Toch maar niet naar de iftar
Dagboek

Toch maar niet naar de iftar

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 18 maart 2024, 16:50
Toch maar niet naar de iftar

Mijn dagboek over de opening van het Holocaustmuseum kreeg 19 duizend lezers op de website. Eigenlijk begrijp ik dat aantal niet zo goed. Ik snap dat het onderwerp met de protesterende anti-Joodse meute qua public relations aanspreekt, maar hoe weet de lezer voordat die het dagboek heeft gelezen of het een artikel is dat hem aanspreekt? Ik weet niet of ik me erin moet gaan verdiepen om te snappen hoe een en ander gekoppeld aan algoritmen werkt, maar duidelijk is dat ik bereik heb/krijg en dat dien ik ten goede aan te wenden. 

En dus heb ik duidelijk kenbaar gemaakt, uren na de opening van het Holocaustmuseum, hoe storend de anti-Joodse protesten waren en hoe die tijdens de plechtigheid in de Portugese Synagoge als een storende, vals klinkende en beschamend kwetsende achtergrondmuziek klonken. Intussen besef ik dat burgemeester Femke Halsema de schuldige was en een lading kritiek over zich heen heeft gekregen. Of dat terecht is, betwijfel ik. Ze had anders moeten optreden of ter plekke moeten ingrijpen, ik begrijp dat helemaal. Maar haar nu zwaar beschuldigen vind ik onterecht. De schuldigen zijn de betogers tegen Israël die zich verlaagden tot het niveau van de jaren ’40-’45. Halsema toonde haar vriendschap door de vlag van Israël direct na 7 oktober uit te hangen en door jonge Joodse en islamitische Amsterdammers in aanwezigheid van de koning en de koningin bijeen te roepen. Of zoiets resulteert in meer onderling begrip, weet ik niet. Ieder mag daarvan het zijne denken, maar Halsema’s initiatief was moedig en goed bedoeld. En dus kan ik de aanval op haar niet waarderen. Ja, ze had kunnen en moeten ingrijpen,  maar om haar nu te verwijten … Mijn instemming kan dat niet wegdragen.

Ik ontving een whatsapp die me op een nette en beleefde manier bekritiseerde. Enige weken geleden was er een overlijden. Ik had de lewaje gedaan en de familie was dankbaar voor mijn toespraak, maar … taal noch teken van mij om de alleen achtergebleven weduwe te bezoeken of op z’n minst een belletje met de vraag ‘hoe gaat het met u?’ Op mijn e-mailadres kwam ook een bericht met een ander verwijt. Een gioerkandidaat had niets meer van mij vernomen terwijl ik wel een reactie had toegezegd. Hoewel ik een goede reden kan aanvoeren waarom ik niet heb kunnen reageren, blijft het onjuist dat ik niets van me heb laten horen. Inmiddels heeft mijn Blouma een afspraak met de alleen achtergebleven weduwe gemaakt en heb ik de gioerkandidaat gemaild.

Ik moet oppassen niet uitsluitend te schrijven over grote pr-toppers en de ‘kleintjes‘ te vergeten

Het is dus prachtig, die score van 19 duizend lezers en zeker zal er nog een veelvoud zijn via Facebook en andere social media waar ik (kennelijk) te vinden ben, maar ik moet oppassen niet uitsluitend te schrijven over grote pr-toppers en de ‘kleintjes’, zoals vermeld, te vergeten. Want wie zegt mij dat de kleintjes minder waardevol zijn dan de zwart gedrukte en graag gelezen vette krantenkoppen?

Het is nu ramadan en het aantal boze gezichten die mij treffen als ik langs de moskee loop, is tot nu toe hoog. Tegelijkertijd ontving ik in een dienstenveloppe van de politie een uitnodiging voor woensdag 20 maart 2024 vanaf 17:30 uur. Geen locatie, geen telefoonnummer, geen verdere uitleg en op de dienstenveloppe met de hand geschreven mijn naam en mijn adres. Pas een week later komt er duidelijkheid, in dezelfde soort dienstenveloppe met mijn naam en adres en wederom met de hand geschreven. Maar nu is er verduidelijking: “In de huidige tijd is het gemakkelijk om elkaar te verliezen in tegenstellingen […] Graag nodigen wij u vanuit de verbinding uit voor een iftarbijeenkomst […] Heeft u speciale dieetwensen, waaronder een koosjer of vegetarisch diner …”.

Wellicht een goedbedoelde poging om vriendschap te tonen, maar ik vind het toch wel sukkelig mij zo uit te nodigen. Van een overheidsinstantie had ik een telefoontje vooraf verwacht met uitleg. Want, beste overheid,  wat kan ik van zo’n bijeenkomst verwachten? Wordt daar in mijn aanwezigheid opgeroepen tot een boycot of veroordeling van Israël? Zal ik als ik daar zit meegesleurd worden in een ‘gezamenlijke verklaring’? Gaan we daar gezellig en spontaan samen zingen ‘From the river to the sea’ en wat met een groepsfoto waarop ik ook zichtbaar ben? Om het nog sukkeliger over te laten komen, staat nergens een telefoonnummer vermeld, mocht ik vragen hebben.  Mocht u, initiatiefnemers van deze uitnodiging, mij alsnog na dit dagboek gelezen te hebben, geruststellend willen bellen, bespaar u de moeite want woensdag 20 maart heb ik een bijeenkomst in het noorden des lands. 

Inmiddels ben ik door diverse bestuurders van Joodse gemeenten gevraagd om advies: wel of niet de uitnodiging naar een iftarbijeenkomst aanvaarden? Mijn reactie: als vertegenwoordigers van een van de moskeeën, die een oproep hebben gedaan om de aanwezigheid van president Herzog bij de inwijding van het Holocaustmuseum te veroordelen, deelnemers zijn aan deze iftar of misschien wel de organisatoren, dan moeten wij zeker geen acte de présence geven.

Voor alle duidelijkheid: zoals op Poeriem de Jood Mordechai zijn nicht Ester aanspoorde om in gesprek te gaan met koning Achasjverosj, zo ook ben ik voor de dialoog. Maar niet alleen dialogen, we zullen ook aan de versterking van onze eigen identiteit moeten werken, onszelf moeten verdedigen, ook fysiek. En vooral niet zwichten voor de ontsporende publieke opinie.

Plaats opmerking