Dossiers

Van Amsterdam naar Givat Shmuel

In de serie over Nederlanders die recent alia hebben gemaakt, dit keer het gezin Sanders, verhuisd in 2015, over hun ervaringen. “Die vrijheid, dat natuurlijke van het jodendom vinden wij zo mooi.”

Jan Franke 03 februari 2021, 10:00
Van Amsterdam naar Givat Shmuel

Dit artikel verscheen eerder in NIW 17, 5777 / 2017. Foto’s: Dave Sinai.

Arje en Michal Sanders, Eden en Ethan

Arje Sanders komt van een koffieafspraak met een klant en loopt over de Saronamarkt in Tel Aviv. Hij draagt nette zwarte schoenen, het overhemd in de broek, een leren aktetas. Overdag is dit het terrein van zakenlui. In de gerenoveerde huizen van de Duitse Tempeliers, die in 1871 op deze plek een kolonie stichtten, zitten nu cafés en restaurants. De laagbouw wordt aan alle kanten gedomineerd door hoge kantoortorens.

“Ik ben onze vestiging in Israël aan het opbouwen,” vertelt Sanders monter. “We zien dat de behoefte er is. Nee, een naam hebben we nog niet.” ‘We’, dat is MICompany, het Nederlandse bedrijf waar de dertigjarige Arje al sinds zijn studententijd voor werkt. MIcompany helpt bedrijven bij het ontwikkelen van analytische modellen waarmee zeer grote datasets snel en doelmatig geanalyseerd kunnen worden. Dat is noodzakelijk nu bedrijven steeds meer digitale gegevens kunnen meten, maar vaak niet weten hoe ze al die informatie moeten rangschikken om betere beslissingen te nemen. “Wat wij doen heet big data analytics en het is een enorme hype. We zijn hier begonnen, omdat in Israël veel talent zit. Goed personeel is schaars in deze sector. ”

Het kantoor in Israël was een idee van Sanders, opgeworpen tijdens een vergadering in april 2015. Hij wilde het zelf gaan opzetten, met hulp van de contacten die hij al in het land had. De partners van MICompany, waar in Nederland 65 mensen werken, waren snel om. Vier maanden later gingen Arje (30), zijn vrouw Michal (29), en hun tweeling Ethan en Eden (3) op alia. Het was een langgekoesterde droom. “Vanwege onze carrières wachtten we op het juiste moment, maar we hadden het er al zo lang over,” zegt Michal, kinderarts in opleiding.

Cheider
Israël was nooit ver weg voor de familie Sanders. Arje groeide op in een orthodox gezin in Amstelveen met vijf broers en zussen. Zijn vader was zakelijk directeur van het Cheider. Nadat zijn ouders scheidden – ‘dat komt helaas in onze kringen vaker voor dan je zou denken’ – verhuisde moeder en kinderen naar Israël. Arje was tien. Zijn vader bleef in Nederland en hertrouwde. “Mijn moeder wilde een betere, rijkere Joodse opvoeding voor ons. De keuze tussen het ultraorthodoxe Cheider of het traditionele maar niet-orthodoxe Rosj Pina was te beperkt voor haar. Maar ik kon niet aarden in Israël. Ik zat meer buiten de klas dan erin en ik maakte geen vrienden.”

Na een periode op een internaat verhuisde de veertienjarige Arje, als enige van de kinderen, terug naar Nederland. Hij ging naar het Maimonides, ondanks zijn vaders verbondenheid met het Cheider. “Ik kon daar niet meer naartoe. In Israël waren we modern-orthodox geworden. Mijn vader ging er realistisch mee om, maar volgens mij wel met pijn in zijn hart. Ik was een lastige jongen, een rebel, maar ik heb in Nederland een tweede kans gekregen.”

Dat pakte goed uit. Op het Maimonides ontmoette hij Michal, dochter uit een traditioneel gezin in Amstelveen. De klasgenoten werden een stel: vijf jaar later trouwden ze. Arje studeerde econometrie aan de VU, Michal geneeskunde aan de UvA. Gedreven, consciëntieuze studenten, actief in de Joodse gemeenschap. Arje richtte als student met zijn vrienden zaalvoetbalclub Maccabi op, Michal zaalvoetbalde ook. Ze groeiden naar elkaar toe in het geloof. “Michal was al orthodox toen wij trouwden, maar we plakken er eigenlijk geen namen op. Wij zien het jodendom als een levenswijze. De modern-orthodoxe gemeenschap is vrolijk.”

Kinderliedjes
Er zijn liefst vier speeltuinen op loopafstand van het huurappartement van het gezin Sanders. Ze wonen in een nieuwe wijk aan de rand van Givat Shmuel, een stadje van zo’n 25.000 inwoners op twintig minuten rijden van Tel Aviv. Vanaf het balkon van hun modern ingerichte vijfkamerwoning op de achtste verdieping zie je overal flats in aanbouw. Givat Shmuel is populair als woonplaats. Het ligt tegen Ramat Gan aan en staat bekend om zijn goede scholen en om de grote aantallen immigranten. Vorig jaar kwam het nog in het nieuws omdat de burgemeester de komst van Franse immigranten tijdelijk wilde stilleggen – de gemeente kon de aantallen niet aan.

“Ons eerste huis in Israël was in Kirjat Ono, waar mijn broer in de buurt woont. Daar wilden we het eerste jaar dicht in de buurt zijn. Maar uiteindelijk wilden wij graag in een meer religieuze gemeenschap wonen en in Givat Shmuel is meer dan de helft van de bevolking orthodox. Je hoort hier alle talen, maar vooral Frans.”

Het appartement van de Sanders’ is van alle gemakken voor een jong gezin voorzien: meerdere badkamers, een lift en een parkeerplek voor de deur. De tweeling heeft een eigen kamer in vrolijke kleuren. “De gastvrijheid in de buurt is fijn. Mensen zijn erg trots dat wij alia hebben gemaakt,” zegt Michal, die het naar eigen zeggen soms best zwaar heeft gehad in hun eerste jaar in Israël. Ondanks dat zij cum laude afstudeerde aan het AMC en in Nederland al enkele jaren ervaring had als kinderarts in opleiding, in het Kennemerland-ziekenhuis in Haarlem, is ze in Israël pas sinds een week aan het werk.

“De bureaucratie is zeer pittig. Het maakt niet uit of je een diploma hebt van een gerenommeerde Nederlandse universiteit. Je moet hetzelfde traject van kopietjes, apostilles en vertalingen door als iedereen.” Om als kinderarts i.o. bij een Israëlisch ziekenhuis te kunnen werken moest ze een speciaal examen in het Ivriet afleggen. Na een half jaar lang hard studeren en de nodige stress kwam deze maand het goede nieuws: ze was geslaagd en kon aan het werk. “Geweldig nieuws. We kwamen hier voor het Joodse leven en daar geniet ik ook erg van, maar ik vond het heel moeilijk dat ik nog niet kon werken. Ik moest best wennen aan het chaotische systeem en de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Dan dacht ik dat ik al goed Ivriet beheerste, maar als ik dan iets met formulieren moest regelen viel het toch tegen.”

Amateurvoetbal
Voor zijn werk analyseert Arje trends in grote informatiestromen. Dat kan gaan over de manier waarop consumenten praten over een bepaald product, maar zo kijkt hij ook naar politieke ontwikkelingen in de wereld. “Ik zie dat het al heel gewoon is dat in Rusland en Polen Joden worden aangevallen, neonazi’s in Duitsland zijn in opkomst, aanslagen op Joodse doelen in België, Frankrijk en Denemarken. De mensen die ze uitvoeren zijn de gekken, maar die heb ben zeker ook in Nederland sympathisanten en daar kunnen wij bij in de bus zitten. Die trend, dat gevoel daar wilden we uit.” Het groeiende antisemitisme en de toenemende spanningen in Europa zitten hem hoog. In het amateurvoetbal in Amsterdam kreeg hij, net terug van een paar jaar in Israël, voor het eerst met antisemitisme te maken. Grappen over families met veel geld, buitenproportionele kritiek op Israël, scheldpartijen. “Dat je in Nederland, het mooiste, meest vrije land ter wereld, als Jood op moet letten en niet met een keppel door grote delen van de stad kan… maar al te veel Nederlandse immigranten hier herkennen dat gevoel.”

Uit de klas van Arje is de helft op alia gegaan. Jonge, hoogopgeleide mensen die volledig geïntegreerd waren in Nederland met een baan, niet-Joodse vrienden en een voetbalclub. Ook de meeste Nederlandse vriendinnen van Michal wonen inmiddels in Israël. “Ik heb zelf weinig te maken gehad met antisemitisme, maar ik voelde me wel vaak alleen en onbegrepen in het geloof,” zegt ze. “Aan politie en leger voor de scholen wen je, op een bepaalde manier, maar het is heel complex om Joods te zijn in Nederland.”

‘Het is heel complex om Joods te zijn in het Nederland’

Net als alle andere dingen in hun leven hebben de Sanders hun alia goed voorbereid. Er was een spaarpotje, familie en contacten werden ingeschakeld. En het grootste geluk: Arje had bij aankomst al een goede baan. “Het geld van de klita heeft ontzettend geholpen in het eerste jaar [misrad haklita, de financiële ondersteuning die nieuwe immigranten krijgen van het ministerie van immigratie]. Wij kregen zo’n 25.000 euro. Je kunt er niet van leven als gezin, maar naast een inkomen is het best comfortabel. Vergis je niet: Israël is enorm duur. Van wonen, tot verzekeringen, boodschappen, kleding: allemaal duurder dan in Nederland.” Hij rekent wat sommetjes voor. Over hoe je in Nederland een weekendje weg kan voor een paar tientjes, terwijl je in Israël voor eenzelfde uitje al snel omgerekend honderden euro’s kwijt bent “Dit is een land voor doorzetters. Als ik bij een klant kom, zie ik ze soms denken: wat komt dat Nederlandse mannetje nou doen? Dan moet je gewoon volhouden.”

Hij loopt langs de boekenkast in zijn huiskamer: Leon de Winter, Menachem Schneerson en de Amerikaanse filosoof Daniel Kahneman staan broederlijk naast elkaar. Op een andere plank de Tenach en familiefoto’s, genomen in Israël. Bijna alle broers en zussen van Arje en Michal wonen nu in Israël. De ouders die nog in Nederland zijn, komen na hun pensionering.

‘Dit is een land voor doorzetters’

Of ze nog denken over teruggaan? Ze kijken elkaar even aan. Het is nog geen moment bij ze opgekomen. “Zie je die paarse muur daar?” vraagt Arje, en wijst naar een gebouw op een paar honderd meter van hun huis. “Daar zit zowel een asjkenazische als een sefardische synagoge. Op sjabbat loop ik met Ethan en Eden naar sjoel. Of mijn zoon een keppel draagt is helemaal geen discussie. Zijn beste vriendje op de speelplaats draagt er een, dus wil hij dat ook. Een paar weken geleden, toen Toe Bisjvat eraan kwam, leerden ze liedjes over de jarige bomen. Die vrijheid, dat natuurlijke van het jodendom, dat vinden wij zo mooi. Daarvoor zijn we op alia gegaan.” 

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *