Deel 2: Heldendom voor en achter de linies

De Mossad wordt wereldwijd beschouwd als de meest effectieve inlichtingendienst, maar Joden spioneerden al ver voor de oprichting ervan in 1949. In een vierdelige serie belicht het NIW de Joodse geschiedenis van de spionage. Vandaag deel 2: spionnen in de Tweede Wereldoorlog.
Deze Israëlischpostzegel uit 1955 eert de vrijwilligers uit de jisjoev die achter de Duitse linies gedropt werden Gabriel en Maxim Shamir
Deze Israëlischpostzegel uit 1955 eert de vrijwilligers uit de jisjoev die achter de Duitse linies gedropt werden Gabriel en Maxim Shamir

Duizenden Joden spioneerden voor de Britten en de Amerikanen tegen de nazi’s. Niet alleen als vertalers, analisten, codekrakers, ook het klassieke spionnenhandwerk werd niet geschuwd. Hun bijdrage was heroïsch en in sommige gevallen cruciaal voor de overwinning.

‘Ik stel een eliteteam samen. Wij gaan maar één ding doen: nazi’s vermoorden.’ Het zijn de iconische woorden van luitenant Aldo Raine (gespeeld door Brad Pitt), commandant van de Inglourious basterds in Quentin Tarantino’s gelijknamige film. De ‘basterds’ vormen een eenheid van Joodse Amerikanen die in de Tweede Wereldoorlog achter de Duitse linies jacht maakt op nazisoldaten. Inglourious basterds – de spelfouten zijn opzet – is een staaltje wraakfantasie met een vette knipoog naar de realiteit. Zo is er sergeant Donny Donowitz, bijgenaamd de Berenjood, die de Duitsers angst aanjaagt door gevangenen met een honkbalknuppel dood te slaan. In de film beklaagt zelfs Adolf Hitler zich over zoveel wreedheid.

Veel minder bekend is dat de film uit 2009 gebaseerd is op ware gebeurtenissen. Nu ja, losjes gebaseerd. De documentaire The real inglourious basterds vertelt het verhaal van Operatie Greenup, waarin een team Amerikaanse spionnen diep achter de vijandelijke linies wordt gedropt. Net als in Tarantino’s film was een van hen een overgelopen Duitse soldaat, de andere twee waren Joden. En hoewel hun missie niet was angst onder de nazi’s te zaaien, maar inlichtingen in te winnen, klopt nog een detail uit Inglorious basterds: wraak speelde wel degelijk een rol. “Wij waren toegewijd aan het vermoorden van nazi’s,” zei Fred Mayer, de leider van het drietal, na de oorlog. Ook zijn verbindingsman zag dat zo: “Alle instructie die ik je zal geven voor het doden van Duitsers is deze: je neemt een pistool in je hand en je doet dit …” Waarna de grijze heer in de documentaire zijn wijsvinger kromt en het overhalen van de trekker nabootst.

Die woorden spreekt de oude radioman uit met een opvallend bekend accent. Want naast Mayer en Franz Weber, de overgelopen Duitse – eigenlijk Oostenrijkse – officier, was het derde teamlid een Nederlander: Hans Wijnberg. Net als de Joods-Duitse Mayer was Wijnberg voor de oorlog naar Amerika gevlucht, of beter gezegd: door zijn vader in veiligheid gebracht. Wijnbergs rol was cruciaal, zonder radio was elke missie achter de vijandelijke linies gedoemd te mislukken. Maar dit wordt geen verhaal over Joods-Nederlandse spionnen en verzetsstrijders. Daarvan waren er zoveel dat één artikel hen geen recht zou doen. Hun bijdrage aan de strijd tegen bezetting, onderdrukking en vervolging verdient een eigen serie.

Zonder slag of stoot

De missie van Operatie Greenup was specifiek: inlichtingen inwinnen over de mogelijkheid dat de Duitsers zich aan het einde van de oorlog zouden terugtrekken in de ‘Alpenvesting’: een daarvoor aangeduid gebied in de Oostenrijkse bergen, waar de felste nazi’s een guerrillaoorlog tegen de geallieerden zouden willen voeren. De drie, gerekruteerd door de OSS, de voorloper van de CIA, werden in februari 1945 in Oostenrijk geparachuteerd. Mayer deed zich voor als Duitse officier, Wijnberg verzond de vergaarde informatie naar de geallieerden. Maar al snel werd Mayer gepakt en gemarteld door de Gestapo. Toen hij weigerde Wijnberg en Weber te verraden, lag executie voor de hand, maar de nazipartijbaas van Tirol had andere plannen. Gauleiter Franz Hofer wist dat de oorlog verloren was en legde via zijn gevangene contact met de Amerikanen, aan wie hij zich liever overgaf dan aan het naderende Rode Leger.

De nazi’s in Innsbruck gaven zich over aan één Joodse vluchteling

Toen op 3 mei de 103e Infanteriedivisie van het Amerikaanse leger Innsbruck naderde, werd die ontvangen door een ondanks zijn gezwollen gezicht glunderende jongeman in Duits uniform. De nazi’s in Oostenrijks tweede stad hadden zich zonder slag of stoot overgegeven aan één Joodse vluchteling en spion, sergeant Frederick Mayer.

De belangrijkste overweging om Mayer en Wijnberg te rekruteren, was ongetwijfeld hun talenkennis. In hun OSS-groep opereerden nog ten minste vijf andere Europees-Joodse vluchtelingen. Vloeiend Duits, maar ook kennis van de cultuur in de landen waar zij werden ingezet, strekten bijzonder tot aanbeveling. Daarbij werd de overgrote meerderheid van de Joodse rekruten door de Amerikanen niet ingezet voor spionage in de traditionele zin van het werk. De militaire inlichtingendienst nam tijdens de oorlog meer dan vijftienduizend rekruten in dienst om Duitse krijgsgevangenen te ondervragen. Onder deze zogenoemde Ritchieboys, genoemd naar hun opleidingskamp Fort Ritchie in Maryland, waren meer dan tweeduizend Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen van Joodse a­fkomst.

____________________________________________________________________

Wallenberg, Schindler en … Kendrick

Voordat hij verantwoordelijk werd voor het afluisterprogramma in Trent Park House, werkte Thomas Kendrick voor de Britse Secret Intelligence Service (SIS), tegenwoordig beter bekend als MI6. In de jaren dertig gaf Kendrick vanuit Wenen leiding aan een omvangrijk en succesvol spionagenetwerk in Centraal-Europa. Maar al snel begon hij zijn dekmantel als diplomaat heel anders te gebruiken. Na de Anschluss met Duitsland op 12 maart 1938 verslechterde de situatie voor de Oostenrijkse Joden razendsnel. Groot-Brittannië liet geen Joodse vluchtelingen toe, maar deze konden nog wel in veiligheid worden gebracht naar verschillende Britse koloniën. Kendrick begon razendsnel visa uit te geven voor landen als Zuid-Rhodesië (tegenwoordig Zimbabwe) en Kenia – soms wel tweehonderd per dag. Ook kreeg hij het voor elkaar duizend Joodse mannen van tijdelijke visa voor het Mandaatgebied Palestina te voorzien.

In totaal wordt geschat dat Kendrick tienduizend Oostenrijkse Joden op deze wijze heeft gered. Dit leverde hem de bijnaam ‘de Oskar Schindler van Wenen’ op – niet geheel terecht, want Kendricks totaal zou bijna tienmaal dat van de beroemde Duitser zijn. Toch verklaarde Yad Vashem hem niet tot Rechtvaardige onder de volkeren. De Brits-Joodse krant Jewish Chronicle is nu samen met Kendricks biografe Helen Fry een campagne begonnen om dit recht te zetten. Zowel geschreven getuigenverklaringen als documenten van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn inmiddels naar Israël gestuurd, opdat Yad Vashem zijn beslissing heroverweegt en alsnog een boompje plant voor de spion. Geen dag te laat, want in de woorden van Fry redde Kendrick ‘een hele generatie Oostenrijkse Joden’.

____________________________________________________________________

Afluisteraars

Niet alleen de Amerikanen maakten gebruik van de taalvaardigheid van Joodse vluchtelingen voor inlichtingenwerk. Al sinds de Battle of Britain in juli 1940 beschikten de autoriteiten in Londen over Duitse krijgsgevangenen. Die neergeschoten piloten werden langzaam maar zeker aangevuld met meer en hogere officieren naarmate het Britse leger grotere successen scoorde tegen de Duitsers, zoals in Noord-Afrika. De militaire inlichtingendienst zag deze officieren als een potentieel zeer welkome bron van informatie. Dus kreeg kolonel Thomas Kendrick de opdracht de krijgsgevangenen af te luisteren. Aanvankelijk gebeurde dat vooral in Trent Park House, een landgoed ten noorden van Londen dat eigendom was geweest van de steenrijke Iraaks-Joodse familie Sassoon. Daar leidden gevangen Duitse generaals een opvallend vrij en luxueus bestaan.

Overal in Trent Park House werd afluisterapparatuur verstopt. De opnamen werden verzameld in de ‘m-room’, de microfoonkamer. Al snel kregen de Britten zoveel informatie binnen dat het succesvolle programma werd uitgebreid naar andere plaatsen waar krijgsgevangenen zaten. Dit leidde tot een enorme behoefte aan Duitstalige afluisteraars. Kendrick begon te rekruteren onder Joodse vluchtelingen, omdat zij vanwege hun afkomst betrouwbaar werden geacht voor de strijd tegen de nazi’s. Dat is opvallend, want tot dat moment werden vluchtelingen – ook Joodse – uit Duitsland en Oostenrijk juist met groot wantrouwen bejegend door de Britse autoriteiten. Nu werden zij ingezet om hun kennis van de verschillende dialecten van de gevangenen.

Duizenden analisten

Zeker honderd vluchtelingen zette Kendrick in Trent Park House en op andere locaties aan het werk. Dit leverde de Britse regering in 1941 de eerste sporen op van de geplande vernietiging van het Joodse volk, waarmee de Duitsers bij hun inval in de Sovjet-Unie begonnen waren. Minstens een van de vluchtelingen, de Joodse Sudetenduitser Ernst Lederer, infiltreerde Trent Park House door zich in opdracht van Kendrick als Duits officier voor te doen.

Het was niet alleen hun kennis van de Duitse taal en cultuur die Joodse vluchtelingen interessant maakten voor de Britse inlichtingendienst. Iedereen kent het verhaal van Alan Turing, de homoseksuele wiskundige die de onbreekbaar geachte code van de Duitse Enigmamachine ontcijferde. Dit wordt gezien als de belangrijkste inlichtingenoverwinning uit de Tweede Wereldoorlog en zonder overdrijving kan worden gesteld dat geen enkele geallieerde eenheid meer heeft toegevoegd aan de overwinning op de nazi’s dan de codebrekers van Bletchley Park. Maar in tegenstelling tot wat Hollywood ons wil laten geloven, was dit geen veredelde soloactie van Turing. Op het landgoed in Buckinghamshire, ook al eigendom van een rijke Joodse familie, werkten honderden, zelfs duizenden analisten. Aanvankelijk waren dat vooral Britse wetenschappers, zoals de Joodse wiskundige Max Newman, docent aan de Universiteit van Cambridge.

Gezien de traditionele oververtegenwoordiging van Joden in de wetenschap is het weinig verrassend dat zij ook in Bletchley Park een belangrijke gemeenschap vormden. Die werd steeds groter, naarmate meer uit Europa gevluchte wiskundigen en later Amerikaanse Joden in de staf werden opgenomen. Peter Benenson (geboren als Peter Solomon) werkte als inlichtingenofficier in Bletchley Park – later zou hij Amnesty International oprichten. Veel medewerkers zouden na de oorlog alia maken en in de jonge Joodse staat de kern vormen van de onovertroffen Israëlische inlichtingendiensten. Zo werkte Walter Ettinghausen als vertaler bij de marineafdeling van Bletchley Park. Hij trok in 1946 naar Jeruzalem, waar hij onder de naam Walter Eytan diplomaat werd. Nu wordt beschouwd als de nestor van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Legendarische schoonheid

Naast de technische vormen van informatievergaring als afluisteren, analyseren en decoderen, voerden Joden – en vooral Jodinnen – ook het klassieke spionnenhandwerk uit voor de geallieerden. Waarschijnlijk de meest fascinerende onder hen was de dochter van een Pools-katholieke edelman en een Joodse moeder uit een welvarend bankiersgeslacht in Warschau. Christine Granville, eigenlijk Krystyna Skarbek, was een vrouwelijke James Bond. Er wordt beweerd dat Ian Flemings eerste vrouwelijke held, Vesper Lynd uit Casino Royale en ook Tatiana Romanova uit From Russia with love op Granville gebaseerd zijn. Na de Duitse inval van Polen in 1939 werd de legendarische schoonheid gerekruteerd door de Britse geheime dienst. Vanuit Hongarije trok zij op ski’s de Karpaten over om antinazipropaganda Polen in en inlichtingen het land uit te smokkelen.

Christine hielp Poolse militairen het land uit om vanuit Engeland de strijd tegen de Duitsers voort te zetten. In 1944 werd zij in Zuid-Frankrijk gedropt om daar het verzet te helpen een geallieerde landing voor te bereiden. Granville leek aangetrokken te worden door de gevaarlijkste missies. In augustus van dat jaar kocht zij een Gestapo-officier om en bevrijdde drie geallieerde geheim agenten uit een nazigevangenis in Digne. Het was deze actie die haar de titel ‘Churchills favoriete spion’ opleverde. Granville overleefde de oorlog, maar haar reputatie als hartenbreekster kostte haar het leven. Dennis George Muldoney, een geobsedeerde afgewezen minnaar, stak Christine Granville/Skarbek dood op 15 juni 1952. Ze was 44 jaar oud.

Miss Moneypenny

In het eerste deel van deze serie kon u al lezen dat Ian Fleming zijn James Bond deels baseerde op de Joodse meesterspion Sidney Reilly. Maar het Joodse aandeel in Flemings boeken blijft niet beperkt tot Reilly en Granville.

Miss Moneypenny zou gebaseerd zijn op Vera Rosenberg

Het personage miss Moneypenny zou gebaseerd zijn op Vera Rosenberg, beter bekend als Vera Atkins. Deze in Roemenië geboren dochter van een Duitse vader en Britse moeder was Joods via beide ouders en groeide op in de hoogste kringen van Boekarest. Al voor de oorlog werd zij gerekruteerd door de Brits-Canadese spion William Stephenson, ook al een inspiratiebron voor Flemings 007. Atkins kreeg de Britse nationaliteit en werd op missies in heel Europa gestuurd om in opdracht van Churchill – toen nog geen premier – verslag uit te brengen over het groeiende nazigevaar.

We hadden het al over de Enigmamachine. Atkins’ eerste missie na het uitbreken van de oorlog was Poolse codekrakers die een kopie van de machine hadden gemaakt, hun door de Duitsers bezette land uit te smokkelen. Haar rol hierin is omstreden, maar feit is dat Atkins zich in de meidagen van 1940 in Nederland bevond en zelf het land uitgesmokkeld moest worden. Daarna ging zij aan de slag als secretaresse van Special Operations Executive, waar zij het aanspreekpunt was voor 37 vrouwelijke agenten in Europa en voor de F-sectie, het Franse netwerk van SOE. Hoe toegewijd Atkins was aan ‘haar’ agenten bleek na de oorlog, toen zij zich vastbeet in het lot van 118 verdwenen spionnen. Nadat SOE was opgeheven, weigerde Atkins op te geven en slaagde er als medewerkster van MI6 in te bevestigen dat 117 van de 118 verdwenen SOE-agenten door de Duitsers gedood waren. Vera Rosenberg/Atkins stierf in 2000 als 92-jarige Commandeur in de Order of the British Empire en lid van het Franse Légion d’Honneur.

Inspiratie

Geen verhaal over Joodse spionnen in de Tweede Wereldoorlog kan compleet zijn zonder dat van de 250 mannen en vrouwen uit het Britse Mandaatgebied Palestina, die zich meldden om door SOE achter de Duitse linies geparachuteerd te worden. Uiteindelijk werden 110 jonge leden van de jisjoev getraind om overal in bezet Europa inlichtingen in te winnen en verzet te organiseren. 37 van hen zouden daadwerkelijk infiltreren in het bezette Joegoslavië, Roemenië, Bulgarije, Slovakije, Hongarije, Italië en Frankrijk. Twaalf van hen werden gepakt, zeven geëxecuteerd door de Duitsers. Onder hen was de leider en het oudste lid van de parachutisteneenheid: de 41-jarige Italiaanse zionist Enzo Sereni, die omkwam in concentratiekamp Dachau.

Het beroemdste lid van de groep is ongetwijfeld Hannah Szenes. De jonge Hongaarse nam twee jaar na haar alia in 1941 dienst in het Britse leger, waarna zij zich meldde voor de Joodse parachutistengroep. Met de andere agenten werd zij door de Britten in Caïro getraind. Op 14 maart 1944 werd Szenes in Joegoslavië gedropt.

Hannah besloot door te gaan – een dappere, maar zinloze daad

De bedoeling was het nog niet door de nazi’s bezette Hongarije te bereiken, maar toen haar mannelijke collega’s hoorden dat de Duitse inval al had plaatsgevonden, weigerden zij verder te gaan. Hannah besloot door te gaan. Een dappere, maar zinloze daad. Al bij de grens werd zij opgepakt en gemarteld. In de gevangenis in Boedapest was Szenes een inspiratie voor de andere vrouwelijke gevangen en weigerde zij de nazi’s meer dan haar naam te geven, zelfs toen zij dreigden haar moeder te executeren. Op de dag voor haar executie op 7 november 1944 schreef Hannah in haar dagboek de dichtregels die elk Israëlisch schoolkind leert: “De dood, ik voel het, is zeer nabij. Ik had in juli drieëntwintig kunnen worden …”

Dit artikel verscheen eerder in het NIW20 van 11 februari 2022

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Spionnen

Deel 2: Heldendom voor en achter de linies