De voorzitter van de Palestijnse Autoriteit (PA), Mahmoud Abbas, heeft toegegeven dat door Israël vastgehouden belastinggeld nodig is voor het betalen van ‘pay-to-slay’-programma dat gevangen of gedode terroristen en hun families beloont voor het vermoorden van Israëli’s.
Na kritiek uit de VS en Europa, beweerde Abbas dat het programma begin vorig jaar was beëindigd, waarna de Westerse geldkraan weer opengedraaid werd. Israëlische bronnen meldden echter dat het programma onder een andere naam gewoon voortgezet werd, volgens het principe: hoe hoger de straf voor terreur (dus hoe erger de misdaad), hoe hoger de uitkering.
Dat wordt nu bevestigd door Abbas zelf, die toegeeft dat zijn PA wanhopig op zoek is naar geld om de moordenaars te blijven betalen. Abbas beklaagt zich erover dat Israël invoerrechten inhoudt en hij zo de salarissen van gevangenen terroristen niet kan betalen. Jeruzalem begon juist de belastingen in te houden om de PA te dwingen de betalingen stop te zetten.
Vorig jaar betaalde de PA 156 miljoen dollar aan terroristen en hun families
Itamar Marcus, directeur van de Israëlische ngo Palestinian Media Watch, meent dat Abbas’ uitspraken ‘belangrijke internationale gevolgen’ moeten hebben voor de financiering uit Westerse landen, die zo immers onbedoeld de moord op Israëlische burgers betalen.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken toonde de leugens van Abbas over stopzetting van het programma eerder dit jaar al aan. Vorig jaar betaalde de PA 156 miljoen dollar aan terroristen en hun families, waaronder 30 miljoen aan gevangen die waren vrijgelaten in ruil voor Israëlische gijzelaars in Gaza.