Achtergrond

De andere Iron Lady

Als David Ben-Goerion in 1948 de staat Israël uitroept, is Golda Meïr daarbij. Ze straalt en tekent als een van twee vrouwen de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring. Het leven van dit ooit zo arme meisje uit Pinsk heeft dan al een wonderbaarlijke loop genomen, maar na die gedenkwaardige dag in Tel Aviv wordt haar verhaal nog groter.

Esther Voet 02 januari 2020, 09:00
De andere Iron Lady

Een van haar eerste herinneringen, zo schrijft Golda Meïr in haar autobiografie Mijn Leven, is een angstige. Ze is een jaar of drie, vier, en ziet hoe haar vader de deur van haar schamele ouderlijk huis in Kiev barricadeert als bescherming tegen een op handen zijnde pogrom. Golda Meïr, dan nog Golda Mabovitch, wordt geboren op 3 mei 1898. Haar ouders vernoemen haar naar haar overgrootmoeder, een dominante vrouw die 94 jaar oud werd en geen suiker maar zout in haar koffie deed, als dat er al was, om zich zo voortdurend bewust te blijven van de bittere diaspora.

De hoop dat het gezin in Kiev (hedendaags Oekraïne) een beter leven zal krijgen dan in Pinsk, in het huidige Wit-Rusland, waar Golda’s ouders oorspronkelijk vandaan komen, vervliegt al snel. Ze keren na enkele jaren terug naar Pinsk, maar ook daar blijft het schrapen: “Ik had het altijd een beetje te koud van buiten en te leeg van binnen,” schrijft Golda in 1975 wanneer ze haar memoires op papier zet. Haar vader besluit zijn geluk te zoeken in de Goldene Mediene, zoals de Verenigde Staten onder Joden in Oost-Europa worden genoemd. Alle centjes worden bij elkaar geraapt zodat vader Mosje vooruit kan reizen en kan sparen om het gezin later over te laten komen. Dat zal nog drie jaar duren.

Moeder Bluma probeert intussen in Pinsk het hoofd boven water te houden. Twee kinderen sterven jong en Bluma moet de monden van dochters Sheyna, Golda en Zipke (later Clara) voeden. Sheyna, negen jaar ouder dan Golda, is veertien jaar oud als haar vader vertrekt. Golda noemt haar in haar memoires de persoon die haar jonge leven het meest beïnvloedt. Sheyna is intelligent, rebels en doet precies wat haar hart haar ingeeft, vaak tot wanhoop van haar ouders. Die rebellie blijkt ook Golda niet vreemd. Als drie jaar later het geld bij elkaar gespaard is om via Wenen en Antwerpen het hele gezin naar Amerika te laten komen, proberen ze een nieuw leven op te bouwen in het Amerikaanse Milwaukee, Wisconsin. Bluma opent daar een kruidenierswinkeltje, een handel waar ze totaal geen verstand van heeft. Golda wil naar school, ze haalt zelfs het eerste jaar al alleen maar achten en negens, maar moeder ziet haar liever achter de toonbank van haar winkeltje staan. Dat levert veel ruzies tussen ouders en dochter op.

De droom
Golda wil doorleren. Haar grote droom: onderwijzeres worden. Als haar moeder een potentiële echtgenoot voor haar vindt, één die twee keer zo oud is als zij, loopt Golda van huis weg en trekt enige tijd bij haar oudere zus in Denver in. Sheyna is politiek actief. In haar woninkje is het een komen en gaan van anarchisten, socialisten en zionisten. Golda vindt al die politieke discussies fantastisch en haar zus moet haar regelmatig dwingen haar huiswerk te maken.

In Denver leert Golda ook Morris Myerson kennen. Morris verdient zijn geld met het schilderen van letters op uithangborden. In zijn vrije tijd houdt hij zich bezig met muziek en literatuur. Golda is stapelverliefd op hem, maar ook erg onzeker. Ze vraagt in brieven aan hem waarom hij uitgerekend houdt van haar, niet bepaald een schoonheid in de klassieke zin des woords. Morris geeft geduldig antwoord. Morris en Golda trouwen op kerstavond 1917, op voorwaarde dat Morris een paar jaar later met haar mee zal gaan naar Palestina, want Golda is dan al helemaal in de ban van het zionisme.

‘Mijn beste speech ooit’
Enige tijd voor haar huwelijk keert ze terug naar Milwaukee, waar haar ouders hun ‘grootse plannen’ voor haar hebben laten varen. Golda komt in contact met het Amerikaanse Joodse Congres, het AJC, tot op de dag van vandaag een zeer invloedrijke, zionistische organisatie. Ze verspreidt aan iedereen die het in Joods Milwaukee horen wil het zionistische ideaal. De beste plek daarvoor is de plaatselijke sjoel, maar omdat ze een vrouw is, mag ze daar niet spreken. Dus besluit ze vlak voor de synagoge een zeepkist neer te zetten waarop ze haar boodschap wil gaan verkondigen. Haar vader komt achter dat plan en ze krijgen verschrikkelijke ruzie. Vader vindt het sjande! en dreigt dochter aan de haren van de zeepkist te trekken en naar huis te sleuren. Toch zet Golda, ietwat in paniek, door: “Ik waarschuwde mijn vrienden op de hoek van de straat dat mijn vader op oorlogspad was, klom op mijn zeepkist en hield mijn toespraak.”

En dan gebeurt er iets wat haar verdere leven zal bepalen. Want Golda heeft een gave: ze kan voor de vuist weg, zonder tekst op papier, mensen met haar woorden in het hart raken. “Gewoon zeggen wat ik op mijn hart heb,” noemt ze dat zelf. “Toen ik eindelijk thuis kwam, vond ik mijn moeder in de keuken op me wachten. Vader sliep al, zei ze, maar hij was wel gegaan en had me horen spreken. ‘Ik weet niet waar ze dat vandaan haalt’, had hij verwonderd tegen moeder gezegd. Hij was zo meegesleept toen hij naar mij op de zeepkist luisterde, dat hij zijn dreigement helemaal vergeten was. We hebben geen van beiden hier ooit over gesproken, maar ik vind het de geslaagdste speech die ik ooit gehouden heb.”

‘Geen boomgaarden, geen weiden, geen bloemen, niets’

Op alia
In 1921 komen Golda, Morris, Sheyna en haar man Shamai na een helse bootreis aan in Palestina onder Brits mandaat. Ze willen naar kibboets Merhavia, maar daar zitten ze niet op een getrouwd stel te wachten. Nadat Morris en Golda in eerste instantie door de kibboets worden afgewezen, zet
het echtpaar hun kostbaarste schat in als chantagemiddel. Ze doneren een fonograaf met bijbehorende collectie elpees met klassieke muziek. Nu worden ze toegelaten. Maar wie denkt aan een land van melk en honing, komt bedrogen uit. Het is keihard werken op deze plek in het noorden, een berucht moerasgebied: “Geen boomgaarden, geen weiden, geen bloemen, niets,” omschrijft Golda het. Ze wordt leidinggevende in de loel, de kippenfokkerij, en wordt daarom naar Haifa gestuurd om daar mee te doen aan een congres. Ze noemt haar tijd in de kibboets de gelukkigste van haar leven, maar Morris heeft het moeilijker. Hij krijgt malaria en ziet Golda helemaal opgaan in haar passie. Hij weigert kinderen met haar te krijgen zolang ze ze zich niet toelegt op een conventioneler bestaan. Golda geeft toe. Het echtpaar verlaat de kibboets, verhuist naar Jeruzalem en krijgt twee kinderen: zoon Menachem (1924) en dochter Sarah (1926).

Opnieuw grote armoede. Om de kosten voor Menachems crèche te betalen, doet ze de was voor zijn school; op de hand.

