Voer jullie eigen opdracht uit en weet dat de periode van vierhonderd jaar slavernij nog lang niet bereikt is. En dus, mijn heren, aanvaard G’ds wil en zeur niet!’

In principe had de farao helemaal gelijk. G’ds wegen zijn ondoorgrondelijk en niet te vatten. Vreugde en verdriet komen van boven: aanvaard dat. Mozes en Aäron moeten gewoon de boven besliste realiteit accepteren. Het Joodse volk moet in slavernij die vierhonderd jaar uitzitten.

En daar gaat farao de fout in, want ja, alles komt van boven, ook pijn en verdriet. Maar tegelijkertijd wordt van ons verwacht niet zomaar klakkeloos kommer en kwel te aanvaarden. En dus, als ik geconfronteerd word met verdriet, aanvaard ik dat onder geen beding en ga ik zoeken hoe te helpen, ook als ik weet dat alles gaat zoals het kennelijk moet gaan. De opstelling van mijn vriend die zich door de artsen laat afschepen en alles neemt zoals het komt, vind ik daarom onaanvaardbaar. Het doet mij pijn.

Maar ter compensatie van die pijn stond er vrijdagochtend een prachtig piepklein olijfboompje in een potje voor onze deur. Waarschijnlijk een verlaat cadeautje voor ons 50-jarig huwelijksfeest. Maar hoewel alles dus van boven komt, willen we toch graag weten van wie wij dit boompje mochten ontvangen. Geen naam of enig ander teken dat aangaf wie ons met het boompje wilde verblijden. En dus hier mijn oproep: laat de schenker zich melden.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking