11-25 januari 1948 – Zware tijden voor de jisjoev
Israël 75

11-25 januari 1948 – Zware tijden voor de jisjoev

De eerste weken van 1948 waren een tijd van geweld en verlies voor de Joodse gemeenschap in het Britse Mandaatgebied Palestina. Het dieptepunt: het lot van ‘de 35’.

Bart Schut 15 maart 2024, 17:00
11-25 januari 1948 – Zware tijden voor de jisjoev
De begraafplaats van de lamed hei, de ‘35’, op de Herzlberg in Jeruzalem

Januari 1948. De jisjoev telt de dagen af naar het vertrek van de Britse bezetter uit wat binnen enkele maanden de eerste onafhankelijke Joodse staat in bijna tweeduizend jaar zal zijn. Maar intussen loopt het dodental snel op. Arabische milities belegeren dorpen, beschieten bussen vanuit hinderlagen en plaatsen bommen bij cafés en kantoren. De meeste Joodse verdedigers, geleid door de Hagana, de verdedigingsmacht, houden zich in en beperken zich tot defensieve acties. Het is te danken aan de matige organisatie van de Arabische eenheden dat er geen afgelegen kibboetsen onder de voet gelopen en uitgemoord worden.

De kranten staan er dagelijks vol van. 12 januari: ‘Aanval op Mekor Haim afgeslagen’. 13 januari: ‘De wegen naar Haifa onder Arabisch vuur’. 14 januari: ‘Een dode en een vermiste bij hinderlaag op konvooi’. 19 januari: ‘Drie doden bij aanval op konvooi’. 20 Januari: ‘Kolonist gedood bij het ploegen’. 21 januari: ‘Aanval op Yehiam afgeslagen, acht Joden gedood’. 22 januari: ‘Twee bomaanslagen in Jeruzalem’. 23 januari: ‘Zeven leden van de Joodse Nederzettingenpolitie vermoord’. De vijandelijkheden die zijn begonnen na VN-resolutie 181 in oktober 1947 ontaarden in januari 1948 in een regelrechte burgeroorlog. Maar de zwaarste slag krijgt de jisjoev te verwerken in de ochtend van 16 januari. 

De vier kibboetsen van Goesj Etsion (het ‘Etsion-blok’), net ten zuidwesten van Bethlehem, zijn al sinds eind november afgesneden van de buitenwereld door Arabische fedajien, wat letterlijk ‘zij die zich opofferen’ betekent. De noordelijke bevoorradingsroute vanuit Jeruzalem loopt door Arabisch gebied en verschillende konvooien uit die richting waren al in hinderlagen gelopen. Dus blijft als enige aanvoerroute weg 367 over, die vanuit Beet Sjemesj door de heuvels oostelijk naar Kfar Etsion loopt. Maar ook deze route is levensgevaarlijk.

Nobele daad

Al in oktober heeft de Arabische burgemeester van Hebron de kibboetsniks gewaarschuwd dat hun nederzetting zeker aangevallen en ‘gezuiverd’ zal worden en hun aangeraden vrijwillig te vertrekken. Ali Jaabri belooft de bewoners zelfs compensatie voor hun land en huizen. Maar los van het feit dat geen Jood hierin gelooft, is de leiding van de jisjoev niet bereid zo gemakkelijk haar grond op te offeren, zelfs al ligt dit in het gebied dat volgens Resolutie 181 tot de nieuw te stichten Palestijnse staat moet behoren. Bovendien is de strijdlust van de kibboetsniks onovertroffen: zij zijn niet naar Erets Jisraël gekomen om na een paar bedreigingen weer te vertrekken. 

Dani Mass

Op de avond van 15 januari trekken 35 Haganastrijders vanuit Hartuv (tegenwoordig een industriegebied van Beet Sjemesj) in oostelijke richting. Zij noemen zich Machleket Hahar, het bergpeloton. De afstand die zij in het donker moeten overbruggen is ruim twintig kilometer, maar omdat elke soldaat bijna vijftig kilo proviand – hard nodig in het afgesneden Etsionblok – meetorst, schiet de groep niet op. Bovendien moet het peloton een omweg nemen om ongemerkt voorbij een Britse politiepost te komen. Bij het ochtendgloren worden zij ontdekt door twee Arabische vrouwen. Commandant Dani Mass weigert het vuur te openen op de vrouwen en besluit hen te sparen. Een nobele daad, maar een die Mass en zijn mannen fataal zal worden.

Niet ongewroken

Honderden gewapende dorpelingen stromen van alle kanten op de Haganastrijders af. Die trekken zich terug op een heuveltop, een kilometer ten westen van het Arabische dorp Jaba. Daar vechten de Joodse soldaten letterlijk tot de laatste man. De fedajien verminken hun lichamen zo dat twaalf van hen onherkenbaar zijn. Een Britse politieofficier bedreigt en betaalt de Palestijnen om de lichamen van de jonge Haganastrijders terug te krijgen en brengt hen naar Goesj Etsion, waar zij begraven worden. 

‘Zij gingen ten onder als helden,’ schrijft The Palestine Post

Het verlies voor de jisjoev is enorm. “Zij gingen ten onder als helden,” schrijft The Palestine Post op 19 januari, “hun bloed zal niet ongewroken blijven.” Na de oorlog worden de lamed hei, de ‘35’, overgebracht naar Jeruzalem en begraven op de Herzlberg. Wie nu over weg 367 van Beet Sjemesj naar Goesj Etsion rijdt, vindt een gedenksteen voor de 35 en kan de heuvel beklimmen waar zij zich doodvochten voor de staat die zij nooit met eigen ogen zouden zien.

Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Stichting Maror

Plaats opmerking