Dochter Sarah: ‘Haar feminisme was meer pragmatisch’

Aan de keukentafel
Maar daarmee is ze haar ambitie niet kwijtgeraakt. Als haar in 1924 wordt gevraagd secretaris van de Vrouwen Arbeiders Raad van de Histadroet te worden, twijfelt ze geen moment, hoewel ze weet dat Morris daar mordicus tegen zal zijn. De Histradoet is de vakbond van Joodse arbeiders en voorloper van de Arbeiderspartij. De voorzitter is David Ben-Goerion. Hij zal haar mentor worden, hoewel ze nooit echte vrienden zullen zijn. Daarvoor vindt Golda hem te ongenaakbaar. Maar aan haar keukentafel worden, net wanneer ze veel later premier van het land is, veel plannen gesmeed en politieke beslissingen genomen. Ze verhuist voor haar functie met haar zoon naar Tel Aviv. Morris bezoekt haar gedurende de weekeinden, maar in wezen is het huwelijk voorbij, hoewel dochter Sarah nog in 1926 geboren wordt. Morris overlijdt in 1951. Hij heeft nooit echt in het zionistische ideaal geloofd zoals Golda dat deed. Golda zal zich haar leven lang schuldig blijven voelen, “Omdat,” zo schrijft ze, “ik niet de vrouw kon zijn die hij wenste en verdiende.”

Golda’s ambitie en heilig vuur reikt verder dan het moederschap en een goede echtgenote zijn. In 1930 schrijft zij al: “Er is een type vrouw dat niet thuis kan blijven. Ondanks de plaats die haar kinderen en gezin in haar leven hebben, eisen haar karakter en haar wezen meer. Voor zo’n vrouw is er geen rust. De moeder lijdt tijdens het werk dat zij heeft aangenomen. De kinderen hebben haar nodig. En die innerlijke strijd, die dubbele druk, dat wisselende gevoel van onvervulde plicht, vandaag ten opzichte van haar gezin, morgen ten opzichte van haar werk, is de last van de werkende moeder.”

Dochter Sarah Meïr laat zich in 2006, als ze tachtig is, in milde bewoordingen over haar moeder uit: “Moeder was geen feministe die zich uitsluitend inzette voor emancipatie en gelijke rechten voor vrouwen. Haar feminisme was meer pragmatisch. Moeder geloofde dat mannen en vrouwen zich gelijkwaardig moesten inspannen voor de opbouw van de staat Israël.”

Myerson wordt Meïr, wat ‘stralend branden’ betekent

Tranen bij de onafhankelijkheid
Dankzij haar contacten binnen de Histadroet maakt Golda snel carrière. Ze wordt gevraagd als vertegenwoordiger van de World Zionist Organization en de Jewish Agency en tijdens de Tweede Wereldoorlog is zij een van de belangrijkste gezichten van de zionistische zaak. In 1946 wordt ze een van de belangrijkste onderhandelaars met de Britten en nu de geboorte van de staat Israël op handen is, moeten er fondsen voor de defensie van het toekomstige land geworven worden. Die moeten vooral bij de Amerikaanse Joodse gemeenschap vandaan komen. Het streefbedrag is zo’n zeven tot acht miljoen dollar. Maar of dat gehaald wordt? Er zijn ernstige twijfels. Golda doet waar ze het best in is. Ze maakt een lange reis door de Verenigde Staten, spreekt daar voor de vuist weg en raakt harten. Ze komt terug met vijftig miljoen dollar. Ben-Goerion omschrijft haar als ‘de Jodin die de Joodse staat mogelijk maakte.’ Ook adviseert hij haar en Morris een nieuwe, Israëlische naam aan te nemen. Myerson wordt Meïr, wat ‘stralend branden’ betekent.

Op 14 mei 1948 wordt de Israëlische staat geboren. “Nadat ik mijn handtekening onder de onafhankelijkheidsverklaring had gezet, heb ik gehuild. Als scholiere had ik gelezen over de mensen achter de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Ik kon me toen niet voorstellen dat dat échte mensen waren geweest, die iets échts voor elkaar hadden gekregen. En nu was ik één van hen.” Pas later wordt bekend dat Golda, nog geen vier dagen daarvoor, vermomd als een Arabische vrouw, naar koning Abdullah II van Trans-Jordanië was gereisd om bij hem te bepleiten de nieuwe staat niet, net zoals andere Arabische staten zouden gaan doen, aan te vallen. Het was niet hun eerste ontmoeting. Ze hadden elkaar al twee keer daarvoor in het diepste geheim ontmoet. Toen Abdullah, de overgrootvader van de huidige koning Abdullah, vroeg: “Waarom zo’n haast met het uitroepen van een Joodse staat?” had Meïr geantwoord: “We hebben hier tweeduizend jaar op gewacht, noemt u dat haast?”

Dronken van de overwinning
Meïr neemt zitting in het parlement dat in 1949 voor het eerst samenkomt. Ze wordt minister van Arbeid en Sociale Zekerheid, is verantwoordelijk voor de opbouw van infrastructuur, en wordt daarna minister van Buitenlandse Zaken; jaren waarin zij zich onder meer inzet voor het verbeteren van de relaties met de Afrikaanse landen. In 1965 moet ze een stapje terug doen. Er wordt kanker bij haar geconstateerd. Ze verlaat het kabinet en wordt secretaris-generaal van haar partij. In 1967 brengt Israël de Arabische staten een enorme slag toe. In zes dagen. Het land verovert de Golan, de Westelijke Jordaanoever en de Sinaï. Moshe Dayan, de illustere militair en minister van Defensie, krijgt een heldenstatus die zijn weerga niet kent. Het land, waarvan het voortbestaan nog geen twintig jaar daarvoor een dubbeltje op z’n kant was, is nu dronken van de overwinning en is vol van zelfvertrouwen. Of is het overmoed?

Als premier Levi Eshkol anderhalf jaar later plotseling een hartaanval krijgt en sterft, wordt Golda gevraagd zijn positie over te nemen om een interne machtsstrijd te voorkomen. Zo wordt Golda Meïr, na Sirimavo Bandaranaike (Sri Lanka-1960) en Indira Gandhi (India-1966) de derde vrouw ter wereld die dit ambt bekleedt.

De populariteit van de staat Israël bevindt zich wereldwijd op z’n hoogtepunt. Het hele Westen viert met dat kleine opdondertje in die grote, Arabische wereld mee. En Golda Meïr deelt in die populariteit. Maar donkere wolken pakken zich samen.

Arabisch terrorisme
Waar ze die eerste jaren als premier vooral mee te maken krijgt? Terroristische aanslagen, vooral door de Palestijnen die zij als volk onder geen beding erkent. “Voor 1967 had niemand ooit van Palestijnen gehoord,” verklaart ze. En als er al zo’n volk is, dan behoort zij daar ook toe, vindt zij. Ze toont papieren uit de tijd van het Brits mandaat en waarop zij staat geregistreerd als inwoner van Palestine. In 1969 alleen al zijn er 82 verijdelde kapingspogingen. Er is een wapenstilstand met Egypte maar dat land schendt de afspraken voortdurend. Er zijn diverse bomaanslagen in Israël, waaronder ook op schoolbussen, en in 1972 vindt de afgrijselijke gijzeling van Israëlische sporters tijdens de Olympische Spelen in München plaats. De Duitse politie en veiligheidsdiensten blunderen. Ervaren Israëlische experts die de Duitsers bij willen staan om de oorspronkelijke gijzelingsactie tot een goed einde te brengen, worden geweerd. De atleten worden afgeslacht. Golda geeft de opdracht alle Palestijnse betrokkenen één voor één te elimineren.

In Mijn Leven schrijft ze: “Ik heb nooit betwijfeld dat de werkelijke bedoeling van de Arabische staten de totale vernietiging van Israël was en is. Zelfs als we ons tot de grenzen van 1967 hadden teruggetrokken, zouden ze nog hebben geprobeerd om ons uit te wissen.” Golda neemt een onverzettelijk standpunt tegenover de Palestijnen en de Arabische wereld in, één dat we vandaag de dag eerder zouden toeschrijven aan het rechtse politieke spectrum van de Joodse staat. Voorzichtige toenaderingspogingen van sommige Arabische staten worden niet beantwoord. Het komt haar bij jongere leden binnen haar partij op kritiek te staan. Maar veel Israëli’s en Joden ver buiten de Joodse staat zijn dezelfde mening toegedaan. Toch gaat zij begin 1973 wel degelijk akkoord met een vredesvoorstel van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. Israël zal de Sinaï voor een groot deel teruggeven aan Egypte, met uitzondering van een aantal strategische plaatsen. Het voorstel strandt op het ‘nee’ van Egypte. Ze ontsnapt ook zelf een paar keer ternauwernood aan de dood, onder meer aan een geplande aanslag van de terreurorganisatie Zwarte September tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in 1973. Amerikaanse veiligheidsdiensten verijdelen de aanslag vlak voor de uitvoering. Pas in 2009 wordt dat openbaar.

Golda Meïr, Willem Drees, Rachel Ben-Zvi, de vrouw van president Ben-Zvi en premier David Ben-Goerion tijdens een bijeenkomst ter ere van de opening van het Nederlandse Woud in Jeruzalem, in 1960

‘Une femme formidable’
Golda Meir versterkt in haar eerste jaren als premier de banden met het buitenland. Ver voordat Margaret Thatcher die naam krijgt, staat ze bekend als The Iron Lady. En ze heeft meerdere bijnamen. Ben-Goerion noemde haar jaren daarvoor al “de beste man in de regering.” De Arabieren noemen haar De Oude Dame. De Franse president Georges Pompidou beschrijft haar als une femme formidable. President Nixon noemt haar een elementaire natuurkracht: “Veel leiders worden op hun weg naar de top gedreven door persoonlijke ambitie. Niet Golda. Ze deed haar hele leven lang gewoon haar werk, en stopte daar alles in, met energie en toewijding.”

Dan komt de Jom Kipoeroorlog. Ja, er zijn vooraf wel degelijk tekenen dat het mis kan gaan. Syrische troepen trekken samen bij de Golan. Ook Egypte roert zich. Maar Golda krijgt het advies niet over te gaan tot een pre-emptive strike, een preventieve aanval. Na de geweldige overwinning van 1967 is het niet onlogisch dat Meïr die raad opvolgt. De Arabische naties hebben op hun toges gehad, ze zullen het toch niet opnieuw proberen? Maar dat doen ze wel. En pas zes uur voordat de aanval in gang wordt gezet, gaat ze met de minister van Defensie, Moshe Dayan, en generaal David Elazar om de tafel zitten. Dayan, overtuigd dat de Arabische landen het niet nog eens aandurven, is voor een gedeeltelijke mobilisatie.

Elazar pleit voor een complete, inclusief een pre-emptive strike. Het is de avond van Jom Kipoer. Hoewel Meïr atheïst is, weet ze dat soldaten thuis en in de synagoge, de heiligste religieuze dag van het jaar willen beleven. Dat ze tijdens het beslissingsproces te veel haar moederhart laat spreken is echter een fabeltje. Ze gaat toch op het allerlaatste moment over tot een volledige mobilisatie, maar besluit niet als eerste aan te vallen. Daarbij is ook de afweging over de rol van de Verenigde Staten voor haar belangrijk. Als Meïr daadwerkelijk de oorlog begint, kan ze dan nog op steun van de Amerikanen rekenen? Ze twijfelt daar ernstig aan. Later zal Henry Kissinger bevestigen dat ze dat goed heeft beoordeeld. De VS zouden hun handen dan van de staat hebben afgetrokken, zo verklaart hij. Maar door passief te blijven, brengt ze Israël wel in groot gevaar. Zowel de Syrische als de Egyptische troepen brengen de Israëlische gevoelige nederlagen toe. Onnodig veel Israëlische soldaten sterven.

‘Ik heb de kracht niet meer om deze last nog langer te dragen’

‘Meer dan voldoende’
Golda overleeft de naweeën van die oorlog niet. Ja, de Agranat Commissie die de beslissingen van de regering vlak voor en tijdens de Jom Kipoeroorlog moet beoordelen, is van mening dat ze goed gehandeld heeft en in haar afwegingen de argumenten van generaal Elazar heeft meegenomen. Maar hoewel haar Arbeiderspartij in december 1973 de verkiezingen nog wint, doet een interne machtsstrijd haar in 1974 de das om. Ze dient haar ontslag in. “Die vijf jaren waren meer dan voldoende. Ik heb de kracht niet meer om deze last nog langer te dragen,” zegt ze. Yitzhak Rabin zal haar opvolgen.

Meteen na haar ontslag begint ze aan een boek, Mijn Leven, dat in de Nederlandse versie meer dan vierhonderd pagina’s telt. Ze spaart zichzelf niet maar is ook niet mals voor Ben-Goerion, Moshe Dayan en vele anderen.

Terugkijkend op haar leven is dat niet anders dan wonderbaarlijk te noemen. Golda Meïr werd geboren in een gezin dat woonde in Kiev, een gezin dat kinderdood kende, vervolging, armoede, en dat door die armoede uiteen werd gereten. Voor Golda Mabovitch geen dure, universitaire opleiding, geen rijke ouders die financieel haar ambitie konden faciliteren. Haar grootste droom was onderwijzeres worden. Haar werkelijkheid werd vele malen groter. Ze werd premier van een jonge staat en dat kostte offers: haar huwelijk en ook, in beperkte mate, de liefde van haar zoon en dochter. Ze werd, zonder daarnaar te streven, een voorbeeld voor feministes, voor vrouwen die zonder uitzonderlijke opleiding toch hun ambitie waarmaakten, en ze was het levende bewijs dat vrouwen al in de jaren zestig, zelfs in de patriarchale politieke wereld, wel degelijk hun mannetje konden staan.

Beroemde oneliners
Golda Meïr stierf op 3 juni 1978. Haar begrafenis op Har Herzl, de Herzlberg in Jeruzalem, werd, tegen de halacha in, vier dagen uitgesteld zodat wereldleiders aanwezig konden zijn. Toen in 1982 een televisiefilm over haar gemaakt werd, A woman called Golda met Judy Davis in de rol als jonge Golda, stond de toen al doodzieke – ze leed aan borstkanker – en legendarische actrice Ingrid Bergman erop de hoofdrol van de oudere Golda te spelen. De mensen van de schminkafdeling moesten enorm hun best doen om de grote, blonde, mooie Bergman om te toveren tot de kleine, Jiddische mame Meïr. Het zou Bergmans laatste rol zijn.

Er zijn legio oneliners aan Golda Meïr toegeschreven die nog altijd niet vergeten zijn. De beroemdste: Er zal vrede komen wanneer de Arabieren meer van hun kinderen gaan houden dan ze ons haten. Wie de meeste Israëli’s anno 2019 vraagt naar Golda Meïr zal als belangrijkste antwoord krijgen: ze schatte de Jom Kippoeroorlog verkeerd in, daarbij voorbijgaand aan het verkeerde advies dat ze van Moshe Dayan kreeg. En ook maakte ze ooit de opmerking dat ze de Mizrachi-Joden, de Joden uit Arabische landen, ‘onaangenaam volk’ vond. Israëli’s uit die landen hebben haar die frase nooit vergeven.

Ja, Meïr maakte fouten, maar ze deed nog veel meer goed. Ze eindigt haar boek met: “Ik hoop dat ik nooit zal vergeten dat ik bevoorrecht ben door wat mij is geschonken vanaf de tijd dat ik over het zionisme hoorde, daar in een kamertje in het tsaristische Rusland, en een halve eeuw lang tot hier waar ik mijn vijf kleinkinderen heb zien opgroeien als vrije Joden in een land dat hun eigen is. Laat niemand er ooit aan twijfelen: onze kinderen en de kinderen van onze kinderen zullen nooit met minder genoegen nemen.”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *