Israël als zondebok

Wordt de breed uitgemeten afkeer van de Joodse staat gedeeld door de gemiddelde Spanjaard of houdt alleen een activistische elite de kwestie op de been? En wat voor rol speelt de Spaanse regering in dit alles? Het NIW ging op onderzoek uit in Madrid.
Een anti-Israëlsticker siert een lantaarnpaal voor de ingang van het kantoor van de FCJE in Madrid
Een anti-Israëlsticker siert een lantaarnpaal voor de ingang van het kantoor van de FCJE in Madrid

Tekst en foto’s: Bart Schut en Esther Voet

Alsof de duvel ermee speelt: we hebben altijd wat met taxichauffeurs wanneer wij onze buitenlandspecials maken. In het Litouwse Vilnius troffen wij er een die op een haar na het bloedbad op het Novafestival had moeten meemaken. Alleen omdat hij geen taxichauffeur kon vinden die hem vanuit Jeruzalem naar het muziekfestijn wilde brengen op 7 oktober 2023, ontsprong hij de dans. In Dublin verklaarde een chauffeur die ons van de luchthaven naar het hotel bracht zonder blikken of blozen dat het zo jammer was dat ‘die goeie ouwe Adolf’ zijn werk niet had afgemaakt, omdat de Joden nu eenmaal niet beter verdienden. Kon niet iedereen die tegenwoordig het nieuws uit het Midden-Oosten volgt dat met eigen ogen zien?

Sinds die ervaring voorkomen we liever politieke thema’s in onze obligate praatjes met taxichauffeurs in de steden die wij voor het NIW bezoeken. Op de Uber-app geven we aan in stilte van de rit te willen genieten. Maar terwijl wij met een angstaanjagende vaart over de Paseo de la Castellana, de centrale verkeersader van Madrid razen, begint chauffeur Luis – naar eigen zeggen ‘half Siciliaans, half Spaans’ – ons spontaan te vertellen over zijn liefde voor het land en het volk Israël. Luis wil niets liever dan één keer in zijn leven Jeruzalem bezoeken. Hij worstelde met zijn huwelijk, zijn toekomst, kortom zijn leven, toen hij God om een teken vroeg. De volgende ochtend spraken zijn eerste klanten een taal die Luis niet kende. Navraag leerde dat het Hebreeuws was, de klanten waren Israëli’s en dat was precies het goddelijke teken waar Luis naar had verlangd.

Sindsdien is hij een groot vriend en verdediger van de Joodse staat, vertelt hij. En Luis is niet de enige, want we moeten vooral niet geloven wat de televisie en politiek de wereld proberen wijs te maken, dat het Spaanse volk Israël haat. Nee, volgens Luis is de gemiddelde Spanjaard helemaal niet zo antizionistisch als het lijkt. Daarmee verwoordt de Madrileense taxichauffeur meteen onze missie naar de Spaanse hoofdstad: de zoektocht naar de vraag of we inderdaad in het meest anti-Israëlische land van de Europese Unie zijn aangekomen. Want dat is het imago van Spanje, zeker sinds 7 oktober. Of ligt de werkelijke situatie genuanceerder?

Van kwaad tot erger

De positie van de Spaanse regering laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. De solidariteit die de socialistische premier Pedro Sánchez in oktober 2023 toonde met de slachtoffers van het bloedbad van 7 oktober, was geen lang leven beschoren. Hoewel Sánchez in november van dat jaar Israël — en onder andere het Novafestivalterrein in Beëri — bezocht, konden zijn radicaallinkse coalitiepartners dat mededogen met de Joodse slachtoffers nauwelijks opbrengen. Binnen weken na het bloedbad vonden de ministers Irene Montero en Ione Belarra al dat Benjamin Netanyahu wegens oorlogsmisdaden voor het Internationaal Strafhof in Den Haag gesleept moest worden.

Nog voor Sánchez’ bezoek aan de Joodse staat had zijn minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares al aangekondigd de staat Palestina te willen erkennen. Israëls protest dat dit een beloning voor de terreur van Hamas betekende, kwam ambassadrice Rodica Radian-Gordon op een reprimande van Albares te staan. Toen Spanje in mei 2024 de daad bij het woord voegde en ‘Palestina’ erkende, riep Israël Radian-Gordon terug naar Jeruzalem.

Vicepremier Yolanda Díaz vond het nodig de slogan ‘From the river to the sea’ te uiten

Daarna ging het van kwaad tot erger. Vicepremier, oud-communiste en leidster van de ultralinkse Sumar-partij Yolanda Díaz vond het nodig op te roepen tot de etnische zuivering van Israëlische Joden toen zij de antisemitische slogan From the river to the sea uitte en minister van Defensie Margarita Robles wist al in 2024 dat Israël ‘een echte genocide’ pleegde in Gaza. Robles is lid van Sánchez’ socialistische arbeiderspartij PSOE.

Premier Pedro Sánchez (met wit shirt en kogelwerend vest) bezocht in november 2023 de getroffen kibboetsen aan de grens met Gaza Pool Moncloa/Borja Puig de la Bella Casa

Dieptepunt

Spanje was een van de eerste Europese landen dat een wapenembargo tegen Israël instelde, niet dat het land veel wapens aan de Joodse staat verkocht. En we kennen allemaal de beschamende beelden uit de Vuelta, de Spaanse wielerronde die om de haverklap werd onderbroken door met kaffiya’s en Palestijnse vlaggen uitgedoste activisten. Premier Sánchez zei dat de voor de renners levensgevaarlijke protestacties hem ‘met trots vervulden’. Zijn uitspraak dat ‘Spanje geen kernwapens heeft en daarom op een andere manier Israëlische offensieven moet proberen tegen te houden’ in Gaza, schoot de regering in Jeruzalem begrijpelijkerwijs in het verkeerde keelgat, al moet de premier het voordeel van de twijfel gegund worden: aangenomen mag worden dat hij niet suggereerde een atoombom op Tel Aviv te gooien.

Een voorlopig dieptepunt in de relatie tussen Spanje en Israël was de houding van de regering in Madrid in de oorlog tussen de VS en Israël met Iran. Spanje verbood vliegtuigen van de Amerikaanse NAVO-bondgenoot over zijn grondgebied te vliegen, waarmee het land impliciet de kant van het moorddadige regime in Teheran koos. Tegelijkertijd pleitte Madrid voor het verbreken van alle banden tussen de Europese Unie en Israël en natuurlijk was Spanje een van de eerste landen dat besloot het Eurovisiesongfestival te boycotten. Anders dan in Nederland, waar dat een beslissing van welgeteld drie anti-Israëlische NPO-managers was, is dat in Spanje wel degelijk een regeringsbesluit.

De boot afgehouden

Met al dit steeds openlijker antizionistische regeringsbeleid lijkt het de hoogste tijd de Spaanse oppositie te vragen wat die vindt van de houding in Moncloa, de Madrileense wijk waar de premier — in Spanje presidente del gobierno (‘president van de regering’) genoemd — zijn paleis heeft. Elías Bendodo lijkt daarvoor de ideale kandidaat, hij is immers lid van het Congreso de Diputados (in de volksmond: Las Cortes, het Spaanse equivalent van onze Tweede Kamer). Zijn conservatieve Partido Populár (PP) vaart een veel Israëlvriendelijkere koers dan de regering. Bendodo is bovendien Joods, en is de bekendste Spaanse politicus met die afkomst.

Als het NIW via verschillende kanalen contact legt met Bendodo verwachten wij een uitnodiging waarna de PP’er flink van leer zal trekken tegen de anti-Israëlische koers van de linkse regering. Maar wij merken al snel dat de boot wordt afgehouden. Er zijn ‘agendaproblemen’ en een naaste medewerker weet niet of Bendodo wel tijd voor ons heeft. Zo worden we dagenlang aan het lijntje gehouden. Ook met het NIW bevriende contacten in de internationale en Spaanse politiek krijgen nul op het rekest of simpelweg geen antwoord. Als wij na een verder vruchtbaar bezoek aan Madrid terugkeren, hebben wij tal van experts geïnterviewd, maar niet Bendodo. Op ons verzoek hem dan maar op een later moment online te interviewen, blijft het stil.

Een bron zegt niet verbaasd te zijn dat de Joodse politicus zich in stilzwijgen hult

Op voorwaarde van anonimiteit wil een bron in Madrid wel kwijt niet verbaasd te zijn dat de Joodse politicus zich in stilzwijgen hult: “Bij de PP denkt men dat er weinig te winnen valt door zich op dit terrein al te fel tegen de regering uit te spreken en openlijk de kant van Israël te kiezen. Dus houdt men zich liever op de vlakte.” Blijkbaar hebben niet alle politici van de Partido Populár, die volgens de peilingen volgend jaar de PSOE zal verslaan maar waarschijnlijk de steun van het radicaalrechtse Vox nodig zal hebben voor een meerderheid in de Cortes, die memo ontvangen. Anders dan Bendodo neemt Almudena Negro geen blad voor de mond als wij haar in Madrid spreken.

Corruptieschandalen

Negro is de PP-burgemeester van Torrelodones, een noordwestelijke voorstad van Madrid met dik 25 duizend inwoners. Torrelodones schreef recent geschiedenis door als eerste Spaanse gemeente de IHRA-antisemitismedefinitie aan te nemen. “Wij hebben waarschijnlijk de meest anti-Joodse regering van Europa,” zegt de burgemeester. “We hebben een minister, Sira Rego (van Izquierda Unida, het Spaanse GroenLinks, red.), die het bloedbad van 7 oktober vierde. Volgens mij gebeurde dat in geen enkele andere regering in Europa. Maar … Spanje is niet antisemitisch. Het lijkt misschien een kleinigheid, maar volgens mij zegt het veel dat Spanjaarden bij het Eurovisiesongfestival steevast op Israël stemmen. En echt niet omdat we dat liedje het beste vonden,” lacht zij.

‘Ik noem de BDS’ers neonazi’s’

“De Spanjaarden hebben veel belangrijkere problemen dan de oorlog in Gaza: de corruptie in de regering, de structurele werkloosheid of het gebrek aan woningen voor jongeren. Maar dan heb je een hele reeks extremistische groeperingen van de BDS, ik noem dat neonazi’s. Die maken een hoop lawaai, maar zijn een minderheid.” Neonazi’s naar wie de regering de oren laat hangen, meent Negro, die zelf een Duitse moeder heeft.

Zij hoopt vurig op een regeringswissel volgend jaar. Wat dat zou veranderen? “Om te beginnen zullen we dan geen anti-Joodse premier meer hebben. Het eerste wat moet veranderen is de antisemitische boodschap die je elke dag hoort op TVE, de staatsomroep. Daarnaast zal een door de PP geleide regering nooit pleiten voor uitsluiting van Israël door de EU. Ik noem dat de ‘Judenfreie’ ruimte die de huidige regering wil creëren in Europa. Waarom zij dat doet? Deze regering gebruikt Israël om de aandacht af te leiden van al haar corruptieschandalen.”

Bijltjesdag

De harde uitspraken van Almudena Negro geven stof tot nadenken. Bijvoorbeeld over de rol van de Spaanse publieke omroep. Als wij ’s avonds de tv aanzetten wordt er op primetime twee uur lang in een praatprogramma van leer getrokken tegen de rechtse oppositie, de term ‘fascisten’ vliegt de kijker om de oren. En ondanks alle corruptieschandalen waar de regering-Sánchez zich in verwikkeld ziet, gaat het op tv vooral over de vermeende omkoping van oppositiepolitici. Uiteraard moet ook Israël het ontgelden. Dat de Joodse staat genocide pleegt, wordt door de gasten en de presentator als vaststaand feit gepresenteerd.

Dat zal zeker veranderen als rechts de verkiezingen wint. Anders dan in Nederland benoemt de regering de leiding van de publieke omroep en bepaalt daarmee de redactionele lijn van TVE. Op de lokale televisie van Madrid, een stad met een meerderheid van PP en Vox in het regionale parlement, is de toon dan ook heel anders. Daar gaat het wel degelijk over corruptie binnen de regering, bijvoorbeeld de schandalen rond de vrouw van premier Sánchez, Begoña Gómez, en de rechtszaak tegen oud-PSOE-premier Zapatero. Als de Partido Populár volgend jaar inderdaad de verkiezingen wint en de regering vormt, wacht de leiding van TVE een bijltjesdag, waarna verwacht mag worden dat de anti-Israëlische retoriek bij de Spaanse publieke omroep grotendeels wordt teruggedraaid.

De indruk dat de gemiddelde Spanjaard niet wakker ligt van wat er in Gaza gebeurt, wordt bevestigd als wij het kantoor van de Federación de Comunidades Judías de España (FCJE, zeg maar het Spaanse CJO) bezoeken. Dat ligt in de chique wijk Ríos Rosas ten noorden van het centrum van Madrid. Hier zijn geen Palestijnse vlaggen te vinden, evenmin als in het centrum zelf. Wel treffen wij op een lantaarnpaal direct voor de ingang een sticker met ‘FCK ISR’, kort voor ‘fuck Israel’ erop. Het is de eerste antizionistische uiting die we op straat in Madrid zien en we vermoeden dat het geen toeval is dat we die juist hier, voor het kantoor van de FCJE aantreffen.

Verwarring

Carolina Aisen, directrice van de Federatie, deelt Almudena Negro’s analyse dat de oorlog in Gaza geen prioriteit heeft voor de gemiddelde Spanjaard: “Hoewel de BDS-beweging wortels in Spanje heeft, net als het in veel landen verboden Samidoun of Masar Badil, heeft de bevolking heel andere zorgen.” Het zijn dit soort Palestijnse organisaties en extreemlinkse bewegingen die proberen het conflict in Spanje te importeren. “Die vermengen antizionisme en antisemitisme en creëren zo verwarring onder de Spanjaarden. Kritiek op Israël gaat over de grenzen van de legitimiteit heen,” vindt Aisen, “en sommige organisaties eisen expliciet de criminalisering van Joden die weigeren Israël te veroordelen.”

‘Alles is veranderd sinds 7 oktober’

María Royo is coördinatrice van het Observatorio de antisemitismo van de FCJE. Zij vertelt ons hetzelfde verhaal dat we in alle Europese steden horen die we sinds 7 oktober bezocht hebben. “Alles is sinds die dag veranderd. We leven in tijden die we hadden gehoopt nooit mee te maken en die ons herinneren aan een duister verleden” vertelt Royo. Zij spreekt van een ‘explosie’ van antisemitisme, ook al zo’n term die we uit eigen land kennen. “Je zou denken dat 7 oktober een golf van medeleven en solidariteit met de Joden veroorzaakt zou hebben, maar we zien precies het tegenovergestelde.”

Toch denkt ook Royo dat het antisemitisme in Spanje meer een top-downbeweging is, geleid door kleine groepen beroepsactivisten. Maar wel een met een enorme invloed: “Op de hele samenleving, de politiek, de economie, de cultuur, de sport, de media, echt op alles. Dit heeft een behoorlijk anti-Joodse sfeer veroorzaakt, onder het leiderschap van heel concrete extreemlinkse groeperingen.” De invloed van de activisten reikt via ultralinkse partijen als Sumar en Podemos tot diep in de regering van premier Sánchez, die van hun steun afhankelijk is, net als van separatistische Baskische en Catalaanse partijen.

Potentieel doelwit

Royo wil niet te diep op de politieke situatie ingaan. “Onze federatie vertegenwoordigt leden van de Joodse gemeenschap uit alle politieke geledingen. Eerlijk is eerlijk, toen wij direct na 7 oktober bij de regering aanklopten en vroegen om uitbreiding van de beveiliging van scholen, gemeenschapscentra en synagogen, vonden we een gewillig oor bij de minister. Hoewel leden van de regering anti-Israëlische uitspraken deden vanuit hun werkkamers met de Spaanse vlag op de achtergrond, heeft die houding geen negatieve gevolgen gehad voor het veiligheidsbeleid van de regering. Zij begrijpt heel goed dat wij een kwetsbare gemeenschap zijn en een potentieel doelwit van terroristen.”

De retoriek van de regering en de linkse partijen in het parlement heeft wel degelijk gevolgen voor de gemiddelde Joodse burger, denkt Royo. “Alles loopt door elkaar. Er heerst enorme verwarring over wat een Jood is, wat een Israëli, wat een zionist. Wanneer is iets antisemitisch? Die verwarring keert zich tegen de Spaanse Joden, want intussen hoort de burger van politici op televisie dat de Joden kinderen vermoorden. Zij worden daardoor het doelwit van vijandigheid en haat. Dus wat zie je? Aanslagen als in Manchester, in Sidney, in de VS richten zich op Joden, niet op Israëli’s.”

Het is in Spanje tot nu toe gebleven bij pogingen tot aanslagen. De politie verhinderde een aanval op een synagoge in Melilla, een Spaanse enclave aan de Marokkaanse noordkust. In Madrid probeerde een lone wolf de Bet Yaakov-synagoge aan de Calle Balmes in brand te steken. Toen dat niet lukte, probeerde hij hetzelfde bij een koosjer restaurant om de hoek, waar hij door de politie gearresteerd werd. Royo denkt dat de reden dat er tot nu toe ondanks de retoriek in politiek en pers weinig geweld in Spanje is gepleegd, ligt in de kleine omvang (maximaal 70 duizend op een bevolking van bijna 50 miljoen) en beperkte zichtbaarheid van de Joodse gemeenschap. “Wij hebben geen wijken met ultraorthodoxe Joden.”

Straatterreur

Vanwaar dan toch dat beeld dat Spanje als epicentrum van Europees antizionisme en antisemitisme? “Vroeger waren evenementen als de Vuelta en het Songfestival volkomen apolitiek. Maar deze goed georganiseerde extreemlinkse bewegingen is het gelukt ze dat wel te maken.” Royo vermoedt dat zij gefinancierd worden vanuit Qatar en Iran. Daarnaast hebben militante separatisten in het Baskenland weinig meer te doen sinds de terreurbeweging ETA zichzelf heeft opgeheven. De activisten die jarenlang met hun straatterreur — kale borroka in het Baskisch — de steden in het noorden van Spanje onveilig maakten, lijken nu in de strijd tegen Israël een nieuwe uitlaatklep voor hun ideologische geweldsdrang gevonden te hebben.

Als wij onze verbazing uitspreken over het gebrek aan Palestijnse vlaggen in het centrum van Madrid, zeker in vergelijking met Amsterdam, worden we verwezen naar de wijk Lavapiés. Dat was al voor de eeuwwisseling een wijk met een mengeling van arbeiders, studenten, zigeuners en vooral Marokkaanse immigranten. We nemen de proef op de som, maar de ons beloofde vlaggen in de winkels treffen we niet aan. Blijkbaar is Palestinisme economisch al evenmin een winnende strategie als politiek, want de anti-Israëlpartijen doen het slecht in de landelijke peilingen en bij recente regionale verkiezingen.

De Palestijnse vlaggen in Lavapiés zijn op de vinger van een hand te tellen

Lavapiés wordt tegenwoordig gedomineerd door middenstanders uit Bangladesh en grote groepen sub-Saharaanse Afrikanen die rondhangen op straathoeken en de talloze pleintjes waar vroeger de lokale jeugd voetbalde. We vinden wat posters van antikapitalistische en antizionistische organisaties, maar die bevestigen juist het beeld van een activistische elite en een bevolking die zich maar matig interesseert voor het conflict met Hamas. De Palestijnse vlaggen die wij zien, zijn op de vinger van een hand te tellen en bovendien zo door de zon verkleurd dat zij er duidelijk al jaren hangen.

Palestijnse vlaggen in Lavapiés

Puto Judío

Desondanks lijdt de Joodse gemeenschap wel degelijk onder het anti-Israëlische activisme. Een voorbeeld daarvan is David Benatar, aantredende voorzitter van de jeugdbeweging van de FCJE. Hoewel Benatar in Madrid afstudeerde, moest hij voor zijn proefschrift helemaal uitwijken naar Valencia. Aan geen van de vele universiteiten in de Spaanse hoofdstad vond hij een promotor die bereid was zijn onderzoek naar antisemitisme sinds 7 oktober te begeleiden. “Ik heb er zoveel gesproken en ze kwamen met allerlei smoesjes, maar de boodschap was duidelijk: niemand wilde in dit gepolitiseerde klimaat zijn vingers branden aan onderzoek naar antisemitisme.”

“Ik weet dat de situatie aan universiteiten in andere Europese landen ook gecompliceerd is op dit gebied, maar in Spanje ligt het nog net iets moeilijker op dit moment.” En niet alleen op academisch gebied, vertelt Benatar: “Er gaat geen week voorbij dat ik niet persoonlijk met antisemitisme geconfronteerd wordt. Als ik op de faculteit (politieke wetenschappen, red.) vertelde dat ik familie in Israël heb, werd mij gezegd dat ik mij moest schamen. Ik werd voor ‘fascist’ uitgescholden. Direct na 7 oktober verdeelde een docent onze klas in twee groepen. Eén moest het standpunt van Israël verdedigen, de ander dat van Hamas. Ik werd in de Hamasgroep gezet ‘om mijn eigen vooroordelen op de proef te stellen’.

“In de zomer werkte ik altijd in een jeugdkamp om als student wat bij te verdienen, maar ik kwam erachter dat de kampleiders mij ‘die puto Judío’ (‘kut-Jood’, red.) noemden. Toen ik mij bij de leiding beklaagde, deed niemand iets. Ik verloor mijn werk en al mijn vrienden daar,” zegt Benatar. Denkt hij dat zijn ervaring uniek is of iets wat alle jonge Joden meemaken? Het laatste, bevestigt David, om dan toch te nuanceren: “Mijn ervaringen zijn in zoverre uniek, dat ik uit een seculier en progressief milieu kom. Tel daarbij op mijn studie politicologie en dan kom je al snel in aanraking met dit soort zaken. Vrienden van mij die vooral in de Joodse gemeenschap opgroeien en daar hun sociale contacten hebben, lijden misschien veel minder onder antisemitisme in de dagelijkse omgang.”

Maar iedereen in de gemeenschap kent wel iemand die vanwege Jodenhaat de universiteit heeft moeten verlaten, vertelt Benatar. Iemand die beledigd of bedreigd is, of die ‘slechts’ geconfronteerd wordt met antisemitische graffiti op straat of anti-Joodse retoriek op televisie.

Weidse armgebaren

David Hatchwell Altaras, succesvol zakenman met wortels in het Spaans-Marokkaanse geslacht Toledano, besloot na 7 oktober een lange neus te trekken naar het antisemitisme in zijn land. We treffen Hatchwell in zijn passieproject. In een voormalige fabriek waar de elektriciteit voor de metro van Madrid werd opgewekt in de Barrio Salamanca, de chicste wijk van Madrid, bouwt de voormalige leider van de Joodse gemeenschap in de Spaanse hoofdstad aan een van de grootste Joodse musea van Europa.

Hatchwell, gekleed in T-shirt, spijkerbroek en sneakers, spreekt vol vuur als hij ons door de enorme, nog lege zalen van het gebouw leidt. Met weidse armgebaren schetst hij wat er allemaal komt: een bibliotheek, een onderzoekscentrum waar families hun Sefardische wortels kunnen naspeuren, permanente en tijdelijke tentoonstellingen. Er is nog veel werk te verrichten, maar Hatchwell haalt stukje voor stukje een maquette uit elkaar om ons een beeld te schetsen van het 3000 vierkante meter grote Spaans-Joodse museum dat in maart 2028 zijn deuren moet openen.

