Bezetting is geen enkelvoud

Jessica Roitman

Een gemeente die zich uitspreekt over een conflict, zou dat op zijn minst moeten kennen. De Amsterdamse gemeenteraad heeft vorige week het tegendeel laten zien. Met het aangenomen voorstel Amsterdam: mensenrechtenstad in woord én daad neemt de stad een positie in over een regio die de indieners niet begrijpen. Die onwetendheid maakt het voorstel onsamenhangend en, erger nog, gevaarlijk.

Dat het de raadsleden niet om precisie te doen is, blijkt al uit de geschiedenis van het stuk. In september heette het nog Boycot, desinvestering en sancties tegen Israël. Het college wees het af, want een boycot is niet aan een gemeente. Wat volgde was een nieuwe naam. ‘Boycot’ verdween, ‘Israël’ verdween uit de titel, de machinerie bleef. Op de dag van de stemming noemde Sheher Khan (Denk) het op Instagram gewoon een Israëlboycot, ook al was alleen de naam veranderd.

Neem het begrip waar in dit voorstel alles om draait: bezetting. Voor de indieners is dat één categorie met een dader en een slachtoffer, af te vinken met een database. Maar wie de regio kent, weet dat ‘bezetting’ daar geen enkelvoud is. De Westelijke Jordaanoever is bezet Palestijns gebied onder militair bestuur, niet geannexeerd. Oost-Jeruzalem werd in 1980 geannexeerd, de Golan in 1981, als bezet Syrisch gebied onder Israëlisch civiel recht. Drie verschillende juridische werkelijkheden. De VN-lijst waarop het voorstel leunt, behandelt ze alsof de verschillen niet bestaan.

Paspoort

Op die Golanhoogte wonen zo’n 23 duizend druzen, een Arabischsprekende minderheid met een eigen religie, verspreid over Syrië, Libanon en Israël. Het zijn geen Palestijnen. Hun gemeenschap kent een oud beginsel van trouw aan het land waarin zij leven. In Israël wonen zo’n 150 duizend druzen, volwaardige burgers die dienstplichtig zijn en oververtegenwoordigd in de gevechtseenheden en de officiersrangen van het leger. Zeker veertien van hen sneuvelden in de oorlog in Gaza. Zij zijn verweven met de staat die door dit voorstel als bezetter wordt weggezet.

De druzen van de Golan weigerden veertig jaar lang het Israëlische paspoort en kozen de Syrische kant. Maar dat kantelt. De reden ligt over de grens: de druzen in Syrië zijn in 2025 herhaaldelijk afgeslacht, met in juli alleen al meer dan 1700 doden in de provincie Suweida. Terwijl de wereld het bij verklaringen hield, greep Israël in om hen te beschermen. Eén volk, één beginsel van trouw aan de heersende staat, en toch aan weerszijden van een bestandslijn een verschillend lot. Een wereldbeeld dat enkel ‘bezetter’ en ‘bezette’ kent, ziet niet dat juist die bezetter de druzen te hulp kwam toen niemand anders dat deed. Zulke blindheid is niet zonder gevaar voor de minderheden die in die regio bescherming zoeken.

Op de dag van de stemming noemde Sheher Khan het voorstel gewoon een Israëlboycot

Die onwetendheid heeft een prijs. Toen de boycotbeweging jaren geleden de SodaStream-fabriek in een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever tot symbool maakte, sloot die fabriek. Ongeveer vijfhonderd Palestijnen verloren hun goedbetaalde baan. De directeur noemde de Palestijnen de grootste slachtoffers van de boycot. Niemand hoeft het lijden in Gaza klein te maken om te zien wat hier misgaat. Een boycot die ‘de bezetting’ wil raken, treft vooral de Palestijn die er zijn brood verdiende.

Oeigoeren

Het verklaart ook waarom een voorstel dat zegt wereldwijd naar schendingen te kijken, in de praktijk maar één land ziet. Een VVD’er vroeg in de raad waarom het wel over Israël ging en niet over de Oeigoeren, wier dwangarbeid veel dieper in onze inkoopketens zit dan welk product uit een nederzetting ook. Soedan, op dit moment de grootste humanitaire ramp ter wereld, kreeg één zin. De Amsterdamse raadsleden weten dat, want ze noemen het zelf. Maar Israël was van het begin af aan het doel, zoals de oorspronkelijke titel al verried. De taal van mensenrechten kwam er pas bij toen die titel onhoudbaar bleek.

Mag een gemeente dit eigenlijk? De referendumcommissie oordeelde eerder dat de boycoteisen buiten haar macht vielen, en toch nam de raad langs een omweg veel van hetzelfde aan. Het echte bezwaar is niet juridisch. Een stad die zich opwerpt als scheidsrechter in andermans oorlog, zou eerst moeten begrijpen waarover die oorlog gaat. En een mensenrechtenstad die zijn onderwerp niet kent, beschermt geen mensenrechten. Die speelt ermee.

––––––––––––––

Jessica Roitman is hoogleraar Joodse Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Opinie

Bezetting is geen enkelvoud