Op de tweede verdieping gaan wij zitten tussen sloopmaterialen en manshoge affiches voor het nieuwe museum. “Oké, laten we over politiek praten,” zegt David Hatchwell. “Deze regering is volkomen illegitiem, zij bestaat uit radicale socialisten, communisten, Catalaanse nationalisten en Baskische separatisten die duizenden Spanjaarden vermoord hebben. Hoe hou je zo’n club bij elkaar? (Premier) Sánchez dacht dat de Palestijnse zaak dat zou doen, dat hij links kon verenigen met antiamerikanisme en antisemitisme.”

Rookgordijn

“Dat laatste ontkennen ze natuurlijk. Dus noemen ze mij de belangrijkste ‘zionist’ van Spanje, want ‘Jood’ zou antisemitisch klinken,” lacht Hatchwell, die de als belediging bedoelde titel als een compliment, een eer zelfs zegt te beschouwen. De ondernemer zorgt voor zijn eigen veiligheid, bijvoorbeeld door zich aan geen enkele dagelijkse routine te houden, zodat potentiële terroristen nooit weten waar hij op enig moment van de dag is.

‘Sánchez zou zijn moeder nog verkopen als het hem politiek zou helpen’

Hatchwell is het roerend eens met Almudena Negro, de burgemeester van Torrelodones: “Sánchez gebruikt Israël als zondebok, als rookgordijn om de aandacht af te leiden van alle corruptieschandalen. Hij zou zijn moeder nog verkopen als het hem politiek zou helpen. Helaas trappen veel Spanjaarden erin omdat zij niets anders horen op televisie. Als negen van de tien kranten en letterlijk alle televisiestations dag en nacht bloedsprookjes over Israël herhalen, bijvoorbeeld het New York Times-verhaal over verkrachtingen van Palestijnen met honden, hoe kan dat geen negatieve gevolgen hebben voor de Joden hier?”

Toch ziet David Hatchwell ruimte voor optimisme. Net als FCJE-directrice Carolina Aisen wijst hij erop dat ook onder de regering-Sánchez de Joodse gemeenschap in Spanje groeit. Dit is het gevolg van de wet uit 2015 die afstammelingen van in 1492 uit Spanje verbannen Joden het recht op de Spaanse nationaliteit geeft. Maar Hatchwell, een van de initiatiefnemers van die wet, weet ook dat die lichte groei van het aantal Joden op het Iberisch Schiereiland nauwelijks invloed heeft op de enorme demografische veranderingen in zijn land die het gevolg zijn van immigratie uit islamitische landen in Afrika en Azië.

Geen winnende strategie

Zeker nu Pedro Sánchez honderdduizenden immigranten zonder verblijfstatus wil legaliseren en een pad naar de Spaanse nationaliteit biedt. Irene Montero, oud-minister in de regering-Sánchez en leidster van het radicaallinkse Podemos, zei expliciet dat het de bedoeling is dat de gelegaliseerde immigranten stemrecht krijgen: “Hopelijk kunnen we de fascisten en racisten in dit land omvolken met immigranten en arbeiders.”

David Hatchwell ziet dat als een rampscenario en hoopt dat de Partido Populár met steun van het rechts-populistische Vox volgens jaar na verkiezingswinst dit proces zal omkeren. “We hebben immigratie nodig in Spanje, maar dat moet gecontroleerd gebeuren. In ieder geval weten we dat een regering van PP en Vox niet agressief anti-Israël zal zijn en dat de Israëlische ambassadeur naar Madrid en de Spaanse naar Tel Aviv zullen terugkeren.”

Alles lijkt af te hangen van de cruciale verkiezingen voor de Cortes die voor juli 2027 georganiseerd moeten worden. Volgens alle peilingen zullen de gematigd pro-Israëlische Partido Populár van oppositieleider Alberto Nuñez Feijóo en het fel prozionistische Vox van Santiago Abascal daarin de linkse regering van Pedro Sánchez verslaan. De meest hoopgevende conclusie die we kunnen trekken uit ons bezoek is dat net als in Nederland antisemitisme — of antizionisme — ondanks alle demonstraties, boycotacties en de steeds fellere anti-Israëlretoriek van activisten, politici, academici en media geen winnende strategie blijkt te zijn.

Deze reportage is mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW36 van 3 juli 2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Madrid

Een traditie van meer dan vijfhonderd jaar